Hagenaars willen niets weten van verslaafdenproject in hun buurt

Het gratis verstrekken van heroïne aan een beperkte groep verslaafden mag dan in Amsterdam en Rotterdam geen extra overlast veroorzaken, in Den Haag hebben ze daar geen boodschap aan....

In juli vorig jaar begon in Amsterdam en Rotterdam het landelijke onderzoeksproject waarbij een kleine groep langdurig verslaafden gratis heroïne krijgt. In Rotterdam ontstond aanvankelijk enige commotie onder de omwonenden van het pand waar de verslaafden terecht kunnen voor hun heroïne. Maar na uitleg over de inhoud van het project en goede afspraken over overheidsingrijpen als er overlast zou ontstaan, verstomde het verzet. Ook in Amsterdam veroorzaakt het project tot nu toe weinig problemen.

Maar dat interesseert de bewoners niet van de buurten waar in Utrecht en Den Haag het project nog moet beginnen. In Utrecht liepen boze bewoners begin vorige week weg toen de wethouder zijn besluit kwam toelichten. Ze wilden inspraak, maar kregen die niet. De bewoners dreigen nu met de Raad van State.

In Den Haag bleven de bewoners vorige week donderdag de voorlichtingsavond weliswaar uitzitten, maar gisteravond werd toch de eerste vergadering van het actiecomité gehouden. Actieleider Van Alphen voorspelt de Haagse wethouder J. Klijnsma een hete zomer. 'Onze situatie is niet te vergelijken met Amsterdam en Rotterdam. Daar zijn de projecten in het centrum, waar verslaafden toch al overlast veroorzaken. Wij wonen in een rustige buitenwijk.'

Enige commotie had wethouder Klijnsma wel verwacht. Het is immers nog nooit gebeurd dat bewoners staan te juichen als er een verslaafdenproject in hun buurt komt. 'Maar ik ben wel onder de indruk van de angst die mensen hebben voor verslaafden. Ik merk dat velen een heel verkeerd beeld hebben van een verslaafde.'

Dat verkeerde beeld geldt niet alleen de heroïneverslaafde. Omwonenden van het psychiatrisch centrum Rosenburg, waar het heroïneproject in Den Haag wordt gehuisvest, blijken slecht op de hoogte te zijn van wat er vanaf oktober eigenlijk gaat gebeuren.

Zo zijn er buurtbewoners die beweren dat er meer dan honderd verslaafden per dag op af komen. Feitelijk zullen het er echter maximaal vijftig zijn. 'Ze komen wel vier keer per dag hier naartoe', beweert een wijkbewoonster. Ook dat klopt niet. De verslaafden kunnen maximaal drie keer per dag terecht; in Rotterdam en Amsterdam blijkt dit gemiddeld twee keer te zijn.

Dat het project in Den Haag stiekem al lang is begonnen, is ook een fabeltje dat de ronde doet in de wijk. Wethouder Klijnsma noemt het Hendrik Haan-verhalen, daarmee verwijzend naar een gedicht van Annie M. G. Schmidt waarin een simpele lekkende kraan uiteindelijk leidt tot de wildste rampen.

Rector M. Mewissen van het Haagse Hofstadcollege, dat grenst aan het Rosenburgterrein, denkt dat de gemeente zelf schuldig is aan de verkeerde verhalen. 'De informatiebrief van de gemeente was ook wat lang en moeilijk.' Mewissen maakt zich overigens geen zorgen over overlast. 'Het project wordt goed begeleid. Een verslaafde die zich niet aan de regels houdt, wordt uit het project gezet.'

Lid van de bewonersorganisatie Tuinenbuurt, D. Looye, kent de indianenverhalen ook. 'Als mensen emotioneel zijn, luisteren ze niet goed meer', begrijpt hij. Looye ziet het als zijn taak om die verkeerde verhalen de kop in te drukken. Zijn collega uit de Notenbuurt, A. Rooseboom, denkt daar niet over: 'De wethouder komt hier en zegt: ik heb al besloten. Dan denk ik: leg het zelf ook maar uit.'

Rooseboom neemt het de voorzitters uit de andere wijken rondhet psychiatrisch centrum Rosenburg kwalijk dat zij wel begrip tonen voor de komst van het heroïne-experiment. 'Dat soort mensen voelt zich belangrijk, omdat ze met de hoge heren mogen praten.'

Collega Looye uit de Tuinenbuurt ziet dat anders. 'De meeste buurtbewoners komen pas in actie als er een probleem op hun stoep ligt. Voor de rest willen ze in de zonnetje zitten. Daarnaast zijn er een paar gekken zoals ik, die verder willen kijken dan alleen dat eigen stoepje'.

Wat wethouder Klijnsma betreft, moeten de wijkbewoners het heroïneproject slikken: 'Er is geen alternatieve locatie. We kunnen niet alle grootstedelijke problemen in het centrum concentreren.' Ze hoopt dat er toch een draagvlak ontstaat in de wijken.

Meer over