Hallucinerende beeldencocktail

Amie Dicke waakt er in de tentoonstelling Nabeeld voor een one trick pony te zijn.

Het is een van de grootste uitdagingen voor een kunstenaarstalent. Niet alleen: hoe kom ik aan mijn geld? Maar ook: hoe maak ik duurzaam carrière; hoe voorkom ik dat ik na een vliegende start eindig als eendagsvlieg?

Amie Dicke (1978) maakte zo'n vliegende start. Zij had zelfs in snel tempo zo'n succes in binnen- en buitenland, dat haar naam synoniem dreigde te worden voor magazine cutout. Dat is een tijdschriftpagina met een beeldschoon, vrouwelijk model erop, door Dicke zo behendig en uitvoerig met een mes bewerkt dat van de afbeelding alleen nog een ragfijn lijnenpatroon resteert. Niet voor niets spraken en spreken de magazine cutouts een groot publiek aan. Ze zijn voor meerdere interpretaties vatbaar: als kritiek op een overdreven schoonheidscultus en als toonbeeld van vergankelijkheid. Tegelijk zijn ze met hun elegante art deco-gatenpatronen zelf betoverend mooi, bungelend op de rand van kunst en design.

Maar Dicke is ermee opgehouden. Slechts een enkele cutout is te zien op haar eerste, grote solotentoonstelling Nabeeld in het GEM Den Haag: de gigantische vampier Isabelli (2004). Dapper, en terecht, waakt Dicke ervoor een one trick pony te worden.

Her en der werd de afgelopen tijd al een andere Dicke zichtbaar. In de Paviljoens in Almere bijvoorbeeld, waar ze op een groepstentoonstelling een trein van suikerklontjes en hotelzeepjes liet zien. Aangetroffen in een gastatelier, na de oorlog verzameld door een tweetal Joodse onderduikers. De achteloos op de grond geplaatste klontjes en zeepjes, de halfvergane logo's van hotels en cafés veroorzaakten een verwarrende wolk van pijnlijke geschiedenis en zoete reisherinneringen.In de onlangs in Den Haag geopende solotentoonstelling gaat Dicke verder op dit pad. Verspreid over de zalen en gangen van het GEM staan spaarzaam wat oudere werken. De meeste aandacht gaat uit naar twee grote ruimtelijke ingrepen, een in de bovenzaal en een in de benedenzaal. Met die ingrepen tart Dicke de routineuze blik van de museumbezoeker. Niet een serie objecten speelt de hoofdrol, zoals gebruikelijk en verwacht, maar de plek zelf.

Dat doorgaans veronachtzaamde, museale decor heeft meer te vertellen dan gedacht. Dicke stopt de gaatjes in de muur met goudverf, zodat kleine wonden zichtbaar worden, die getuigen van de schilderijen uit voorgaande tentoonstellingen en die en passant herinneringen oproepen aan de reeks tentoonstellingen daarvoor.

Dicke heeft ook een serie oude vitrinekasten van Berlage, de architect van het Gemeentemuseum, op zaal gezet, luchtig gevuld met visnet, om de sporen zichtbaar te maken van alles wat ooit in de vitrines is uitgestald. Zo maakt ze de bezoeker bewust van het rijke en lange verleden van het instituut museum in het algemeen en van het Gemeentemuseum in het bijzonder. Even vanzelfsprekend vraagt dat rijke en lange verleden erom met zorg en respect te worden bejegend, niet door botte bezuinigingen en kortetermijndenkers te worden uitgewist.

Verweeft Dicke de bezoeker in de bovenzaal subtiel met de geschiedenis en het geheugen aan die plek, in de benedenzaal haalt ze de buitenwereld naar binnen. Daar weerspiegelt een enorme vijver met een half verzonken papiertapijt de waterlelievijver voor de deur. Het biedt ook een mengelmoes van vervagende brandhaarden, van beeldschone modellen en van afbeeldingen van het museumgebouw.

Net als de cutouts is dit liggende en levende, want voortdurend van kleur veranderende schilderij voor meerdere interpretaties vatbaar. Als een melancholie van herinneringen, als welhaast bijbelse relativering van het hier en nu, als beeld van kwetsbaarheid en vergankelijkheid. En net als bij de cutouts is deze beeldencocktail tegelijk hallucinerend mooi.

Desondanks word je je op de weg terug naar boven, stuitend op Naked/Nude (2010), bewust van een zacht schrijnend gemis. Met zo veel kracht en brutaliteit heeft Dicke in Naked/Nude haar mes gezet in een compleet, duimendik modetijdschrift, dat de vellen papier als ingewanden naar buiten puilen en de messcherpe sneden pijn doen aan je ogen. De passie, de diep gewortelde frustratie springen ervanaf.

Dat is bij de nieuwe werken toch anders. Hoewel de titel van de vijver The battle of magenta (2012) is, is van strijd en passie nauwelijks sprake, een flard van vrijblijvendheid loert mee.

Credit: Nabeeld. GEM, Den Haag, t/m 6/1/2013 gem-online.nl

Extra: Vergankelijkheid

Amie Dicke wilde zichzelf met haar eindexamenwerk de kunstenaarshemel in parachuteren. Onder de titel 'How Sweet is the Space Between My Legs' maakte ze een afgietsel in suikergoed van de ruimte tussen haar benen. Zoals te verwachten, is de suiker vergaan en resteert van het werk alleen nog de herinnering. Zo ontdekte Dicke het thema vergankelijkheid, dat een rol speelt in haar beroemde magazinecut outs - met mes bewerkte plaatjes van fotomodellen.

undefined

Meer over