Haagse politieagenten zien slechts kleine stap tussen correct optreden en in verdachtenbank terechtkomen 'Soms moet je dingen doen die eigenlijk niet kunnen'

'Soms ben ik jaloers op de Nationale Ombudsman', verzucht S. Schaepman, waarnemend chef van het politiebureau Hoefkade in Den Haag....

Van onze verslaggever

Michiel Kruijt

DEN HAAG

Niet dat het de hoofdinspecteur ontbreekt aan respect voor de klachteninstantie, niets is minder waar. Maar het is de Ombudsman die ooit heeft beslist dat een dronken man niet een nachtje in de cel had mogen worden opgesloten. Dat oordeel werd prompt door de minister van Binnenlandse Zaken in een - bindende - richtlijn overgenomen. Maar wat moet je nu met een midden op straat liggende zatlap, die elk moment kan worden overreden?

Schaepman: 'Mensen bellen met een probleem en de politie is er om dat op te lossen. Dus nemen we die man mee en laten we hem in een cel zijn roes uitslapen. Daar kan de Ombudsman iets van zeggen, ja. Maar als we niets doen en die man wordt overreden, krijgen we ook verwijten. Soms moet je dingen doen die eigenlijk niet kunnen.'

Het is een kleine stap tussen het correct optreden en het als politieman in het verdachtenbankje zitten, zeggen Schaepman en zijn collega, ploegleider H. Hilbers. Nee, ze kúnnen en wíllen niet oordelen over het incident in de Warmoesstraat. Daar, in het hart van de Amsterdamse wallenbuurt, werd vorige week maandag de 48-jarige dakloze Adry van Driel het politiebureau uitgezet. Hij kwam daarbij ten val en overleed later als gevolg van hoofdletsel. Onduidelijk is hoe hij dat heeft opgelopen. Drie agenten worden van doodslag dan wel zware mishandeling verdacht, een van hen zit al meer dan een week in hechtenis.

Als de drie fout hebben gehandeld, moeten ze worden vervolgd, menen zowel Schaepman als Hilbers. Maar het publiek moet bij dit soort voorvallen wel voor ogen houden, zeggen de politieambtenaren, onder welke moeilijke omstandigheden zij soms hun werk moeten doen. Neem de wijk waarin Schaepman en Hilbers hun surveillancerondjes draaien.

De beruchte Schilderswijk valt voor de helft binnen hun gebied. In de straat naast het bureau kan het zo druk zijn als in de Kalverstraat - vanwege de vele hoeren. Honderdvijftig nationaliteiten, armoede, zwerfvuil, drugsoverlast: 'Op bureau Hoefkade zit 140 man, maar ik heb hier werk voor 300 mensen', zegt Schaepman.

In een dergelijke omgeving moet je als politieman soms riskante beslissingen nemen, zegt ploegleider Hilbers. 'Er moeten wel eens mensen van het bureau worden verwijderd. Mensen die bijvoorbeeld hebben vastgezeten en die op vrije voeten worden gesteld. Een heleboel van die lieden zoeken de confrontatie. Die vragen of je een Duitser bent, maken een aggressieve beweging als ze hun spullen terugkrijgen. Gewoon jennen. Je hebt er ook bij die niet weg willen, die blijven stokstijf staan, ook na aansporingen. Die moet je dus daadwerkelijk buiten zetten.'

Nog zo'n voorbeeld: een man begint op straat opeens twee politieagenten uit te schelden. Hij verkeert duidelijk onder invloed van alcohol of drugs of beide, wie zal het zeggen. De man gaat, het schuim staat hem op de mond, de agenten te lijf. Die vragen om bijstand, er moet even 'gerold' worden. Met hulp van collega's wordt de agressieveling ingerekend.

In het politiebureau lukt het hem bijna een agent een kopstoot te geven, vervolgens geselt hij het hout van de balie; met zijn hoofd welteverstaan. Ook de celdeur moet het ontgelden. Schaepman: 'Op een gegeven moment zit het raampje onder het bloed. Wat doe je met zo'n man? Handboeien om, hem vastzetten. Maar het gaat er vervelend uitzien als iemand uit die boeien probeert te komen. De volgende ochtend was hij weer helemaal normaal.'

Een zwerver die al een jaar onder een deken woont tegen de gevel van een bedrijf aan, een verwaarloosde en mogelijk psychisch gestoorde vrouw die drie keer brand heeft gesticht in haar eigen rijtjeswoning, de man met het fluitje en de bouwhelm die bij nacht en ontij het verkeer in de wijk staat te regelen, Schaepman en Hilbers kunnen nog wel even doorgaan.

Ze schakelen als het maar even kan de hulpverlening in, verzekeren zij. De contacten met de GGD, opvangtehuizen voor daklozen en andere instellingen, zijn goed dankzij regulier overleg. Maar vaak genoeg kunnen ze niets uitrichten, omdat de brandstichtende vrouw bijvoorbeeld wegloopt bij de Riagg. Of omdat de zwerver gewoon geen dak boven zijn hoofd wil.

Hilbers: 'Er zit een gat tussen het even op het bureau houden en de gedwongen opname. Dat gat is in de loop der jaren wel steeds kleiner geworden, maar het is er nog steeds.'

Zijn collega: 'Je moet vaststellen dat er mensen zijn die nooit meer zijn te resocialiseren.'

Meer over