GUSTAVRAU

De kunstverzameling van Gustav Rau (1922), Duitse arts van rijke komaf, is spectaculair. Rau kocht álles - en alleen maar hoogtepunten....

Het geluk van de schatrijke Duitse arts, filantroop en kunstverzamelaar Gustav Rau was niet dát hij in 1972 een dag voor de veiling van het laatste zelfportret van Edgar Degas het weerbericht onder ogen kreeg. Hij wist vooral meteen hoe hij met die informatie - dichte mist in Londen - zijn voordeel kon doen. In plaats van de volgende dag naar Christie's in Londen te vliegen, zoals het plan was, reisde hij nog dezelfde avond met de nachtboot over het Kanaal. Zijn concurrenten vonden de Britse luchthavens gesloten en Rau kon zonder moeite het felbegeerde portret aan zijn collectie toevoegen.

Een andere keer, in 1981, veilde Sotheby's in Londen als eerste lot na de lunchpauze een schilderij van Paul Cézanne. De uitgebreide en rijkelijk begoten lunches van zijn collega's in de kunstwereld kennende, installeerde Rau zich met een appeltje op de stoep van het veilinggebouw. Voordat zijn rivalen waren teruggekeerd, had de Duitser zijn bod gedaan.

Zijn buit was het doek met de zee bij l' Estaque, uit 1876. Het is een van de topstukken uit de collectie van Rau, die toch al uit louter topstukken bestaat. De namen van de kunstenaars van wie Rau werk bezit, laten zich lezen als een opsomming uit een handboek met hoogtepunten van de westerse schilderkunst van de vroege vijftiende eeuw tot halverwege de twintigste eeuw. Rau wist beslag te leggen op twee vijftiende-eeuwse fragmenten van een altaarstuk met streng kijkende heiligen van Fra Angelico, die bijna lachwekkend contrasteren met een wulps vrouwelijk naakt van de negentiende-eeuwse Fransman Gustave Courbet.

Een realistisch Hollands rivierlandschap van Salomon van Ruisdael uit de zeventiende eeuw staat tegenover de fantastische Strijdwagen van Apollo, die Odilon Redon in het begin van de twintigste eeuw schilderde. Achttiende-eeuwse society-schilders als Jean-Honoré Fragonard en Sir Joshua Reynolds bevinden zich bij Rau in het gezelschap van de zestiende-eeuwse Grieks-Spaanse zonderling El Greco.

Rau kocht ook zeldzaamheden als een Verzoeking van de H. Antonius van Jan Mandijn, een zestiende-eeuwse Nederlandse schilder van wie niet meer dan een tiental schilderijen is overgeleverd, of een wonderlijk, anoniem Italiaans portret van een dienstmeid. Het moet gemaakt zijn rond 1700, naar aanleiding van dertig jaar trouwe dienst. Het favoriete schilderij van Rau is een portret gemaakt door Auguste Renoir, uit 1876. Zo'n zoetig impressionistisch schilderij dat heel geschikt is voor prentbriefkaarten in Parijse souvenirwinkels, deze Dame met de roos.

De reikwijdte van Raus verzameling is bijna encyclopedisch te noemen. In zijn koopwoede bewoog Rau zich met grote sprongen door de kunstgeschiedenis. Van de Italiaanse Renaissance tot de Hollandse Gouden Eeuw, van de Spaanse barok tot de Franse Romantiek, tot het impressionisme, fauvisme en expressionisme: alle belangrijke stromingen zijn in zijn collectie vertegenwoordigd. De meeste moderne collectioneurs beperken zich tot een bepaalde school, een bepaald gebied of periode, maar Rau kocht álles. Zijn enige criterium was volgens eigen zeggen: außergewöhnliche Qualität. Het resultaat is een 'schot hagel' van beroemde namen. Die beroemdheid lijkt de enige, en oppervlakkige, samenhang te zijn.

Sinds vorig jaar reist een selectie van zo'n honderd schilderijen uit Raus verzameling de wereld rond. De eerstvolgende halteplaats is de Rotterdamse Kunsthal, waar de tentoonstelling vanaf 20 januari te zien zal zijn. In het Parijse Musée du Luxembourg, waar de schilderijen eerder te zien waren, werd het bewuste zeegezicht van Cézanne herkend door een nazaat van de joodse kunsthandelaar, wiens zaakwaarnemer het schilderij in 1941 zonder toestemming aan de nazi's had verkocht. Hij liet er door de Franse rechter beslag op leggen. Totdat de juistheid van de claim bepaald is, mag het werk niet worden verkocht of weggegeven.

Twijfels aan de goede trouw van Rau worden door de directeur van het Luxembourg, tevens de samensteller van de expositie, Marc Restellini, verontwaardigd van de hand gewezen. De in 1922 in Stuttgart geboren Rau deserteerde tijdens de Tweede Wereldoorlog uit het Duitse leger om zich bij de Engelsen aan te sluiten. Dat tekent zijn houding ten opzichte van het nazisme, aldus Restellini. Hij stelt dan ook dat Rau, mocht de Cézanne inderdaad gestolen blijken, het werk zonder meer zal teruggeven. Ondertussen mag het schilderij deel blijven uitmaken van de tentoonstelling, die na Parijs en Rotterdam nog naar het Metropolitan Museum in New York zal reizen.

Je kunt je afvragen of het Rau zwaar zou vallen om afstand te doen van de Cézanne, of een van zijn andere kunstwerken. Wat wil de verzamelaar? Is het begeren meer dan het hebben? Rau zelf zal zich er niet over uitlaten. Hij schuwt de publiciteit en leidt, gekluisterd aan een rolstoel, in Stuttgart een teruggetrokken bestaan. Mensen die hem persoonlijk kennen, beschermen zijn privacy en blijven discreet. Het enige wat iets over hem vertelt, zijn de feiten en de kleine listen waarmee hij zijn collectie opbouwde.

De stukken die hij verwierf, kon hij echter onmogelijk meenemen naar Zaïre, waar hij van 1971 tot de vroege jaren negentig woonde en als arts werkzaam was. Rau besloot pas in de jaren zestig, toen hij al in de veertig was, medicijnen te gaan studeren. Na zijn artsexamen specialiseerde hij zich in tropische geneeskunde, kindergeneeskunde en gynaecologie. Met die kennis én het aanzienlijke fortuin dat hij uit de familiebedrijven (Rau stamt uit een familie van rijke industriëlen) verwierf, zette hij eerst een ziekenhuis op in Nigeria.

In 1977 liet hij een groot hospitaal bouwen in het bergdorp Ciriri in Zaïre, aan de grens met Rwanda, met een capaciteit voor tweeduizend patiënten per jaar. Bovendien werd er voedsel verstrekt aan nog eens achtduizend mensen. Een ander deel van het familiefortuin investeerde hij in scholingsprojecten, waarmee ieder jaar zo'n dertigduizend kinderen werden geholpen. Zelf leidde de Duitse arts een uiterst sober leven met zijn kostbare kunstverzameling als enige uitspatting. En tijd om zijn aanwinsten uitgebreid te bewonderen onder het genot van een glas cognac en een sigaar gunde hij zich ook niet. Ruim achthonderd werken liet hij opslaan in een ondergronds depot in Embrach bij Zürich, waar hij er zelden naar omkeek.

Al in de vroege jaren zestig was Rau begonnen met verzamelen van kunst. Aanvankelijk verwierf hij vooral beeldhouwwerk, maar later ook schilderijen. Toen hij in Afrika ging werken, bleef hij die 'hobby' beoefenen. Voor belangrijke - lees: kostbare - aankopen laten de meeste liefhebbers zich bijstaan door verschillende adviseurs, kunsthandelaren, kunsthistorici maar ook financiële experts. Zo niet Rau. Vanaf de selectie van de werken tot en met de daadwerkelijke aankoop, deed hij alles zelf. In de internationale kunstwereld stond hij bekend als een Einzelgänger die verscheen, bood, en verdween.

Een paar keer per jaar nam Rau vanuit Afrika het vliegtuig naar New York, Londen of Parijs om mee te kunnen dingen naar schilderijen op de belangrijkste kunstveilingen. Hoewel, meedingen: omdat hij over zoveel geld beschikte, kon Rau iedereen zonder moeite overbieden, wat hem er niet geliefder op maakte. De waarde van de collectie die Rau de afgelopen dertig jaar bijeenbracht, wordt inmiddels geraamd op ruim 750 miljoen gulden.

Er is wel gesuggereerd dat Rau uitsluitend kunst kocht om belastingtechnische redenen. Dat zou zijn onverschillige houding verklaren, evenals zijn wonderlijke, van geen speciale visie getuigende aankoopbeleid. Maar dat is juist weer in tegenspraak met de persoonlijke moeite die de Duitser zich getroostte om bepaalde kunstvoorwerpen in zijn bezit te krijgen, en die hij nu doet om dat bezit bij elkaar te houden.

Zeker om belastingtechnische redenen heeft Rau zijn kunstcollectie en zijn fortuin in verschillende stichtingen in Zwitserland ondergebracht. De inmiddels 78-jarige arts, die zelf geen nakomelingen heeft, wil dat de opbrengst ervan na zijn dood het ontwikkelingswerk in de Derde Wereld ten goede komt. Onlangs werd bekend dat hij zijn rijkdommen wil nalaten aan Unicef.

Maar in 1998 legde de Zwitserse overheid, in samenwerking met een voormalig zaakgelastigde en vertrouweling van Rau, beslag op zijn bezittingen, waaronder de kunstverzameling. Raus bankrekeningen werden geblokkeerd. Volgens de Zwitsers was de Duitse arts, die naar verluidt een paar keer was opgepakt terwijl hij volkomen verdwaasd door de straten van Zurich zwierf, niet langer bekwaam om zijn eigen zaken te behartigen. Daarop volgde een langdurig juridisch steekspel, waarbij verschillende partijen elkaar de zeggenschap over Raus toekomstige nalatenschap betwistten. Rau zelf noemt het een schandaal. Volgens hem is het eenvoudigweg zo dat Zwitserland de collectie niet aan het buitenland wil kwijtraken.

Want dat dreigt te gebeuren. Al jaren zoekt Rau naar een plaats waar zijn verzameling, die hij absoluut bijeen wil houden, met goed fatsoen kan worden ondergebracht. Naar alle waarschijnlijkheid is die nu gevonden in het Parijse Musée du Luxembourg. Met Raus collectie als riante basis kan Restellini, sinds vorig jaar directeur, het totaal ingeslapen museum nieuw leven inblazen. Daarmee komen de onveranderlijk positieve uitlatingen van Restellini, een van de weinigen die Rau van nabij kent, wel in een ander licht te staan. Om evidente redenen heeft Rau Zwitserland verlaten. In zijn geboorteplaats Stuttgart heeft de Duitse rechtbank hem wel gezond van geest verklaard. Omdat dat vonnis ook door het Zwitsers gerecht erkend is, werd de weg voor de plannen van de Franse museumdirecteur vrijgemaakt.

Hoewel de juridische strijd nog niet compleet tot het verleden behoort, wordt Raus verzameling nu vrijgegeven. Stukje bij beetje, dat wel. Maar dat betekent voor directeur Wim Pijbes van de Kunsthal weer een aardige primeur, want elf schilderijen die tijdens de tentoonstelling in Parijs nog onder het Zwitserse beslag vielen, zijn bij de opening in Rotterdam weer beschikbaar.

Meer over