Groter pessimisme over pensioenen

Meer mensen verwachten verhoging AOW-leeftijd...

Van onze verslaggevers Frank van Alphen en  Bart Dirks

Amsterdam Het aantal Nederlanders dat verwacht dat de AOW-leeftijd zal worden verhoogd, is sinds 2006 gestegen van 55 naar 70 procent. Deze mensen denken dat de kans groter is dan 50 procent dat de AOW-leeftijd omhoog gaat. Dit blijkt uit een onderzoek van pensioendenktank Netspar dat vandaag wordt gepresenteerd.

De AOW-leeftijd is een heet politiek hangijzer. Het kabinet wil die stapsgewijs opschroeven naar 67 jaar. Volgens het kabinet bespaart die operatie op termijn 4 miljard euro. Met name de FNV is fel tegen. De SER, het adviesorgaan van werkgevers en werknemers, heeft tot 1 oktober de tijd alternatieven te verzinnen.

‘Over de hele linie zijn mensen sinds de kredietcrisis pessimistischer over het pensioenstelsel’, zegt hoogleraar economie Arthur van Soest van de Universiteit van Tilburg. Hij doet hier sinds 2006 onderzoek naar.

Nederlanders maken zich meer zorgen over de hoogte van de AOW en het bedrijfspensioen. Ze achten de kans dat beide oudedagsvoorzieningen in de toekomst lager zijn hoger dan drie jaar geleden. Ook verwachten ze dat de leeftijd waarop werknemers daadwerkelijk kunnen stoppen met werken zal stijgen.

Van Soest wijt de toegenomen bezorgdheid over AOW en aanvullend pensioen aan het opgelaaide debat over deze onderwerpen. ‘De discussie over de AOW-leeftijd en houdbaarheid van het pensioenstelsel speelt al langer. Door de crisis is dit debat heftiger geworden.’

In de Tweede Kamer laaide het debat woensdag weer op. Regeringspartij PvdA benadrukte dat als de AOW-leeftijd omhoog gaat naar 67, er een uitzondering moet komen voor zware beroepen. ‘Ik bedoel géén overgangsperiode, maar een vaste regeling’, zei PvdA-fractieleider Mariëtte Hamer. Zowel de zwaarte van het beroep als individuele omstandigheden moeten daarbij meespelen.

Minister Donner (Sociale Zaken) gaat in zijn plan vooralsnog uit van een overgangsregeling, waarbij oudere werknemers met zware beroepen worden ontzien. Het beantwoorden van de vraag welke beroepen zwaar zijn, wil de bewindspersoon overlaten aan werkgevers en vakbonden.

Meer over