Had iemand Pinker iets gevraagd?

Het moet maar meteen in de eerste zin gezegd worden: de in brede kring bewierookte Amerikaanse evolutionair psycholoog Steven Pinker heeft een prul van een boek geschreven....

Maar Pinker heeft ditmaal een missie. The modern denial of human nature, luidt de bijna walgende ondertitel van de dikke pil, die afgelopen week verscheen. En helaas: de hoogleraar van MIT in Boston slaagt er maar niet in de lezer ervan te overtuigen dat het onzin is te denken dat mensen als een onbeschreven blad ter wereld komen, waarop vervolgens ouders en omgeving de contouren van een persoonlijkheid schetsen.

De verklaring daarvoor is simpel. Er is niemand die bij zijn volle verstand beweert dat de menselijke geest bij geboorte een tabula rasa is. Zeker niet in een tijd dat genetische achtergronden van van alles, van erfelijke aandoeningen en intelligentie tot geweldadigheid, dagelijks in het nieuws zijn. Wat, houdt de lezer maar steeds het ongemakkelijke gevoel, bestrijdt Pinker nou wél?

Wie The Blank Slate goed leest, komt tot de conclusie dat dat niet zozeer wetenschappelijke denkbeelden zijn over de rol van aanleg versus de rol van omgeving. De laatste tussenstand is dat het een beetje van allebei is, plus een hoop toeval. Pinker gaat vooral tekeer tegen het doorgeschoten politiek-correcte denken in sommige radicaal-progressieve kringen.

Wie, redeneert Pinker, namelijk gelooft in de principiële gelijkheid van mensen, van zwart en wit, van man en vrouw, van homo en hetero, van misdadiger en vredesactivist, moet wel aannemen dat mensen blanco ter wereld komen. Wie nature niet wil accepteren, moet wel op nurture uitkomen. Als misdadigers niet geboren worden, zoals de correcte opvatting luidt, worden ze gemaakt, door ouders, de samenleving, door de economische omstandigheden.

Waarna Pinker tirade na tirade produceert over de onhoudbaarheid van het gedachtengoed van zijn zelfverzonnen vijand. Er zijn, toont hij met een stortvloed aan onderzoeksresultaten aan, wél inherente mentale verschillen tussen mannen en vrouwen, homo's en hetero's, zwarten en witten, criminelen en nette burgers. Minstens de helft van onze eigenschappen en gedragingen, schat Pinker samenvattend, berusten op aangeboren eigenschappen, op aanleg. Wie dat ontkent, leeft in een schijnwereld, probeert op te voeden wat niet op te voeden is, en te onderdrukken wat nu eenmaal aanleg is.

Maar al schrijvend schildert Pinker vooral zichzelf in de hoek. Het menselijke genoom, noteert hij, kan onmogelijk de gehele geest definiëren of zelfs maar het grondplan van al onze neuronen bepalen. Bij de aanleg van een nieuw mensenbrein staat de vrucht al bloot aan allerlei externe invloeden, deels zelfs volstrekt toevallig. Anderzijds kunnen eeneiïge tweelingen griezelig hetzelfde zijn, zelfs als ze gescheiden zijn opgegroeid. 'De roulette van de neurale ontwikkeling', noemt Pinker het.

Het hele nature-nurture debat, concludeert hij uiteindelijk, berust op een schijntegenstelling. Er is volgens hem zoiets als een universele menselijke geest, die echter niet blanco is maar ook niet vol. En wat erop staat, is een mengsel van genetica en toeval. Wie meer dan één kind heeft, had zoiets vast al vermoed.

Maar Pinker haalt hier zichzelf links in. In eerste instantie hanteerde hij immers zelfs een lelijke retorische truc om aan te tonen dat het debat over aanleg en aanleren springlevend is. Wie denkt dat nature-nurture er niet meer toe doet, bevindt zich, aldus nog steeds Pinker, in fraai gezelschap. Van Herrnstein en Murray, bijvoorbeeld, die het beweerden in The Bell Curve (over een lager IQ bij zwarten). Of Thornhill en Palmer in hun A Natural History of Rape (over verkrachting als normaal menselijk gedrag).

Pinker lijkt vooral de critici van die zeer incorrecte boeken te willen bestrijden die destijds van de weeromstuit beweerden dat intelligentie of gedrag niet op aanleg berusten. Dat de meeste critici, ook uit minder progressieve hoek, al ruimschoots gehakt maakten van het zogenaamde bewijsmateriaal van die 'incorrrecte' boeken, lijkt hem te ontgaan. Misschien omdat hijzelf ook meermalen voor racist is uitgemaakt omdat hij op inherente verschillen tussen bevolkingsgroepen wees.

In zijn vorige boeken, waarvan The Language Instinct en het recentere How The Mind Works de bekendste zijn, had Pinker een heldere wetenschappelijke missie: uitleggen wat het brein vermag. Daarvan heeft hij verstand, nog steeds, dat is duidelijk. Met The Blank Slate daarentegen vertilt hij zich op een klassieke manier, door politieke thema's strikt natuurwetenschappelijk te benaderen.

The Man With The Answers Is Back, staat er fier op het achterplat van de Amerikaanse editie. De lezer haalt er ditmaal zijn schouders over op. Had iemand Pinker iets gevraagd, dan?

Meer over