GROTE WOORDEN

'Het is niet zo dat als iemand een fout maakt, je dan zijn kop afhakt. Dat gaat me een paar straten te ver.' In een vurige mix van beeldspraken verdedigde D66-kamerlid Machteld Versnel (tevens voorzitter van de WBL-onderzoekcommissie) haar partijgenoot staatssecretaris Tommel, die te laat had ingegrepen bij de rommelende...

JAN JOOST LINDNER

'Een brug met ongelijke leggers', noemde Kok het WBL-rapport. Hij doelde op het causale verband ('brug') tussen het gepresenteerde feitenmateriaal en de conclusie: 'verwijtbaar' en ook wel 'laakbaar' gedrag van Tommel en diens voorganger (nu CDA-fractieleider) Heerma. Ongelijke leggers (de balken die de vloer dragen) maken een malle brug, dus te riskant om een half parlement te torsen.

De premier suggereerde een brekelijk geval van lianen en ruwe boomstammen als leggers. Waarop hoofdfiguren in (meestal tropische) avonturenverhalen met veel moeite de overkant halen. Zij het meestal met verlies van enige begeleiders. Kok en andere solide politici zullen zich op dat pad niet begeven. Wie Tommel te na komt is een waaghalzig avonturier. (Misschien wil Kok ook een prettig opposant als Heerma niet missen.)

'Verwijtbaar' en 'laakbaar' zijn - evenzeer als Koks wrakke beeldspraak - tweeslachtige termen als het om het onthoofden van bewindslieden gaat. Of 'aangeschoten wild' en 'bedrijfsongeval', dit alles vaak als gevolg van 'de zonde der nalatigheid'.

Versnel sprak van 'negatieve headhunting'. Het lijkt een D66-traditie, want Van Mierlo had het in 1988 over 'rituele mensenoffers' toen minister Van Eekelen en staatssecretaris Van der Linde het slachtoffer werden van nationale èn parlementaire paspoortwoede. De taal van het politieke wegzenden is vaag, broeierig en onheilszwanger.

In '88 maakte premier Lubbers zich ongemeen boos over het slachtofferen van zijn 'personeel'. Dat hielp niet. Parlement, media en velen in het land waren te bloeddorstig. Het geklungel met het nieuwe paspoort was inderdaad niet met droge ogen aan te zien. Men moest - verwezen werd naar Russische klassieken en Drs P. - wat eetbaars uit de troika werpen om de kwijlende wolven aan het knagen te zetten en ze zo menig werst achter te laten. 'Nee, niet Pjotr, want die speelt zo mooi viool.'

In die tijd werd ook veel gesproken over 'het zelfreinigend vermogen' van de politiek. Het Nederlandse coalitiebestel verdraagt het heensturen van bewindslieden slecht (kwaaie koppen, schaamte van de getroffen partij). Maar knoeiers moeten toch wel vervangen kunnen worden. Dat gebeurde zelden. Colijns klaagzang dat ministers van Oorlog en Marine werden 'geplukt als artisjokkenblaadjes' was al zestig jaar oud. Wat rest het parlement aan macht, als de dreiging van wegzenden niet effectief gemaakt kan worden?

Wegsturen moet kunnen, mits het aantoonbare en persoonlijke miskleunen groot genoeg is. Wat zowel bij de paspoortaffaire als bij Braks (tien jaar veel te veel laten vissen met slechts de schijn van beleid) kennelijk het geval was. De vraag is nu of laat ingrijpen bij een van de zeer vele woningbouwcorporaties in die categorie hoort.

Zo'n oordeel vergt een precieze en onthechte, bijna rechterlijke houding van politici (en commentatoren). En dàt in het opgewonden sfeertje dat in en rond het Binnenhof ontstaat als de geur van bloed op te snuiven valt. Er lijkt dan slechts de schijn van een brug tussen feiten en wegzending nodig.

Ook het land leeft mee met zulke blood sports. Apolitieke mensen en parlementaire journalisten zien hoge heren graag tuimelen. Politiek wordt pas leuk als het groot en gruwelijk drama is, met gezellig veel dooien in het laatste bedrijf. Juist de krachtmeting tussen regering en parlement levert het ware spel op. Niet die tussen regeringscoalitie en oppositie. Iedereen weet bij voorbaat hoe die afloopt. Pas als een regeringsfractie of een deel daarvan rebelleert, veert de natie op. Want die kan mèt de meestal bereidwillige en dus weinig ('rechterlijke') oppositie echt bloed laten vloeien.

Nederlandse 'collegiale' regeerders sturen elkaar niet weg. Premier De Quay durfde begin jaren zestig een uiterst zwakke minister niet tot vertrek te pressen, want de man vertelde zo enthousiast over zijn nieuwe plannen. Later ging het in de Kamer mis. Maar in Engeland zendt de premier soms een hele zwik ministers heen (MacMillan, Thatcher): 'Reshuffle' is de timide naam van zo'n bloedbad.

In '26 was Anatole de Monzie slechts enkele uren Frans minister van Financiën. Hij zei tegen zijn nieuwe collega's: 'Mijne heren, de schatkist is leeg' en deze begrepen meteen dat met een zo'n weinig positief ingesteld figuur geen zaken te doen was. Hij maakte een lelijke fout door de waarheid niet te versieren. Wèg met die man.

Meer over