Guillaume de Nassau wist 'n list

Drie decennia lang verzamelden onderzoekers brieven van en aan Willem van Oranje. Er kwamen ruim 12,5 duizend documenten boven water....

Nederland, 1581. De Tachtigjarige Oorlog woedt, de Nederlanden vechten zich moeizaam onder de Spaanse overheersing uit. Stad na stadje nemen de opstandelingen in. Breda vormt echter een probleem, de vestingstad is onneembaar. Willem van Oranje is Heer van Breda geweest, en kent er daardoor goed de weg. Misschien, zo schrijft Van Oranje op 21 augustus aan luitenant-generaal Filips van Hohenlohe, weet hij wel een slimme truc om er stiekem binnen te geraken.

'Ich zweifel niett man sol wol mittel finden mitt Schiffen in das Castel zu kommen', aldus opstandeling Willem van Oranje aan Hohenlohe: 'Ik twijfel er niet aan of je moet met behulp van schepen het kasteel binnen kunnen komen.'Want dat is de zwakke plek van de stad, weet hij: het water. Vervolgens legt Willem uit hoe hij een verrassingsoverval op Breda per schip voor zich ziet. 'In ainer dunckel nacht' kun je een uur voor hoog water door de sluis. Moet je natuurlijk wel van te voren zorgen dat de sluiswachter op je hand is. Wat volgt, is een gedetailleerde omschrijving van de situatie.

Deze brief duidt erop dat Willem van Oranje (1533-1584) als eerste op het idee kwam van het legendarische turfschip van Breda, een list die uiteindelijk pas op 3 maart 1590 werd toegepast onder commando van zoon Maurits. Het turfschip is de Nederlandse variant op het paard van Troje.

Verstopt in het ruim van een onschuldig uitziend vrachtscheepje drongen soldaten het onneembare Breda binnen. De uitvoering van het plan verliep overigens minder gesmeerd dan Willem die voor zich zag, maar het idee was brilj ant.

Deze brief aan Filips van Hohenlohe maakt deel uit van het gigantische corpus De correspondentie van Willem van Oranje, vanaf 13 april aanstaande in zijn geheel te vinden op internet (via http://www.inghist.nl/). Het corpus is het eindresultaat van een zoektocht die het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis in Den Haag sinds 1972 heeft gevoerd.

Monsterklus Op de Willem-site zijn 12.609 authentieke documenten in te zien uit de periode 1549-1584. Die zijn gevonden in dertien landen, verspreid over 194 archieven en bibliotheken van Gent tot Gdansk. Alles van museumwaardige politieke stukken tot kleine privé-briefjes. Voor zover bekend alle post van en aan Willem van Oranje die bewaard is gebleven, op wat onbenullige zakelijke transacties na, en de schrijfsels die in particulier bezit zijn verdwenen.

Het is een oude wens van het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis om Willems brieven toegankelijk te maken voor bestudering en onderzoek. Het eerste concrete plan daartoe dateert van 1904. 'Wij kijken niet op een eeuw meer of minder', grapt prof. dr. Hans Smit. Hij heeft als onderzoekersleider sinds 1998 de eindsprint getrokken in deze monsterklus.

Twee leiders gingen hem voor en overleden zonder het project voltooid gezien te hebben: Ben Vermaseren en Hein Kluiver. De laatste stierf onverwacht in 1998 zonder een duidelijke overdracht van zijn materiaal. Archiefspecialist Smit kreeg daardoor een ontoegankelijke kluwen van informatie op zijn bord.

Daarvan moest hij om te beginnen zien te ontdekken wat wat was, of onderdelen afgerond en compleet waren, of de archieven waarnaar werd verwezen nog meer in huis hadden, of de beschreven stukken al dan niet waren gefotografeerd. Die klus heeft Smit in de tussenliggende zeven jaar geklaard, geholpen door een reeks assistenten. En passant hebben ze ook nog 2500 niet eerder geboekstaafde stukken gevonden.

Toch heeft de lange looptijd van dit project ook een positieve kant. In de loop der decennia is het beoogde eindproduct namelijk een paar keer veranderd. Het aanvankelijke plan was te komen tot niet meer dan een gedrukte inventaris van alle vindplaatsen, plus een omschrijving per gevonden brief. Daaraan hebben alleen gespecialiseerde onderzoekers iets, die weten zo naar welk archief ze moeten voor een bepaald stuk.

Microfilm Dankzij het voortschrijden van de techniek was het vervolgens mogelijk de originele handschriften op microfilm te zetten; nu zijn die allemaal voor iedereen gratis te zien op internet. Het enige punt is dat gebruikers wel zelf het 16de-eeuwse Nederlands, Frans en Duits van alle schrijvers moeten kunnen volgen, want de brieven zijn niet overgetypt of vertaald.

Maar ook voor wie de handschriften niet kan lezen, biedt de Willem-site een ongekende schat aan informatie. Per geschrift zijn afzender en geadresseerde vermeld, plus het onderwerp van de brief en de grotere context waarin die thuishoort. Zoeken kan chronologisch, op onderwerp, op schrijver, op stad, enzovoort. Onderzoekers kunnen er van alles uit lichten, van de privé-beslommeringen van Willem van Oranje tot de 16de-eeuwse hofcultuur.

De totale correspondentie geeft een duidelijk beeld van zowel het openbare als het persoonlijke leven van Willem. Zo vormen geldzorgen een rode draad. In 1552, hij is dan 19 jaar en getrouwd met zijn eerste vrouw Anna van Egmond van Buren, bemoeit hij zich vanaf zijn legerplaats in Noord-Frankrijk met de peperdure aanbouw van het kasteel in Breda. Hij is in dienst van Karel V en een graag geziene gast aan diverse hoven.

Erg beminnelijk tegen zijn vrouw is hij niet. Hij schrijft geïrriteerd dat hij haar klachten over het gebrek aan aandacht niet begrijpt, want hij heeft haar nou al vijf brieven geschreven.

Zijn correspondentienetwerk bestaat aanvankelijk behalve uit zijn vooraanstaande familie, voornamelijk in Duitsland, ook uit een scala aan vorsten. Hij correspondeert met Karel V, later met Philips II. Met landvoogdes Maria van Hongarije, later met Margaretha van Parma. Zelfs met de paus, die eigenaar is van Avignon, een vorstendommetje in Frankrijk dat pal grenst aan Willems eigen Orange.

'Wilhelm Prinz zu Uranien' annex 'Guillaume de Nassau' bedient zich even makkelijk van Duits als van Frans, met soms een zinnetje in het Nederlands ertussen. Brieven aan familie en vrienden schrijft hij eigenhandig, zakelijke post wordt aan secretarissen overgelaten, hoewel vaak aangevuld met een persoonlijke opmerking van Willem zelf. Het beeld dat naar voren komt, is van een vooraanstaande, welgemanierde hoveling, die bij wijze van cadeautje 'vier fretten en enige jachthonden' stuurt aan August van Saksen.

Eed van trouw Rond 1560 verandert het politieke klimaat, Nederland begint zich te roeren tegen de Spaanse overheersing. Van Oranje, Egmont en Hoorne zeggen hun vertrouwen op in Granvelle, de plaatsvervangend machthebber voor Philips II. Uit protest blijven ze weg uit de Raad van State, zoals te lezen in een memorabele, in Spanje opgedoken brief aan Philips II.

In 1567 weigert Willem de eed van trouw af te leggen aan Philips: het gaat hem te ver dat hij als stadhouder de ketterplakkaten moet toepassen, en dus protestanten moet straffen. Zijn goederen in Nederland worden daarop verbeurd verklaard en Willem vertrekt naar Dillenburg in Duitsland. Daarmee plaatst hij zichzelf buiten elke orde. Zelfs zijn familie laat hem als een baksteen vallen; de correspondentie met hen valt stil.

Zijn maatschappelijke val heeft direct weerslag op zijn correspondentie. De brieven gaan niet meer naar familie of het hoogste politiek gezag, maar naar politiek-bestuurlijke instanties zoals de Staten van Holland en Zeeland, naar de Hof van Holland en de Staten Generaal. Zijn status wordt die van opstandelingenleider, onder meer in de strijd om de vrijheid van godsdienst. In 1581 helpt hij in die hoedanigheid manieren bedenken om de Spanjaarden te misleiden, zoals in zijn turfschip-brief aan Filips van Hohenlohe. De uitvoering van die list, in 1590, zal hij niet meer meemaken. 'Voor de Spanjaarden en de Habsburgers is Willem van Oranje niet meer dan een rebellenleider die uit de weg geruimd moet worden', zegt Hans Smit.

Het resultaat is bekend: na een eerste mislukte aanslag op zijn leven in 1582, wordt hij op 10 juli 1584 in Delft doodgeschoten. De laatste brief aan hem, afkomstig uit Rouen, dateert van 16 juli. Kennelijk was het bericht van zijn dood daar nog niet doorgedrongen. Die heeft Willem zelf in elk geval niet meer gelezen.

Meer over