Hagen in de Here

Al op pagina 12 van Bekentenissen, de autobiografie van Nina Hagen, begint de schrijfster over Bethlehem: 'Ik heb het over de geboorte van Jezus. JEZUS! Het licht van de wereld!' Tegen het eind, op pagina 256, is de punkzangeres nog bezig: 'Ik vereer en volg Jezus, de redder, mijn persoonlijke redder en de redder van de wereld.'


Het doet denken aan wat je leest op zelfgemaakte stickers op lantaarnpalen: Hagen is in de Here, laat dat duidelijk zijn, ze maakt geen grapjes. 'Hallelooya', roept ze drie keer per hoofdstuk.


Tussen de wartaal door moeten we proberen iets van een levensbeschrijving te vissen van de zangeres die in de vroege jaren tachtig een grote vrouw werd van de Europese punk. En een vrouw die in Nederland op de voet werd gevolgd, want Nina was (even) met Herman Brood, en later ook nog (iets langer) met diens gitarist Ferdi Karmelk.


Nina Hagen groeide op in Oost-Berlijn en werd beïnvloed door de vriend van haar moeder, de politieke zanger Wolf Biermann. Hagen typeert hem als: 'Een besnorde stijfkop en dwarsligger, een begenadigd politfantast, een rouwdouw voor de rechten van de mens, een vrouwenvriend, een wilde charmeur, een mensenvanger.' Maar net als het leuk wordt: 'Aan de andere kant voelde ik dat Wolfs Jezus een Jezus zonder hiernamaals was, zonder eeuwig leven, zonder God.'


Zo breekt Hagen al haar verhalen af, ook dat over hoe ze werd opgenomen in de punkbeweging. 'Misschien vroeg God me wel: Nini, wil je bij de punkers? Daar ben je veilig voor de vijandigheid van de wereld¿' Over haar moeder: 'Ook nu nog praat ik als ik de kans krijg met mijn moeder over God. Maar zij wil niet met mij over God praten.'


De lezer voelt zich na bijna driehonderd pagina's als moeder Hagen: ongeloviger dan ooit, sufgeluld.


Nina Hagen: Bekentenissen.


Vertaald door Katja Hunfel.


Ten Have; 295 pagina's; € 19,90. ISBN 978 90 259 6101 5.


Meer over