Hans van Breukelen is een aardige jongen, maar iedereen stoort zich aan hem

null Beeld
Beeld

Woensdag was het 29 jaar geleden dat Nederland in de belangrijkste voetbalwedstrijd van de 20ste eeuw met 2-1 won van West-Duitsland. Hans van Breukelen, nu de risee van het land, werd nog door velen bewonderd.

Het aangename van zo'n verjaardag is dat op rondgepompte filmpjes weer eens te zien is dat in de slotfase Jan Wouters een pass geeft op Marco van Basten waarna, vrij naar Jules Deelder, des doelmans hand zich vergeefs strekt naar de bal en het alternatieve bevrijdingsfeest kan beginnen.

Van Breukelen is ook altijd te zien in zo'n korte samenvatting. In het Volksparkstadion in Hamburg slaagt hij er bijna in de strafschop (1-0) van de Duitse aanvoerder Lothar Matthäus te stoppen.

In dezelfde wedstrijd zei hij iets lelijks tegen een tegenstander, Frank Mill. 'Ich hoffe dass du focking stirbst', was de tekst, terwijl Mill kermend van de pijn op de grond lag. Van Breukelen schaamde zich daar later voor.

Dat sierde hem, maar destijds was het precies wat we wilden horen. In 1988 waren Duitsers in de ogen van veel Nederlanders, onder wie voetballers van Oranje, nog moffen. Van Breukelen maakte het goed door in de EK-finale een penalty te stoppen van de Rus Belanov.

Een volksheld werd hij desondanks nooit. Daar is meer voor nodig en dat heeft hij niet. Hij raakt wel snaren, maar de verkeerde.

Een man die bij Oranje en PSV jarenlang de kleedkamer met hem deelde, Wim Kieft, boog zich eind vorig jaar over het verschijnsel-Hans van Breukelen. Dat deed hij in De Telegraaf in een veelzeggende column.

Van Breukelen was amper drie maanden technisch directeur van de KNVB. De chaos bij Oranje was compleet. Van Breukelen is niet de man om dit in goede banen te leiden, liet Kieft opschrijven. Veel gedeeld werd deze uitspraak: 'Integendeel, ik ken Van Breukelen uit de kleedkamer. Hij was in staat om het laatste beetje kracht en energie bij me te vermoorden.'

Kieft is een gevoelig type, lees Kieft er maar op na, maar dit was voor iedereen herkenbaar. Dit ook trouwens: 'Met zijn hele voorkomen, z'n praatjes, z'n presentatie, Hans slurpte alle energie op.'

Met de nekslag keerde Kieft terug naar de tijd dat ze samen op het veld stonden: 'Iedereen stoorde zich aan hem, hoewel hij in de grond een aardige jongen is.'

Die laatste zin vat de bron van het mediageweld van deze week goed samen. Hans van Breukelen is een aardige jongen, maar iedereen stoort zich aan hem. Wat het nog erger maakt, is dat hij niet in de gaten heeft dat iedereen zich aan hem stoort, of glimlachend doet alsof, waardoor iedereen nog geïrriteerder raakt.

Om mij in het verschijnsel-Hans van Breukelen te verdiepen, heb ik de uitzending van Studio Voetbal nog eens bekeken waarin hij in december te gast was. Het was niet te doen. Concrete vragen werden niet beantwoord en hij bleef maar proberen iets uit te leggen wat niet uit te leggen was, op die zalvende domineestoon die het bloed onder je nagels vandaan haalt.

Lichte kritiek van de andere gasten, Co Adriaanse onder anderen, werd minzaam weggelachen. Van zelfkritiek was geen spoor te ontdekken. Concreet werd hij nooit.

Zelfs als tv-kijker was ik na een paar minuten totaal uitgeput en het leven moe. Intussen glimlachte hij nog maar eens. Ooit zullen we het begrijpen en toegang krijgen tot het universum van Hans van Breukelen, maar nu zijn wij, eenvoudige stervelingen, er nog niet klaar voor.

Bij de KNVB stapelde Van Breukelen ramp op ramp. In een persbericht werd op zijn verzoek gemeld dat hij met een goed gevoel vertrok bij de KNVB. Een goed gevoel - precies dat dus.

Paul Onkenhout is redacteur van de Volkskrant. Reageren? p.onkenhout@volkskrant.nl. De Twaalfde Man keert 26 augustus terug.

Meer over