Grote woorden

'Zonder vrienden bereik je niet veel', zei VVD-leider Frits Bolkestein vorige week voor de NCRV-camera tegen Anton Geesink, nog steeds een man met wie je beter vriendjes kan blijven....

JAN JOOST LINDNER

Mooi, maar politici zijn zelden allemansvrienden, al wekken ze wel eens die indruk. 'In de politiek zijn we allemaal vrienden', zei Frits Bolkestein in het voorjaar in een tv-interview met een te zoetsappige glimlach. Ik dacht aan Harry Truman: 'Wie in Washington een vriend nodig heeft, moet een hond aanschaffen.'

George Bernhard Shaw vroeg de jonge politicus Winston Churchill een vriend mee te nemen naar de première van zijn eigen toneelstuk. 'Als je er een hebt.' Churchill antwoordde dat hij wel naar de tweede voorstelling zou komen. 'Als die er is.' Dàt waren pas vrienden.

'Mijn politieke vriend' betekent in parlementsgebouwen dat de spreker het over een fractiegenoot heeft en dus zelden een vriend. Politici moeten amicaliteit voorwenden en in een fractie helemaal. Maar vaak is men daar rivaal of heeft men een verleden met pijnplekken. De saamhorigheid krijgt er al gauw iets opgelegds, zoals ook in kleinere werkkring, in een sportteam of op een mafiafeest (stiletto in achterzak). Liever een goede vijand dan tien onbeduidende vrienden, zeggen de Spanjaarden.

Vijandschap heeft vaak meer te maken met botsing van belangen en karakters dan met zware meningsverschillen. De sympathie reikt vaak over groeps- en partijgrenzen heen en is dan meestal goed bestand tegen een rondje verbaal ruziën aan de interruptiemicrofoon.

Op het Binnenhof waren ooit de militaire specialisten van KVP en VVD - Jansen en Koudijs heetten ze - onafscheidelijk. Je zag ze samen (en in soortgelijke ouderwetse kostuums) in de wandelgangen, als opstellers van schriftelijke vragen, als heimelijke fluisteraars in openbare commissievergaderingen en als toegewijde opjagers van het defensiebudget. Helaas moesten ze wel in hun uppie hun eigen fractievergaderingen in. Hun bijnaam lag voor de hand: 'Jansen en Janssen' (Kuifje).

Vaak zoeken staatslieden hun beste vriend, tevens hulp en adviseur, buiten de officiële kanalen. Woodrow Wilson had kolonel House, FDR Harry Hopkins, Bert de Vries Jan Schinkelshoek, Elco Brinkman Frits Wester (tot kort voor de verkiezingen) Carl Romme pater Beaufort ('De Père') en kardinaal/premier Richelieu zijn père Joseph. Deze monnik werd wegens zijn pij de 'grijze eminentie' genoemd (en zijn baas de 'rode'), een begrip dat dus weinig met ouderdom te maken heeft en juist het tegendeel van prominentie aanduidt. Grijze eminenties fluisteren slechts in de alkoof en krijgen zo vaker hun zin dan excellenties.

De hilarische neppoliticus James Hacker van Yes (Prime-) Minister had met een redelijk goede grijze eminentie een stuk sterker gestaan tegenover de Britse Vierde Macht. Als hij tenminste had geluisterd. Machiavelli: 'Een vorst die zelf niet wijs is, kan geen raad van anderen aannemen.'

Zo'n vorst heeft het toch al niet gemakkelijk. Seneca schreef dat de paleizen der koningen vol van mensen zijn, maar leeg van vrienden. Vaak ligt dat aan de vorst zelf, die van mensen houdt als en zolang die hem van nut zijn. Dat citaat komt van Napoleon, ook geen allemansvriend.

De suggestie dat Bolkestein met alle 250 andere Binnenhovelingen (beide Kamers en regering) bevriend zou zijn, is te mal voor woorden. Hij liet zich meestal hoogst onvriendelijk uit over premier Lubbers. En in een Liber Amicorum (o, ironie) bij diens vertrek werd Lubbers' gebrek aan koersvastheid gehekeld ('wel een goed kompas, geen gyroscoop'). Ook als kortstondig minister had de liberaal geen grote bewondering voor De Grote Baas, die zelf weinig goeds beloofde als hij het had over 'de vrinden van de VVD'.

De politieke omgangsvormen zijn zo dat we aan bijna niemand een hekel hebben, zei de VVD-leider in het tv-interview. Bijna! Dat relativeert de universele vriendschapsroes in het parlement al een stuk. Vriendschap heeft daar kennelijk meer te maken met omgangsvormnen. En met (noodgedwongen) samen eten, want de oude Romeinen wisten al dat de tafel meer vrienden maakt dan het hart.

Een echte vriend van Bolkestein, dus geen politicus, noemde hem in een tv-portret 'een beetje een aso'. Frits placht op recepties liever in een hoekje op het nog net beleefde tijdstip van vertrek te wachten, dan zich enthousiast in de meer joyeuze dan diepzinnige cocktail-conversaties met zijn talloze vrienden te storten.

Wie het land wil redden van de hernieuwde Jan Salie-geest en van de gevolgen van langdurig rood wanbeleid, heeft geen tijd voor amicale babbels. Bolkestein communiceert liever met de tv-camera en is dan een vriend van alle politici, in de zin dat hij hun feilen toont.

Meer over