Half Frankrijk vindt dat deze moslim (niet) deugt

De charismatische moslimprediker Tariq Ramadan geldt als de meest omstreden intellectueel van Frankrijk. Onder moslimjongeren in de buitenwijken is hij populair, de politieke en journalistieke elite van het land wantrouwt hem....

Door Fokke Obbema

'Het is een enge sekteleider. Hij vertegenwoordigt ons absoluut niet. Niemand hoeft ons te zeggen wat we wel en niet moeten doen', zegt de 29-jarige Fatima, een goedlachse secretaresse in een meubelbedrijf.

'Ik ben het op de meeste punten wel met hem eens. De media zijn alleen maar bezig hem onderuit te halen door zijn uitspraken uit hun verband te trekken', meent de 25-jarige Chui, een hippe studente aan de lerarenopleiding.

Op de kleurrijke markt van Saint-Denis geven beide vrouwen, belijdende moslima's zonder hoofddoekje, hun mening over Tariq Ramadan. In deze voorstad van Parijs kent iedereen hem. De 42-jarige Zwitserse prediker heeft er zijn Franse hoofdkantoor, een bescheiden vertrek op een onopvallende binnenplaats.

Zijn bekendheid dankt hij aan zijn regelmatige bezoeken aan Saint-Denis, zoals hij in de afgelopen tien jaar zoveel Franse voorsteden bezocht om jongeren uit te leggen hoe zij als deugdzame moslim in een niet-moslimland kunnen leven. Zijn gehoor hangt bij die gelegenheden aan zijn lippen, alsof de profeet zelf spreekt.

Bovenal heeft Ramadan bekendheid gekregen door zijn tv-optredens, waarin hij zijn critici vakkundig van repliek dient. Alle vragen die suggereren dat hij een gevaarlijke fundamentalist is, pareert hij met veel omhaal van woorden en een glimlach. Zijn achterban is vol bewondering voor deze mediagenieke prater, die zij als hun vertegenwoordiger op het hoogste niveau van het publieke debat beschouwen.

'De politici willen ons hun versie van de islam opleggen en Ramadan verzet zich daartegen', stelt een 50-jarige marktkoopman met een grijs, wollen petje, die niet met zijn naam in de krant wil.

'Ramadan zegt de waarheid over Israël, maar dat mag niet in Frankrijk, want dan ben je meteen antisemiet', vult zijn 24-jarige collega Nabil aan, een goedmoedige dikzak in trainingspak. 'Hij wordt als een gevaar gezien, omdat hij afrekent met het clichébeeld van de Arabier, die niet verder komt dan: ''Ik niet kan werken.'' Hij is een intellectueel met grote verbale kwaliteiten', zegt de boekverkoper in het lokale islamitisch cultureel centrum.

Dat enthousiasme van moslims aan de basis krijgt bescheiden bijval in bepaalde linkse kringen. Ramadan deugt, menen de andersglobalisten, enkele antiracistische pressiegroepen en de hoofdredacteur van Le Monde Diplomatique. Zij zien in Ramadan een ideale bruggenbouwer naar gediscrimineerde moslimjongeren die zich op hun geloof terugtrekken.

De voormalige Derde Wereld-activist Ramadan, die er op sociaal terrein linkse ideeën op nahoudt, onderneemt in hun ogen sympathieke pogingen de moslims meer zelfvertrouwen te geven. Met zijn stelling dat het mogelijk is een trotse moslim én Fransman te zijn, is niets mis, vinden zij. Volgens hen kan Ramadan een belangrijke rol spelen bij het tot stand brengen van een Europese, gematigde variant van de islam.

Dat ziet het brede en luidruchtige front van Ramadan-critici bepaald anders. Die beschouwen hem als een gevaarlijke fundamentalist met een dubbele agenda, een wolf in schaapskleren die gedachtegoed verspreidt waarmee terroristen aan de haal kunnen gaan. 'Een aardige jihadstrijder' is hij zelfs wel genoemd, iemand die er zijn hand niet voor omdraait 'spijkerhard te liegen op televisie'.

Voor zover hij de indruk wekt een moderne moslim te zijn, menen de critici, is dat bedoeld om niet-moslims zand in de ogen te strooien. Hij zou zich bedienen van het theologische leerstuk van de 'taqiyya', dat het liegen tegen niet-moslims legitimeert. Zijn linkse medestanders zouden voor hem niet meer dan goedgelovige 'nuttige idioten' zijn.

Tot de oprichting van een Comité van Waakzaamheid tegen Ramadan is het nog net niet gekomen, maar verder zijn inmiddels alle middelen ingezet om hem te ontmaskeren. Boeken, opinieartikelen en tv-programma's dienden allen hetzelfde doel: het leveren van het definitieve bewijs dat Ramadan niet te vertrouwen valt.

Zelf ontkent hij alle gesuggereerde banden met terroristen, wijst hij op zijn stelselmatige veroordelingen van op de islam geïnspireerde aanslagen en op zijn afkeer van geweld op grond van een geloof. Ook beroept hij zich erop dat hij op tv, ten overstaan van zes miljoen kijkers, met de minister van Binnenlandse Zaken mocht debatteren.

Dat de Amerikaanse autoriteiten hem op basis van de Patriot Act vorig jaar zomer weigerden het land binnen te laten om hoogleraar aan een katholieke universiteit te worden, bewijst voor hem slechts het succes van de desinformatiecampagne.

Welke van de twee kampen heeft de waarheid aan zijn zijde? Of ligt die ergens in het midden? Het belang van de controverse is groot in een tijd waarin de vraag welke moslims nu wel en welke niet deugen, voortdurend wordt gesteld.

Tariq Ramadan wordt in 1962 in Zwitserland geboren. Zijn moeder is de dochter van Hassan-al-Banna, de Egyptische grondlegger van de eerste fundamentalistische islambeweging, de Moslimbroederschap. Zijn vader Saïd is de beoogde opvolger van zijn grootvader. Die laatste wordt nog voor de geboorte van Tariq vermoord. Vader Saïd ziet zich door de Egyptische repressie van de Moslimbroeders gedwongen eind jaren vijftig naar Genève uit te wijken. Daar zet hij een Islamitisch Centrum op, dat nog altijd bestaat.

Afstand van het gedachtegoed van zijn grootvader neemt Ramadan maar gedeeltelijk. Hij bewondert diens strijd voor de armen in de samenleving en diens afkeer van geweld, maar is het oneens met de stelling van zijn opa: 'De koran is onze grondwet.'

Na zijn studies Franse literatuur en filosofie in Genève wordt Ramadan in 1986, op 24-jarige leeftijd, decaan op een middelbare school. In dat jaar trouwt hij ook met een Française, die zich tot de islam bekeert en met wie hij vier kinderen krijgt.

Zijn interesses als twintiger zijn vooral de school, voetballen (hij wordt bijna professional) en hulp aan ontwikkelingslanden: zijn leerlingen stelt hij in staat daar vrijwilligerswerk te doen, onder meer bij Moeder Teresa. Eind jaren tachtig neemt de islam hem meer in beslag, wat in 1991 en 1992 resulteert in een studie islamitische wetenschap aan een Egyptische universiteit.

Terug in Genève krijgt hij een uitnodiging van de islamitische jongerenorganisatie UJM uit Lyon. Deze groepering eist het recht op openlijk voor haar religieuze identiteit te mogen uitkomen. Haar assertieve opstelling sluit precies aan bij wat de kleinzoon van Hassan-al-Banna voor ogen staat. Hij houdt zijn gehoor voor dat moslims af moeten van hun slachtofferrol. Op basis van de oorspronkelijke bronnen van de islam, waartoe ook zijn opa zich wendde in diens strijd tegen het kolonialisme, moeten moslims hun houding in de westerse wereld bepalen.

In de ogen van Ramadan beperkt religie zich niet tot de privésfeer, zoals de Franse traditie wil, maar wordt ook het maatschappelijk handelen van de moslim erdoor bepaald.

Aan die zelfbewuste boodschap blijkt bij een deel van de moslimjeugd in de voorsteden behoefte. Ramadans ster rijst snel, dankzij zijn optredens en zijn cassettebandjes over alle denkbare levensvragen. Die verkopen uitstekend, circa 50 duizend stuks per jaar. Daarnaast schrijft de uiterst productieve Ramadan een twintigtal boeken, honderden artikelen en duikt hij steeds vaker in de media op.

Zijn doorbraak naar nationale bekendheid komt in november 2003, wanneer hij het in een live tv-debat opneemt tegen een andere rijzende ster, Nicolas Sarkozy, op dat moment minister van Binnenlandse Zaken. Die valt Ramadan aan over zijn opvatting inzake het stenigen van overspelige vrouwen.

Waar de tv-kijker een keiharde veroordeling verwacht, komt Ramadan niet verder dan een 'moratorium': een opschorting om later tot afschaffing over te gaan. De prediker mag daarna nog zo vaak uitleggen dat het politiek correcte antwoord te gemakkelijk zou zijn geweest ('het gaat mij er om invloed te hebben in kringen waar het ertoe doet'), het kwaad is geschied.

Bij de intellectuele elite valt hij door een andere affaire uit de smaak: zijn polemische aanval op de belangrijkste joodse intellectuelen, de filosofen Bernard-Henry Lévy en Alain Finkielkraut voorop. Die zouden zich bij al hun bespiegelingen over de internationale politiek laten leiden door de belangen van de staat Israël. Zij zijn niet de universalistische intellectuelen die zij pretenderen te zijn, maar verdedigers van een deelbelang.

Die beschuldiging wordt in invloedrijke joodse kringen zeer hoog opgenomen, vooral omdat zij afkomstig is uit de mond van een Arabier met de reputatie zelf voor zijn eigen gemeenschap te spreken.

Bernard-Henri Lévy haalt het grofste geschut van stal en beschuldigt Ramadan van antisemitisme, waarbij hij gemakshalve aan alle bewijzen van het tegendeel voorbijgaat. Dat het Ramadan is geweest die in de Israëlische krant Ha'aretz het betreurde dat zo weinig moslims zich tegen de holocaust en tegen antisemitische daden uitspreken, doet voor Lévy niet ter zake.

'Ik ken hem heel goed. Tariq is geen antisemiet', zegt Esther Benbassa, hoogleraar moderne joodse geschiedenis aan de Écoles Pratiques des Hautes Études in Parijs en verbonden aan het Wassenaarse onderzoeksinstituut NIAS. Zij heeft geen enkele moeite met Ramadans bewering dat joodse intellectuelen zich met Israël verbonden voelen: 'We moeten dat gewoon onder ogen zien.'

Dat betekent niet dat zij onkritisch over Ramadan is. Regelmatig ging zij met hem in debat, telkens raakte zij gefrustreerd over zijn onvermogen een dialoog aan te gaan. 'Tariq is helemaal geen intellectueel, zoals Edward Saïd dat was: iemand die bereid is te twijfelen. Je moet hem eerder vergelijken met een Amerikaanse tv-evangelist. Hij is een prediker, die voortdurend naar de banlieues gaat om uit te leggen hoe je als moslim moet zijn.'

Het 'primaire anti-islamdenken' dat veel Ramadan-critici kenmerkt, wijst zij af. 'Het heeft er alle schijn van dat alle angsten die de Fransen over de islam hebben, zich in de afgelopen tijd op hem zijn gaan richten.' Evenzeer betreurt zij het dat Ramadan nooit is ingegaan op haar plan een joods-Arabische dialoog op te zetten op het moment dat de spanningen tussen beide bevolkingsgroepen in Frankrijk hoog opliepen. 'Hij wilde dat niet. In het begin denk je dat je met hem kunt samenwerken, maar dat blijkt niet te gaan. Hij is enigszins autistisch en zeer met zichzelf ingenomen.'

Tussen Frankrijk en Ramadan ziet ze het voorlopig niet meer goed komen. 'Voor je reputatie is het in Frankrijk nu zelfs gevaarlijk als vriend van Ramadan te worden gezien.'

Zelf maalt ze daar niet om, in december sprak ze hem nog uitvoerig in Barcelona. Als gevolg van het media-offensief tegen hem maakte hij een depressieve indruk, zegt ze. 'Voor hem zou het het beste zijn wanneer hij alsnog naar de VS zou kunnen vertrekken. Daar kun je de rol van prediker wel uitstekend spelen. De Fransen hebben er grote moeite mee. Tariq heeft het geprobeerd en is daarvoor gestraft.'

Tariq Ramadan neemt dinsdag 22 februari deel aan de Tiende Globaliseringslezing. In Felix Meritis in Amsterdam gaat hij in debat met schrijver Tariq Ali en cultuurfilosoof Ad Verbrugge.

Meer over