Haitink laat Achtste zinderen

Het zeventig en eredirigent worden mag bij Bernard Haitink deze maand gepaard gaan met aanhoudend omgevingsgeruis, maar dat neemt niet weg dat er ook muziek wordt gemaakt in het Concertgebouw, en dat daar alle zeilen voor worden bijgezet....

Ruim de helft daarvan werd ingezet voor Mozarts pianoconcert KV 491, en ook dat was al aan de ruime kant. Haitink gebruikte de ruim bemeten strijkersgroep niet gespierde baslijnen of onbeschofte uitbarstingen, wat in KV 491 ook niet voor de hand ligt, maar om de zaak op 'temperatuur' te houden. Hij schiep er ideale klankaureolen mee - ideaal althans voor Andras Schiff, de pianist met wie Haitink in muzikale dialogen was verwikkeld die meer over warme strijkers, stralende blazers en het oppoetsen van de pianotoetsen leken te gaan dan over Mozart, maar dat zal wel een kwestie van smaak zijn.

Sjostakovitsj' Achtste is een symfonie die het niet direct moet hebben van forte-uitbarstingen met loeiend koper en mitraillerend slagwerk, al ontbreken die niet, maar wel van een maximum aan intensiteit en spankracht. Het is een symfonie van het indringende piano.

Wat dat betreft zat men maximum-goed bij Haitink. Beter nog dan verwacht mocht worden op grond van de fraaie opname die hij in 1982 maakte met hetzelfde Concertgebouworkest - dat deze Achtste sindsdien tussen haakjes niet meer heeft gespeeld.

De plaat kwam destijds in de handel met op de hoes vreemd genoeg een affiche van het Rode Leger, in actie onder het motto 'Voorwaarts, de overwinning is nabij'. Ongeveer het enige stemmingsbeeld dat niemand zal afhoren aan deze oorlogssymfonie uit 1943, of je je nu mag rekenen tot de orde der blinde Volkov-gelovigen, of tot degenen die de 'anti-Sovjetmemoires' van Sjostakovitsj (verteld door S. Volkov) met een korrel zout nemen, of tot de laatste communisten van Pekela.

De bodemloze triestheid van deze symfonie heeft een opmerkelijke symfonische lay out, die door Haitink als weinig anderen wordt begrepen. Stemmingsnuances en orkestkleuren houdt de componist van deze Achtste in grote lijnen over vele bladzijden aan. Na het uitbotten van de thematiek in het openings-adagio verstrijkt een eeuwigheid, voor de fluiten zich onmerkbaar in het desolate strijkersverhaal mengen. Als de eerste paukenslag klinkt zijn we al een minuut of twaalf op dreef. Op de eerste bittere climax volgt een knekelzang van de althobo, van een zeldzame lengte en emotionele reikwijdte.

Haitink heeft het met de vordering zijner jaren meer dan ooit in de vingers: het verdelen van expressieve energieën, het geleidelijk aanscherpen en tussentijds weer nuanceren van een muzikale mededeling die tegelijkertijd zeer doet en troost, tot ze uitmondt in zweepslagen of een machinale dans. De laatste maten - een simpel motief, met de klank van definitieve berusting - waren na dat alles hoogst aangrijpend, respectievelijk om niet meer te vergeten. En toen was er geen bal na.

Meer over