Haarscherpe blik op het interbellum

Belangrijke voetnoot bij een periode uit de geschiedenis die je nog steeds met stomheid kan slaan.

SACHA BRONWASSER

Dans op de Vulkaan - kunst en leven in de Republiek van Weimar

Museum de Fundatie, Zwolle. T/m 15/9. Catalogus 93p., euro 19,95

Een klein boekje is het maar: We Make History. Het verschijnt in 1940 voor het eerst, als de Tweede Wereldoorlog net is begonnen. In het boekje staan 'briljante portretten' die een 'angstaanjagende gekte' tonen, aldus de Australische krant The Sydney Morning Herald, die het recenseert op 4 januari 1941. Goebbels is rattig sluw, Himmler week maar wreed en de karikaturen van Hitler zijn het beste.

Waarom je een tentoonstelling over de Weimarrepubliek zou willen zien, is in één klap duidelijk bij de originelen van die prenten (uit 1935) van de Duitse graficus Richard Ziegler, die zich na zijn vlucht Robert Ziller noemde. Ze hangen in het net heropende Museum de Fundatie in Zwolle op de tentoonstelling Dans op de vulkaan over Duitsland in het Interbellum.

De tijd tussen de twee wereldoorlogen is niet voor het eerst onderwerp van een tentoonstelling, zeker niet hier. Het is het specialisme van directeur Ralph Keuning en de afgelopen jaren maakte De Fundatie al drie solo's van bekende kunstenaars uit dit tijdperk. Paul Citroen, John Heartfield en George Grosz, allen in de eigen collectie vertegenwoordigd.

Nu wordt geprobeerd het hele gespleten tijdperk te schetsen, die ongelooflijk ingewikkelde januskop die de eerste Duitse republiek was. Volop in ontwikkeling, avantgardistisch, vrijgevochten - de straten van Berlijn, de vrouwen met kort haar, de cafécultuur, de groeiende industrie. Maar ook een land in diepe economische crisis, met oorlogsinvaliden, overbevolkte muffe huurkazernes en kindersterfte.

Over twee verdiepingen wisselen die twee gezichten elkaar af, een beetje lukraak lijkt het wel. Van een onderwerp als 'mechanisatie' naar 'vrijetijdsbesteding', van de straten van Berlijn naar de mensen in de stad. Twee lyrische schilderijen van Lovis Corinth bezingen de stad als een neo-impressionistisch vlekkenfeest, Max Beckmann bespot de stijve, dikke burgers. Dankzij goede betrekkingen met de Akademie der Künste in Berlijn kwamen er fantastische bruiklenen los, waaronder meerdere series die het leven in die jaren bijna programmatisch weergeven.

Er zijn de bekende grafische platen 12 Häuser der Zeit, waarin Gerd Arntz archetypes tekende voor het woonhuis, de fabriek, het theater en ook het bordeel. Bernhard Kretzschmar (die later de leraar van A.R. Penck zou worden) tekent de bevolking in een naïef-vileine stijl. En George Grosz is genoegzaam bekend, maar ook bijzonder zijn de modernistische fotogrammen en collages van de grafisch ontwerpster Alice Lex-Nerlinger.

Maar dan die tekeningen, monotypes eigenlijk, van Richard Ziegler. Twee jaar na het aantreden van Hitler gemaakt, haarscherp getroffen staan daar de hoofdrolspelers van het drama te kijk. In te grote, korte broeken, met een naar alle kanten ontploffende snor, wijkende kin, gestoorde ogen, een gezicht waar de machtswellust van afdruipt en onmiskenbaar Hess, Himmler, Goering of de Führer zelf. Ziegler moest natuurlijk vluchten, werd eerst nog in Engeland vastgezet, kon toen zijn boekje publiceren in een paar talen en verdween daarna nagenoeg in de vergetelheid. Pas in de jaren tachtig kreeg hij in de Verenigde Staten als hoogbejaarde zijn eerste solotentoonstelling.

Het Interbellum onder de loep nemen is altijd weer de opmaat naar de Tweede Wereldoorlog schetsen, het kan niet anders. Dans op de vulkaan laat zien dat kunstenaars dat gistende Duitsland optekenden op straat, in de kroeg, bij de mensen. Ze waarschuwden, jaar na jaar met steeds harder geroffel. Dat tot slot een kunstenaar zijn leiders zo scherp en met gevaar voor eigen leven te kakken zette, is een belangrijke voetnoot bij een periode uit de geschiedenis die je, achteromkijkend, nog steeds met stomheid kan slaan.

undefined

Meer over