NIEUWS

Halsema biedt excuses aan voor slavernijverleden Amsterdam

De Amsterdamse burgemeester Femke Halsema heeft namens het stadsbestuur excuses aangeboden voor het slavernijverleden van de stad. ‘Verzoening rond een gedeeld verleden maakt ruimte voor een gezamenlijke toekomst,’ zei ze bij de landelijke slavernijherdenking in het Amsterdamse Oosterpark.

Burgemeester Femke Halsema spreekt tijdens de landelijke herdenking in het Oosterpark van het slavernijverleden.  Beeld ANP
Burgemeester Femke Halsema spreekt tijdens de landelijke herdenking in het Oosterpark van het slavernijverleden.Beeld ANP

Amsterdam is hiermee de eerste Nederlandse stad die excuses maakt voor het eigen slavernijverleden. ‘Het is tijd om het grote onrecht van de koloniale slavernij te metselen in de identiteit van onze stad. Met een ruimhartige en onvoorwaardelijke erkenning’, aldus Halsema.

Dat de Amsterdamse burgemeester vandaag excuses zou aanbieden, werd algemeen verwacht. Twee jaar geleden besloot een meerderheid van de Amsterdamse gemeenteraad al dat dit moest gebeuren. Halsema wilde toen eerst een historisch onderzoek laten doen naar de precieze rol van het stadsbestuur. Vorig jaar had de herdenking vanwege corona een sober karakter en ging het bijbehorende Keti Koti-festival niet door.

Stadsbestuur

Uit het onderzoek, in september als boek gepubliceerd onder de titel De slavernij in Oost en West, blijkt kort gezegd dat het Amsterdamse stadsbestuur tot zijn nek in de slavenhandel en slavenarbeid zat. Van de 139 mannen die tussen 1578 en 1795 burgemeester waren, was de helft óók bestuurder van de VOC en/of de WIC of van de Sociëteit van Suriname, de particuliere beheerder van de kolonie Suriname. Ook de schepenen – vergelijkbaar met wat nu de wethouders zijn – hadden belangen in deze ondernemingen.

‘De stadsbestuurders en regenten die destijds uit winstbejag en machtshonger deelnamen aan de handel in tot slaafgemaakten, verankerden daarmee ook een systeem van onderdrukking op basis van huidskleur en ras’, zei Halsema in haar toespraak op donderdag. ‘Het verleden waaruit onze stad ook nu nog haar onmiskenbare handelsgeest put is dan ook ondeelbaar met het hardnekkige en nog altijd woekerende racisme.’

Ze benadrukte dat ‘geen enkele nu levende Amsterdammer’ schuld heeft aan het verleden. ‘Als bestuur nemen wij wel onze verantwoordelijkheid hiervoor.’ Voor de actieve betrokkenheid van het stadsbestuur bij het slavernijsysteem biedt ze ‘namens het college van burgemeester en wethouders, excuses aan.’

Black Lives Matter

De aandacht voor het Nederlandse slavernijverleden en de daaruit volgende roep om excuses groeide de afgelopen jaren in hoog tempo. Mede door Black Lives Matter, de demonstraties die tienduizenden mensen op de been brachten in Nederland en de groeiende antiracismebeweging in ons land, proberen naast historici ook musea het koloniale verleden vollediger te belichten en de directe relatie met het hier en nu inzichtelijk te maken.

Op donderdag adviseerde het adviescollege dialooggroep slavernijverleden, dat vorig jaar juli is ingesteld door het inmiddels demissionaire kabinet, de Nederlandse regering om ook excuses te maken voor het slavernijverleden. De commissie beveelt ook aan om bij wet vast te leggen dat ‘dit historische onrecht’ en de gevolgen daarvan zoveel mogelijk worden hersteld.

‘Excuses zijn een fundamentele vorm van erkenning ’, zei bestuursvoorzitter Linda Nooitmeer van NiNsee eerder tegen deze krant. ‘Nazaten van slaafgemaakten pleiten er al voor, sinds het verschijnen van Wij Slaven van Suriname van schrijver Anton de Kom in 1934.’ NiNsee is de organisatie achter de Keti Koti-viering op 1 juli en herdenking. Nooitmeer: ‘Excuses zijn dé manier om zichtbaar te maken welk leed er door de trans-Atlantische slavenhandel en slavernij is veroorzaakt en hoe dat nog altijd doorwerkt in het heden.’

Londen

Amsterdam voegt zich zo als eerste Nederlandse stad bij een langere lijst van steden, landen en Amerikaanse staten die al excuses maakten voor hun slavernijverleden, waaronder Londen, Liverpool, Ghana en Benin. Ook Rotterdam en Utrecht hebben een onderzoek naar hun eigen slavernijverleden laten uitvoeren, Den Haag gaat dit nog doen. Onderzoekers maakten woensdag bekend dat Utrecht, net als Amsterdam, flink heeft geprofiteerd van zijn belangen in de slavernij.

Toch voelt de Nederlandse staat er nog altijd niets voor om op nationaal niveau excuses te maken voor het Nederlandse aandeel in de slavernij. In een debat met de Tweede Kamer vorig jaar juli zei (inmiddels demissionair) premier Rutte te vrezen dat de samenleving hierdoor ‘verder polariseert’. Meerdere ministers spraken al wel over ‘diepe spijt en berouw’.