Guineese dictator ruilt delfstoffen voor steun

Omstreden kapitein Camara verzekert zich van Chinese en Russische steun in V-Raad.

Hij mag dan kapitein zijn, en zich zelfs de leider van een militaire junta noemen, veel ervaring in het gevecht heeft Moussa Dadis Camara (45) niet. In de krijgsmacht van Guinee hield hij zich vooral met logistieke zaken bezig. Maar nu ligt hij aan alle kanten onder vuur. Tijd dus voor een list.

Toen hij in december vorig jaar, na de dood van president-dictator Lansana Conté, de macht greep, kon Camara rekenen op tamelijk brede steun van de bevolking. Camara greep die sympathie aan om, zo zei hij althans, schoon schip te maken. Zijn soms bizarre tirades tegen tegenstanders kwamen live op televisie. Voor de ‘Camara Show’ bleef men thuis.

Maar eind vorige maand viel zijn politieke spektakel in duigen. De oppositie wilde haar ongenoegen uiten over de voorgenomen deelname van Camara aan verkiezingen waarvan hij eerder had gezegd enkel de organisator te zullen zijn. Het protest werd letterlijk neergeknald. Meer dan 150 mensen vonden de dood.

Sinds die tijd is de druk op Camara fors toegenomen. De West-Afrikaanse organisatie Ecowas, die Guinee na de coup van december al als lid had geschorst, spreekt van ‘onverantwoordelijk’ gedrag van ‘weer een dictatuur’. Voor dit weekeinde is een speciale top van Ecowas-staatshoofden belegd. Sancties staan op de agenda.

Frankrijk, de vroegere koloniale machthebber, heeft de militaire samenwerking met het regime opgezegd en onderneemt mogelijke verdere stappen. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton liet na het bloedbad in de hoofdstad Conakry haar afschuw blijken over de ‘smerige wandaden’ van de junta.

In eigen land overheerst de angst – zeer begrijpelijk gezien de manier waarop het protest werd neergeslagen. Niet alleen werden ongewapende burgers vermoord, talrijk zijn ook de berichten over verkrachtingen van vrouwen. Toch wist de oppositie deze week twee dagen van ‘rouw’ om te toveren tot een algemene staking.

Ook binnen de regering rommelt het. Moussa Dadis Camara zou nooit als leider tevoorschijn zijn gekomen zonder de steun van luitenant-kolonel Sékouba Konaté, die na de staatsgreep werd bevorderd tot brigadier-generaal en minister van Defensie. Konaté geldt nu echter ook als de man die het tapijt onder Camara vandaan kan trekken.

De kapitein beschikt momenteel dus over weinig vrienden. Wellicht ook daarom dat hij, volgens diverse bronnen, voor het neerslaan van het oppositieprotest ook gebruikmaakte van even wrede als gedrogeerde huurlingen uit Liberia.

Daarmee brengt hij een zeer fragiele regio verder in gevaar. Guinee is buurland van zowel Sierra Leone als Liberia, twee landen die zich sinds een paar jaar aan het herstellen zijn van de klappen die werden uitgedeeld in burgeroorlogen. Huurlingenlegers speelden daarin een afschuwwekkende rol.

Dinsdag trok het militaire bewind van Camara een gigantisch konijn uit de hoed. De minister voor Mijnen, Mahmoud Thiam, maakte bekend dat China zo’n 5 miljoen euro gaat investeren in de ‘infrastructuur’ van het land. Wat hij bedoelde: China krijgt ruim toegang tot bauxiet, de delfstof waarvan Guinee de grootste voorraad ter wereld heeft.

Daarmee heeft de junta er in elk geval in de VN-Veiligheidsraad een vriend bij. Een andere machtige speler, en eveneens V-raadslid, is Rusland, dat eerder Camara met zijn presidentschap feliciteerde en dat begerige blikken heeft laten vallen op een raffinaderij, waar bauxiet tot aluminium wordt omgesmolten.

Officieel zijn China en Rusland zich van geen kwaad bewust. Maar Bashir Bah, een oppositieleider in Guinee, spreekt treffend van de verkoop van het ‘geboorterecht’ van het land: zijn grondstoffen. De komende tijd moet blijken of de verkoopprijs hoog genoeg is om het politieke leven van kapitein Camara te redden.

Meer over