Grote woorden, valse tonen

Het oordeel van critici over de vierde roman van Daan Heerma van Voss was heel negatief óf heel positief. 'Dat maakt het boek sowieso relevant', zegt een van hen. De auteur in gesprek met twee recensenten.

Op 27 februari 2014 verscheen Het land 32, de vierde roman van Daan Heerma van Voss. Het boek kreeg in de Volkskrant twee sterren van Daniëlle Serdijn, die haar recensie begon met 'Op zijn website noemt Heerma van Voss het zijn magnum opus. Wie heeft het over bescheidenheid?' en besloot met 'Al met al beklijft het beeld dat de alom bejubelde jonge schrijver zo gehaast de Olympus heeft willen beklimmen dat zijn roman er een beetje bij in is geschoten.'

In dezelfde week prees Serdijns Vlaamse collega Roderik Six in Knack Het land 32 de hemel in: 'Daan Heerma van Voss bewees eerder al over talent te beschikken, maar Het land 32 is een ware machtsontplooiing. Wie zich ook maar een beetje zorgen maakte over de toekomst van de letteren, kan nu weer op beide oren slapen.'

Zes weken later zitten Serdijn, Six en auteur Heerma van Voss op verzoek van de Volkskrant bij elkaar. Het negatieve oordeel van Serdijn heeft inmiddels gezelschap gekregen van nog negatievere recensies in De Groene Amsterdammer en Vrij Nederland; het positieve oordeel van Six wordt gedeeld door onder meer Humo, het AD en een aantal regionale kranten.

Daniëlle en Roderik, als jullie een recensie maken, denk je dan weleens aan de schrijver?

Serdijn: 'Nee.'

Six: 'Nee.'

Serdijn: 'Aan hoe mensen reageren als je ze tegenkomt, zie je wel hoe professioneel ze zijn. Ik heb eens meegemaakt dat een schrijfster naar me toe kwam en zei: u was niet mals, maar u had wel gelijk. Dat vond ik groots. Anderen lopen je straal voorbij. Het is werk, hè. Het is niet persoonlijk. Het is weliswaar heel persoonlijk werk, maar je hebt met een zaak te maken: het boek. Schrijven is het werk van de schrijver; mijn werk is recenseren.'

Six: 'Niemand is blij met een negatieve recensie. Maar als iemand er niet mee overweg kan, is dat wel zíjn probleem. Ik heb het vorige boek van Daan afgemaakt; niet tot op de grond, maar wel erg.'

Heerma van Voss: 'Ik heb daar toen niet op gereageerd.'

Six: 'Je hebt er het beste citaat uitgehaald en op je website gezet.'

Heerma van Voss: 'O ja. Was ook wel legitiem. Die recensie was voor de helft heel positief. Vooral het tweede deel van het boek vond je niks.'

Six: 'Nee. Ik dacht: die man heeft talent maar dit is het niet voor mij.'

Wat vonden jullie van elkaars recensies over Het land 32?

Serdijn: 'Ik vond die van Roderik vooral veel te kort. Ik herinner me de lofzang en de blijdschap; maar waaróm vond je het boek nou zo goed? Dat las ik er niet in.'

Six: 'Ik had Het land 32 eerder uitgebreider besproken in een interview met Daan. En positieve recensies zijn veel moeilijker om te schrijven dan negatieve. Zeggen waarom iets goed is: daar heb je niet zoveel bijwoorden voor. Het is goed, het is schitterend, het is fantastisch.

'Wat mij stoorde in het Volkskrantstuk - en trouwens in alle negatieve besprekingen in de Nederlandse pers - was dat er vooral dingen instonden die inhoudelijk helemaal niet ter zake doen. Dat Daan zoveel ambitie heeft, bijvoorbeeld. Dat wordt in Nederland kennelijk als een negatief punt gezien. Maar het is toch juist goed dat jonge auteurs ambitie hebben? Wij Vlamingen zijn altijd jaloers op die Nederlandse grote bek. De Bezige Bij maakt er te veel reclame mee, las ik ook; nou ja zeg, gelukkig dat een uitgever dat doet.

'Een tweede bezwaar is dat het boek nooit helemaal besproken is geweest. Men schrijft nergens over de korte verhalen in het midden, die schitterend zijn en de kern van heel het boek vormen. Tot slot wordt Daan aangepakt op zijn schraal taalgebruik. Maar de taal móet in dit boek een beetje wringen en moet schraal zijn, die man leeft nog maar half. Recensenten lezen het boek naar mijn mening bevooroordeeld, omdat ze er per se iets negatiefs in willen zien.'

Serdijn: 'Dat ben ik absoluut niet met je eens. Er is een ondergrens bij het beoordelen van een tekst en die betreft het moment dat een auteur fouten maakt. Als zinnen niet kloppen en je moet gaan puzzelen: wat stáát er nou eigenlijk?'

Heerma van Voss: 'Volgens mij is het boek glashelder. Wat me in Daniëlles recensie wel verbaasde, is dat een tekst van mijn website - waar ik inderdaad de woorden magnum opus heb gebruikt, overigens tussen aanhalingstekens, het was namelijk ironisch bedoeld: ik ben 28 - de kern van de recensie werden. En Roderiks recensie bevatte grote woorden die ik heel eervol vind, maar waar ik ook niet heel erg in moet geloven, anders wordt het natuurlijk helemaal niks meer met me.'

Wat maakt het oordeel van een recensent meer waard dan het oordeel van een willekeurige vriend die ook veel leest?

Six: 'Dat vind ik een moeilijke vraag. De instelling waarmee je als recensent leest, is alvast anders. Het eerste wat je verliest als je gaat recenseren, is banaal leesplezier. Je bent gedwongen alles te analyseren, genieten kan niet. Recenseren is wel gewoon een vak.'

Jullie hebben geen recensiekunde gestudeerd.

Six: 'Nee, ik heb filosofie gestudeerd. Maar als recensent lees je dwangmatig veel en dat scherpt je beoordelingsvermogen. De meeste mensen kopen gewoon een boek ter vermaak. Ik lees boeken met één vraag: is het literatuur of niet? Mijn eisen zijn veel hoger dan de criteria die de gemiddelde consument hanteert.

'Verder vind ik het belangrijk dat een recensie aangenaam leest. Dat het geen doorwrocht artikel is waar niemand doorheen komt. De recensent moet dus zelf ook kunnen schrijven. En verder speelt ervaring een grote rol, ook omdat het publiek jou dan pas als recensent leert kennen. Ik heb lezers die het nooit met me eens zijn, maar me toch graag lezen, omdat ze weten: als Roderik het een goed boek vindt, is er voor mij vermoedelijk weinig aan.'

Serdijn: 'Precies. Mensen die je heel lang volgen, weten wat ze aan je hebben. Ik heb literatuurwetenschappen gestudeerd, maar ik heb het vak geleerd toen ik bij Het Parool zat. Recenseren is iets wat je pas goed kunt als je het lang doet. Wat mijn oordeel waardevoller maakt dan dat van een plezierlezer is dat ik kritisch mag zijn. En dúrf te zijn. Een gewone plezierlezer heeft die verplichting niet. Die kan zich laten meevoeren door een verhaal, over foutjes heen lezen.'

Welk oordeel weegt voor jou zwaarder, Daan: dat van een vriend of dat van de recensent?

Heerma van Voss: 'Voor mij persoonlijk weegt het oordeel van een recensent zwaarder dan het oordeel van een willekeurige lezer. Om een praktische reden: hij heeft invloed, op zijn lezers en dus op mijn publiek; en ook om een inhoudelijke reden, doordat je als schrijver veronderstelt dat de eisen die een criticus aan je werk stelt, lijken op de eisen die jij zelf stelt.'

Het land 32 is zeer verschillend besproken. Maakt dat die recensies niet per definitie vrij ongeloofwaardig?

Six: 'Het zou pas ongeloofwaardig zijn als iedereen hetzelfde vond. Dat lijkt me veel alarmerender. Volgens mij zegt het feit dat er twee tegenovergestelde meningen over een kunstwerk kunnen zijn, vooral iets over het belang van dat kunstwerk. Dit boek verdeelt recensenten, het oordeel is heel negatief of heel positief: dat maakt het boek sowieso relevant.'

Serdijn: 'Ik wilde het boek eigenlijk niet bespreken. Ik vond het niet goed genoeg. Maar door alle publiciteit was Het land 32 een boek geworden waar je niet omheen kon.'

Six: 'Jouw toon was wel wat zachter dan die in De Groene Amsterdammer en in Vrij Nederland, die op dezelfde dag met een vernietigende recensie kwamen.'

Heerma van Voss: 'Dat was geen goede dag voor mij. Ik heb een soort schil van mensen om me heen die soms zeggen: dit moet je niet lezen. Die hadden die dag veel te doen. Ik las ze natuurlijk toch en ik vond het uiteraard vervelend. Wat ik vooral voelde, was verbazing. Niet zozeer over het oordeel, maar over de toon van die stukken.'

Six: 'Ik vond de toonaard vals.'

Serdijn: 'Volgens mij had die toon echt te maken met het feit dat je niet om deze auteur heen kon. Dat hij je door de strot werd geduwd.'

Heerma van Voss: 'Door de strot geduwd: door wie dan? Want ik doe dat niet.'

Serdijn: 'Nee, misschien niet bewust, maar je was overal. We konden niet om jou heen, ik kon je niet níet bespreken: we moesten de lezer informeren over dit fenomeen.'

Heerma van Voss: 'Dit fenomeen. Dat ben ik dus. Proost.'

Six: 'In België speelde dat helemaal niet. En in grote delen van Nederland evenmin. Alleen de grachtengordel vond kennelijk dat Daan zijn hoofd te ver boven het maaiveld uitstak en dat de tijd rijp was om hem een kopje kleiner te maken. Een van de recensenten viel over de mededeling op de achterflap dat je deels in Baton Rouge woont. Dat zijn toch geen argumententen?'

Serdijn: 'Bij mij speelde dat helemaal geen rol. Maar ik denk toch dat het niet slim was om dit boek met zoveel poeha te presenteren. En ik denk dat ook recensenten zich te veel 'gestuurd' voelden door de uitgeverij; het was alsof we er niet van mochten vinden wat we wilden vinden.'

Hoe groot is het belang van recensies uiteindelijk, voor een boek en voor de schrijver?

Six: 'Gering, denk ik.'

Serdijn: 'Een aantal jaar geleden was er een onderzoek waarin werd gekeken naar het effect van recensies, en daar kwam uit dat na een week niemand meer weet of je nou negatief bent besproken of positief. Ze onthouden dát je bent besproken. Dat betekent dat je ertoe doet.'

Heerma van Voss: 'Ik weet niet wat de invloed van recensies is. Daar ben ik sowieso wel benieuwd naar, of ze invloed hebben - het lijkt me een vrij deprimerend idee als die invloed nihil zou zijn.

'Mijn eigen oordeel over mijn boek is in elk geval niet veranderd. Ik vind er precies hetzelfde van als twee maanden geleden. Gek genoeg leiden negatieve recensies niet tot twijfel, maar tot schaamte - dat mijn oma zo'n stuk kan lezen. Twijfelen doe ik sowieso wel. Ik heb ook niet de behoefte mezelf te verdedigen, want de verdediging is het boek zelf. Maar sommige mensen lezen alleen de aanval en niet de verdediging. En daar kun je dan niets aan doen.'

Prijs

Schrijver en journalist Daan Heerma van Voss (1986) groeide op in Amsterdam als zoon van socioloog Christien Brinkgreve en oud-VPRO-hoofdredacteur Arend-Jan Heerma van Voss. Hij studeerde geschiedenis, won in 2011 de journalistieke prijs De Tegel en schreef vier romans: Een Zondagsman (2010), Zonder tijd te verliezen (2012), De Vergeting (2013) en Het land 32 (2014). In 2013 verscheen van hem de novelle 70, deel van een erotisch drieluik met David Pefko en Jamal Ouariachi.

Serdijn en Six

Daniëlle Serdijn (1968) is literatuurcriticus voor de Volkskrant. Ze studeerde literatuurwetenschappen, werkte onder meer bij de Arnhemse Courant en Het Parool en woont met columnist Jerry Goossens en hun drie kinderen in Utrecht. Roderik Six (1979) is schrijver (zijn debuutroman Vloed verscheen in 2012 bij De Arbeiderspers ) en literair recensent bij het Vlaamse Knack. Six woont in Gent.

undefined

Meer over