Handelingsbekwaam

Museum De Lakenhal toont een bijzondere privécollectie met doeken van Gerrit Dou, de meester van de intimiteit. Nog nooit werd er zo veel werk van de schilder bijeengebracht.

Gerrit Dou is niet het type kunstenaar dat zich makkelijk laat bekijken. Al lijkt dat wel zo: alles wat hij schilderde is immers fijn, zo fijn soms dat het met penselen met één haar werd geschilderd, en vaak glad. Je hoeft niet 'precies de juiste afstand' te nemen om het onderwerp goed genoeg te kunnen zien, zoals bij Rembrandt en veel andere schilders van de 'losse toets'. Zijn oeuvre is leesbaar en alledaags, daar ligt het niet aan. Gewone burgers, werkende vrouwen, een poes, een slapend hondje of een papegaai. Niks mythologisch en we hoeven geen bibliotheek of bijbel gelezen te hebben om het te begrijpen.

Toch laat de Leidse Gerrit Dou (1613-1675) - leerling van Rembrandt en groot meester in zijn tijd - het niet gebeuren dat je kort kijkt, snel kijkt, oppervlakkig kijkt. Schildert hij een geit, dan is die zo fijn behaard dat je de haartjes kunt tellen en toch een wollige vacht ziet. Je ziet het detail en het geheel gelijktijdig. Veel afstand nemen kan ook niet want vrijwel al zijn werk is klein en dwingt je dichtbij te komen. Ben je klaar met het kijken naar de vacht, de haren, de textuur van de hoorns en hoefjes - en verbaas je je over de kleur van het gebladerte, dat vanwege het verbleekte geelpigment niet meer groen is, maar blauw - dan komt laag twee: het licht, dat als door een wolkbreuk valt, maar zonder het tumult van onweer. Het licht tilt de geit op en brengt het dier kalm naar je oog. Laag drie, alleen weggelegd voor wie niet scant maar kijkt: achter de geit is in de duistere bosjes een vrijend paartje te zien. Dat geeft zo'n voorstelling ruimte en anekdotiek - en logica. Want behalve een mooi beest is een geit ook symbool voor de vrije lust.

Natuurlijk ontvouwen die nuances zich niet stapsgewijs maar dwars door elkaar heen. Dous aandacht wekt jouw aandacht op. Zo werkten de Leidse fijnschilders, de beroemde groep van een delicate schilderstijl, waarin Gerrit Dou het voortouw nam.

Museum De Lakenhal in Leiden heeft negentien kunstwerkjes samengebracht: dertien van Gerrit Dou, drie twijfelgevallen en drie van verwante schilders. Het is geen eigen werk - de Dou-schilderijen uit de museumcollectie hangen een etage lager - maar werk uit een Amerikaanse privécollectie, The Leiden Collection, waarin zich het grootste aantal Gerrit Dou-schilderijen ter wereld bevindt. Zelfs geen museum heeft meer werken van deze kunstenaar. Een tijdelijke bruikleen van een bijzondere verzameling, die pas in het afgelopen decennium werd aangelegd. Dat komt niet veel voor: een groep museumwaardige stukken van één meester, geplukt uit de huidige kunstmarkt.

Goed, dat Gerrit Dou (ook wel Gerard) een Rembrandtleerling was weten we, dat wordt maar al te graag benadrukt in tijden waarin Rembrandt de kwaliteitsstandaard van oude meesters is geworden. Interessanter is dat Dou met gelijke uitgangspunten - liefde voor mensen, licht, licht-donkercontrasten en het overtuigend oproepen van de werkelijkheid in verf - een andere weg in sloeg. En direct school maakte. Aartshertog Leopold Wilhelm, Cosimo de' Medici en Christina van Zweden bestelden werk bij hem - al zond Christina alle elf stukken terug na ze gezien te hebben, omdat ze toch meer van de Italiaanse stijl hield.

Dou had eigentijdse verzamelaars, van wie er één, Jan de Bye, 27 schilderijen liet tentoonstellen, en hij werd in 1641 geprezen in een lofrede door de kunstkenner Philips Angel: Dous licht, kleuren en rijkdom aan objecten 'verzadigden de ogen van nieuwsgierigen.'

De weg die Dou insloeg, zo laten de schilderijen hier zien, is er een van een stille anekdote van de alledaagse mens. Niet hele verhalen, zoals Rembrandt dat kon. Geen zware dramatiek, gesuggereerd met licht. Dous mensen zijn bezig. Niet met een verhaal, maar met een handeling, met nét genoeg spanning in de voorstelling om een levendigheid op te roepen. Je pikt dat haast ongemerkt op: de man die zijn pen slijpt, het hoofd opgetild, de blik naar beneden door het laaggeplaatste brilletje, precies zo dat je zijn concentratie gelooft. Een oude man die opkijkt van zijn leesboek; het licht op hem en zijn spullen op tafel. Het is zo intiem dat je je deelgenoot voelt van zijn activiteit. Elk voorwerp is zo in het licht geplaatst, dat het kunstwerkjes op zich zijn, die toch natuurlijkerwijs bij elkaar horen.

Niet de verstilling van Vermeer, niet de psychologische dramatiek van Rembrandt. Dou toont een gewonere, burgerlijke waardigheid: hij was de eerste die de 'genreschilderkunst' tot specialisme maakte. En natuurlijk betekent een haring meer dan een haring - het is óók een verwijzing naar een oud spreekwoord, 'iemand een bokking geven' (een standje). En betekenen de zandloper en de schedel vergankelijkheid.

Lakenhalconservator Christiaan Vogelaar wijst erop dat Dou nog altijd vooral wordt bewonderd omdat hij zo 'knap schilderde'. Dat is waar, maar doet de schilder geen recht, vindt hij. Evenmin als een strikt theoretische uitleg van de schilderijen waarbij de symbolische betekenis voorop staat. Het gaat ook om de sfeer van intimiteit die Dou oproept, zegt Vogelaar: 'Hij schilderde de poëzie van het alledaagse leven.'

Het mensbeeld dat Gerrit Dou ons aandraagt, de intieme en levendige alledaagsheid van de burger, bestaat juist uit een balans tussen de kwaliteit van zijn technisch talent, de intellectuele gelaagdheid en de levenswaarden die zonder opzichtigheid worden verbeeld - in gelijke mate.

Gerrit Dou: The Leiden Collection from New York. 9/3 t/m 31/8 De Lakenhal, Leiden. lakenhal.nl

Oogbedrieger

Gerrit Dou (1613-1675) schilderde naar de werkelijkheid, maar ook weer niet helemaal: in veel schilderijen plaatste hij de voorstelling in een stenen 'nis' - een halfrond venster waarop de spullen zijn uitgestald, meisjes leunen en poezen soezen. Zo'n nis is een trompe-l'oeil, een oogbedrieger waardoor je nog meer denkt naar echte dingen te kijken, in plaats van naar verf. Hij nam dit architectuurmotief over van de Vlaamse primitieven, maar paste het heel anders toe: veel alledaagser, als een vertrouwde kraam of het huis van de buurvrouw. De nis creëert een dubbel effect: het schept afstand en maakt de voorstelling tegelijk vertrouwd, 'speciaal voor jou', door het kader dat is aangebracht. Soms werden er luiken voor het schilderij aangebracht in de huizen van verzamelaars, waardoor het karakter nog intiemer werd.

undefined

Meer over