Handbalteam moet het van uitzendkrachten hebben

De Nederlandse internationals spelen bijna allemaal bij topclubs in het buitenland. Dat botst nogal met de voorbereiding op belangrijke duels.

ROTTERDAM - Bijna alle internationals spelen bij mooie clubs in het buitenland met prima trainers in sterke competities en leren daar heel veel. De droom van Henk Groener hen naar Nederland te halen en een eigen programma te laten volgen heeft bij de bondscoach plaats gemaakt voor nieuw realisme. 'Wij moeten het maar doen in de week die we samen hebben.'


Zaterdag winnen de Nederlandse handbalsters in een chaotisch duel met 40-28 van Turkije. De marge van twaalf doelpunten biedt perspectief op een gunstig resultaat voor de return in Istanbul en op deelname aan het WK in Brazilië. Als Nederland daar bij de eerste zeven eindigt, mag de ploeg deelnemen aan plaatsingswedstrijden voor de Olympische Spelen van 2012 in Londen.


Een paar dagen trainen en twee oefenpotjes tegen Polen. Het was een schaarse voorbereiding voor het treffen met Turkije, waarin zoveel op het spel stond. Want handbal is een sport van afspraken en ingeslepen automatismen en vraagt om nauwgezette afstemming.


Eigenlijk was er sprake van eenzelfde situatie als vorig jaar voor het EK-kwalificatieduel in Litouwen. Toen sprak Groener dat zoiets natuurlijk niet de weg is die je moet bewandelen als je ambities hebt.


Nu vindt de bondscoach het terughalen van de speelsters niet zinvol. Zijn hoop is juist gevestigd op clubs in Duitsland en Denemarken waar Nederlandse speelsters zich verder kunnen ontwikkelen. 'Zo lang we geen geldbuidel hebben en kunnen zeggen: kom terug je hebt er financieel baat bij, hoeven we daar niet aan te denken. Voor de meiden draait het om professioneel handbal. Het is hun werk.'


Het schrale programma dat hij de internationals nu biedt wordt vooralsnog niet gedwarsboomd door de penibele positie waarin het Nederlands Handbalverbond zich bevindt. Nu nog niet wordt voldaan aan de kwaliteitseisen waarop het NOC*NSF al zo langer hamert, maakt de sportkoepel geen gelden over. Dat betekent dat de bond niet langer aan de financiële verplichtingen kan voldoen. 'Afgelopen week heeft prestatiemanager Roelant Oltmans van het NOC*NSF gezegd dat men onze ambitie en het talent herkent en ons blijft steunen', zegt Groener. 'Ik maak me dus geen zorgen.'


In het Topsportcentrum van Rotterdam treedt Nederland tegen Turkije aan met speelsters die op Debbie Bont na in het buitenland actief zijn. Er wordt veel heen en weer gerend, dat werkt een rommelig wedstrijdbeeld in de hand. De verdediging is weinig attent, keeper Marieke van der Wal houdt aanvankelijk geen bal tegen, spelverdeler Maura Visser heeft haar dag niet en Laura van der Heijden weet geen raad met de Turkse sterspeelster Yeliz Özal.


Als Willemijn Karsten in het veld verschijnt en laat zien hoe je Özal moet aanpakken, is de angel uit de Turkse aanval verdwenen. Nadat de verdediging vanaf diep in de tweede helft offensiever gaat spelen en meer lef toont wordt het ruime verschil gemaakt.


Een opvallende rol is weggelegd voor Bont (20). De speelster van VOC Amsterdam verdedigt goed, is met zes goals trefzeker en is slim. Ze zou zo in de Duitse of Deense competitie aan de slag kunnen. 'Debbie moet die stap maken als ze er ook sociaal aan toe is', vindt Groener. 'Qua handbal kan het, maar je moet ook kunnen leven in een vreemd land. Ze is een Volendamse en daar telt het familieleven zwaar.'


Groener blijft op zoek naar meiden met een gedeelde ambitie. Geen speelsters die zeggen: ik wil graag het oranje shirt dragen, maar meiden die met een oranje shirt ook nog eens veel willen bereiken. Die bereid zijn keuzes te maken. 'Als je dat blijft doen en stimuleren, dan zie je de ontwikkeling.'


De ploeg heeft zeker wel progressie gemaakt, zegt Groener. 'Toen ik Sjors Röttger als bondscoach ben opgevolgd, hoorde je voor de play-offs tegen Oekraïne: als het er echt om gaat dan gaat het fout. Dat zat in de beleving van de meiden. We hebben dat om kunnen draaien. Maar nog steeds hoor je ze zeggen: die of die tegenstander vinden we heel sterk. Dan denk ik: nou, het zal wel.'


Natuurlijk sprak Groener in de voorbereiding van de confrontatie tegen Turkije met zijn speelsters over Özal, de enige Turkse international die als prof in het buitenland (Roemenië) werkzaam is. 'Maar ik zei ook: weten jullie over wie zij praten? Over Nycke Groot, over Pearl van der Wissel, Maura Visser, noem maar op. Ik zei: je moet ook naar je eigen kracht kijken. Langzamerhand dient dat bewustzijn wel eens te gaan groeien. Je hoeft niet naast je schoenen te lopen, maar je mag wel uitstralen dat we gewoon een goede ploeg hebben.'


Meer over