Handbalsters willen op EK `geen gekke dingen doen¿

De relatief jonge speelsters van het nationale team doen het goed op het EK in Noorwegen.

AMSTERDAM Een dag later is de ergernis nog steeds voelbaar bij de Nederlandse handbalsters. De nederlaag tegen Duitsland had voorkomen kunnen worden, klinkt het zelfverzekerd aan de andere kant van de lijn. Maar het gebeurde woensdag wel, tijdens het tweede EK-duel in het Noorse Larvik.


Een slappe tweede helft en een wel erg strikte arbitrage, waardoor Nederland vijf minuten continu in ondertal kwam te staan, leverden het onoverbrugbare verschil op. Maar toch: drie punten te kort komen tegen een land dat met de eigen competitie twee nationale ploegen gemakkelijk kan vullen, het had slechter gekund.


Waren Henk Groener en zijn speelsters immers niet zonder verwachtingen naar Noorwegen vertrokken? 'Ik heb inderdaad gezegd dat het al een hele prestatie was dat we tot de beste zestien landen van Europa behoren', erkent Diane Lamein aan het eind van de rustdag.


De 30-jarige routinier had met haar opmerking ook de zwaarte van het toernooi willen onderstrepen. Succes behalen bij het EK geldt als een lastiger klus dan bij het WK, omdat Europa het handbal domineert. En nu is Nederland haast zeker dat het zich vanaf zaterdag ook tot de beste twaalf EK-teams mag rekenen.


Met de ruime overwinning op Oekraïne (25-13) in het achterhoofd kan de volgende ronde nauwelijks nog in gevaar komen. Alleen als vandaag met ruime cijfers wordt verloren van Zweden en Oekraïne Duitsland verslaat, gaat er een streep door de busreis naar Lillehammer.


In de voormalige olympische gaststad wacht eventueel een nieuwe driekamp, tegen de sterksten uit groep D. Lamein weet waaruit de tegenstand straks kan bestaan. Maar of Frankrijk of Slovenië zich nog voegt bij Noorwegen en Hongarije, het is haar om het even.


Als de aanloopfase iets duidelijk maakt, is het wel de onvoorspelbaarheid van het toernooi. Wereldkampioen Rusland verliest van Montenegro, de Françaises lijken geen schim van de runner-up van het vorige WK. 'Ik ga er niet eens aan denken wie we nog kunnen tegenkomen, want het valt simpelweg niet te voorspellen', zegt Lamein.


De aanjager van de ploeg hoopt na het sterke begin dat Nederland niet ineens wonderen gaat verwachten van de ploeg die is opgekrabbeld uit de goot. Na de sensationele vijfde plaats bij het WK 2005 werd een jaar later gerekend op een grootse EK-prestatie. Het werd, na drie nederlagen, een aftocht via de achterdeur.


Sindsdien ging elk titeltoernooi aan Nederland voorbij. Lamein: 'De rest was er wel steeds bij. En al die landen hebben zich daardoor ook verder kunnen ontwikkelen.'


De selectie van Groener, die begin 2009 het stokje overnam van Sjors Röttger, stippelde noodgedwongen op eigen kracht zijn marsroute uit. Het niet kunnen deelnemen aan de belangrijkste toernooien, waar Nederland zich zou kunnen optrekken aan sterke tegenstand, was een gemis. Maar dat gemis blijkt wellicht toch minder groot dan gedacht.


Lamein wijst, net als de twee jaar geleden gestopte en weer teruggekeerde Debbie Klijn, op de persoonlijke groei van de speelsters. Laura van der Heijden (20) was tegen Duitsland topscorer, haar even oude rechterflankgenote Debbie Bont houdt zich ook al moeiteloos staande op haar eerste grote toernooi.


Met een gemiddelde van 23 jaar loopt de selectie ver achter bij dat van Duitsland dat pakweg rond de 28, 29 ligt. Het is het gevolg van de generatiewisseling na het WK 2005 en de handbalacademie die in korte tijd een aantal talenten uitspuwde.


Het talent in het team compenseert voor een groot deel het gebrek aan internationale ervaring, zeggen Klijn en Lamein. Ze wijzen er ook op dat de helft van de selectie onder contract staat bij een club uit de Bundesliga. Veelzeggender: een overgroot deel daarvan is basisspeelster.


Het zijn statistieken die tellen, volgens Lamein. Met keepster Klijn behoort ze tot de drijvende krachten van de Duitse koploper Buxtehuder SV. De Bundesliga lijkt immers op weg de Deense liga op termijn af te lossen als de nummer één handbalcompetitie van Europa.


Sinds de economische crisis om zich heen sloeg, betaalt het Scandinavische land een hoge prijs voor het fors investeren in buitenlandse sterren. In de GuldBageren Ligae kon het geld een paar jaar geleden nog niet op. Nu herbergt de Nederlandse EK-selectie slechts een Deense clubspeelster: Maura Visser van KIF Vejen.


De achtervang bij de Duitse geldschieters bleek een stuk groter. 'Ze hebben daar geen gekke dingen gedaan', verklaart Lamein. Ze lacht erbij. Geen gekke dingen doen, dat is precies wat Nederland zich heeft voorgenomen dit EK.


Meer over