Had Verdonk moeten opstappen?

Minister Verdonk voor Vreemdelingenzaken heeft de Tweede Kamer onvolledig en onjuist geïnformeerd. Ondanks deze politieke doodzonde mag ze aanblijven als minister....

Peter R. de Vries, misdaadverslaggever en oprichter van de PRDV, de nieuwste politieke partij van Nederland: ‘Nee, dit komt de geloofwaardigheid van de politiek niet ten goede. Het is de sorry-cultuur ten voeten uit. Je roept iets, twee dagen later maak je je excuses, je krijgt van iedereen een hand en men gaat weer over tot de orde van de dag. En iedereen vindt dat kennelijk normaal. Als ik minister was, had ik de eer aan mezelf gehouden.’

Directeur John van Tilborg van Inlia, de kerkelijke vluchtingenorganisatie die de affaire aan het rollen bracht: ‘Dat de minister blijft zitten, is nog tot daar aan toe. Maar wat ik echt onaanvaardbaar vind, is dat er geen diepgaand onderzoek komt naar de IND, de immigratie- en naturalisatiedienst. Het is toch stuitend dat deze dienst niet kan terugvinden welke informatie over asielzoekers vóór 2005 is doorgespeeld aan de landen waar ze naartoe zijn uitgewezen. Het moet bij de IND een enorme chaos zijn. Ik snap niet dat de Tweede Kamer niet eist dat de onderste steen boven komt.’

Theo Bestman, visboer: ‘Prima zo. Het gebeurt wel vaker dat ministers een foutje maken en toch aan mogen blijven. Mevrouw Verdonk voert een goed beleid en dat moet ze vooral blijven doen.’

Ed van Thijn, auteur van het boekje De Sorry-democratie; struikelde als minister van Binnenlandse Zaken over de IRT-affaire: ‘Een schaamteloze vertoning. Hoe kan een parlement accepteren dat het onjuist wordt ingelicht. Dit is een enorme kras op het imago van de parlementaire democratie. En een geweldige erosie van het begrip ministeriële verantwoordelijkheid. Maar dit is al heel lang gaande. We raken eraan gewend. Dat is het ergste.’

Tijn Kortmann, hoogleraar staatsrecht in Nijmegen: ‘Of de Kamer vertrouwen heeft in een minister is een subjectieve zaak. Daar kun je als staatsrechtsgeleerde niet zo veel mee. Dit is een populaire minister. Zo vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen zit niemand te wachten op een kabinetscrisis. Dat soort dingen spelen allemaal mee. Dat is nu eenmaal politiek. Met de ministeriële verantwoordelijkheid ligt dat anders. Dat is wel een objectief gegeven. Verdonk is verantwoordelijk voor haar ambtenaren die tegen de regels hebben gehandeld. En dat is helaas geen incident bij het vreemdelingenbeleid. Het had de bewindsvrouw misschien gesierd als ze had gezegd: ik kan niet langer de verantwoordelijkheid dragen voor zo’n knulllige organisatie als de IND. Ik maak plaats voor een minister die misschien wel orde op zaken kan stellen.’

Tjeenk Willink, vice-voorzitter van de Raad van State, schreef in het jaarverslag van de Raad in 2004: ‘Niet opstappen is het bewijs van ministeriële verantwoordelijkheid, maar uitleg geven, het gevoerde beleid verdedigen en (. . .) doeltreffende maatregelen nemen om nieuwe misslagen te voorkomen.’

Linde de la Porte, werkzaam bij Jeugdzorg: ‘Dit kan natuurlijk niet. Als je zulke grote fouten maakt, moet je opstappen. Informatie doorspelen over asielzoekers die daardoor gevaar lopen, is echt onvergeeflijk.’

Jouke de Vries, hoogleraar bestuurskunde in Leiden: ‘De vertrouwenskwestie is geen objectief gegeven. Als de helft plus één vertrouwen in je heeft, kan je blijven zitten. Zo simpel is het.’

Tijn Kortmann: ‘Een parlement dat altijd terugdeinst om de ultieme sanctie toe te passen, verliest het vertrouwen van de bevolking.’

Meer over