'Grote organisaties hebben niets aans vogels zoals ik': Miljoenensubsidie Europese Unie gaat geheel voorbij aan innovatieve duizendpoot Jan-Kees Quak

Tientallen miljoenen guldens heeft de Europese Commissie bestemd voor de regio Eindhoven, waar de werkloosheid hoog is als gevolg van het faillissement van DAF en de saneringen bij Philips....

Van onze verslaggever

Fokke Obbema

AMSTERDAM

Potplantenexporteur, uitvinder, manager van een ingenieursbureau, docent bedrijfseconomie, bouwer van campers en boer - sinds zijn vertrek bij Philips combineert de bedrijfseconoom Quak dagelijks een onwaarschijnlijk aantal functies met die van vader en echtgenoot. 'Ik ben van geboorte een Westlander. Een vlucht regenwulpen van Maarten ' t Hart, precies dat milieu. Westlanders werken van nature vrij hard', verklaart hij. Ook lijdt hij onder een overmaat aan talent. 'Ik heb een probleem: ik kan teveel. Daarom paste ik niet bij Philips.'

Zijn studie bedrijfseconomie in Rotterdam nam niet minder dan elf jaar in beslag: van 1972 tot 1983. In die tijd was Quak ook huisman, terwijl zijn vrouw als wijkverpleegster het geld verdiende. Zelf deed hij dat ook. In de zomermaanden werkte hij in de kassen van een oom in het Westland om zijn studie te bekostigen.

Zijn eerste baan was bij Philips Nederland, waar de academicus Quak in een 'HBS-organisatie' terecht kwam. De directie werd gevormd door 'mannen die in hun korte broek bij Philips waren binnengekomen en zo gestaag omhoog waren geklommen.' Die directie keek neer op de 'academen', zoals de jonge academici smalend binnen Philips werden genoemd. Zij kregen vijf jaar de tijd om zich op diverse terreinen te bewijzen.

Bij Philips Nederland, de Nederlandse verkooporganisatie, leerde Quak dat het niet gewaardeerd werd al te slim over te komen. 'Ik moest bijvoorbeeld ten overstaan van de directie een presentatie over de stofzuigermarkt houden en sprak daarin over een oligopolie. Dat leidde tot enig verontrust geschuif achter de tafel. Men bleek niet te weten wat ik met die term bedoelde.'

Op het commerciële vlak moest de directie wel erkennen dat Quak een talent was. Hij gooide hoge ogen voor Philips Nederland met zijn stofzuigerverkoop. Van die apparaten wist hij jaarlijks niet alleen bijna 200 duizend stuks te verkopen, wat neerkwam op een aandeel van circa een-derde van de markt, maar bovendien krikte hij de winstmarge aanzienlijk op.

Zijn aanpak halverwege de jaren tachtig kan als een voorloper worden beschouwd van de methode die Philips-president Jan Timmer tegenwoordig zijn medewerkers voorhoudt: Quak luisterde naar zijn klanten. 'Dat waren die winkeliers niet gewend. Ik ging bij ze langs, was voor hen meneer Philips en kreeg meteen ook alle andere vragen op me af, van video-apparatuur tot cd's. Hun ervaring was dat ze niet om Philips heen konden vanwege de produkten, maar dat vragen stellen of klagen nooit zin had, omdat je honderd keer doorverbonden werd en uiteindelijk toch nooit iemand aan de lijn kreeg die het voor het zeggen had.' In een latere fase van zijn carrière, als product-manager, drukte hij de verkoopkosten met een-derde door de leveranties beter af te stemmen op de wensen van de afnemende winkeliers.

De aansprekende resultaten op zijn deelgebied vertaalden zich niet automatisch in een stijgende carrière-lijn. Quak paste niet goed binnen de bedrijfscultuur van Philips Nederland. 'Mij werd verteld dat het altijd goed stond om met een map in je handen over de gang te lopen. Dan wekte je de indruk dat je druk bezig was. Maar ja, ik had nu eenmaal een goed geheugen.'

'Ik was lastig voor ze. Mijn deur was altijd dicht omdat ik aan het werk was. Bij Philips Nederland was het normaal dat je bij je baas op schoot ging zitten en hem vroeg of hij je problemen wilde oplossen. Maar ik zag het als mijn taak om de problemen van mijn baas op te lossen. Daarom vonden ze mij een irritant baasje.'

Omdat de directie niet goed wist wat er met de toch talentvolle Quak moest gebeuren, werd hij naar een psycholoog gestuurd. Na twee dagen kwam die tot de conclusie dat Quak 'super-intelligent' en 'super-technisch' was. 'Dingen die ik al wel dacht, maar nooit had durven uitspreken. Die psycholoog bezwoer me dat ik nooit meer mocht zeggen dat iets simpel was.'

Philips Nederland stuurde hem door naar de moederorganisatie, Philips International. Daar belandde hij bij de grootste divisie, consumentenelektronica, waar hij mocht gaan werken aan de zwakste stee van het Eindhovense concern: de marketing. 'Tegenwoordig beginnen ze door te krijgen hoe dat moet. De Philips-produkten worden goedkoper én beter. Ze zijn niet meer zo eigenwijs.'

Maar in zijn eigen Philips-tijd moest Quak het opnemen tegen een bedrijfscultuur die gedomineerd werd door ingenieurs. Die hadden niets op met wat Quak de 'gevoelens in de onderbuik' noemt. 'Mensen gaan hun aankopen later verklaren met hun hersenen. Maar als je wilt weten waarom ze iets kopen, moet je goed op die onderbuik letten, dat is het spannende spel.'

Met dat verhaal maakte hij bij de techneuten van Philips geen indruk. 'Je kon zo'n ingenieur niet duidelijk maken, waarom een knopje aan een apparaat lekker aan moest voelen.' Een andere ergernis was dat hij zag hoe bij Philips mismanagement werd beloond: een directeur die bij de ene Philips-dochter op staande voet werd ontslagen, kon bij een ander bedrijfsonderdeel weer op datzelfde niveau aan de slag. 'Binnen Philips draaide alles om kruiwagens.'

Een van zijn laatste klussen betrof een missie naar het Zuidamerikaanse Ecuador, waar de plaatselijke landenorganisatie moest worden doorgelicht. 'Dat bleek een complete zooi te zijn waar drie ex-pats geld over de balk gooiden. Ik maakte daar een kritisch, fel concept-rapport over, maar mijn mede-reiziger bracht dat terug tot nat gemaakte, zoete koek.'

Eind jaren tachtig, kort voor het begin van de Centurion-operatie van Timmer, had Quak er genoeg van. Naast frustratie zat zijn lage salaris, 2500 gulden netto in de maand, hem dwars. Hij kreeg te horen dat daar niets aan te veranderen viel, omdat 'de groeilijn was bepaald door Philips Nederland.' Quak vertrok en besloot bedrijfsadviseur te worden.

In de afgelopen jaren is hij onder meer ruim drie jaar interim-manager geweest bij een elektro-technisch bedrijf. Sinds vorig jaar juni heeft hij zijn eigen ingenieursbureau, Imapro, waarin hij samenwerkt met een handvol besturingstechnologen. Onder meer kocht Imapro van diverse gemeentes een viertal fietscarrousels. Die ronddraaiende gevaartes om fietsen automatisch in op te bergen waren 'in een vlaag van optimisme', aldus Quak, door gemeentes neergezet, maar bleken in de praktijk niet te functioneren. De carrousels namen de fietsen wel op, maar gaven ze niet meer terug. Imapro zorgt er nu voor dat het mechanisme werkt.

Quak doceert daarnaast bedrijfseconomie en logistiek op het Instituut voor Sociale Wetenschappen, een avond-opleidingsinstituut van Wolters Kluwer, en exporteert samen met zijn broer potplanten naar Duitsland, Zwitserland en Denemarken; een bedrijfje met een omzet van enkele miljoenen.

Hulp van de overheid is er voor een startend ondernemer niet of nauwelijks, zo heeft Quak ondervonden. Zijn exportbedrijfje kost hem wekelijks anderhalve dag aan administratie, hoofdzakelijk om te voldoen aan allerlei overheidsvoorschriften. Zo is er sinds het wegvallen van de grenzen de verplichting van de ICT-aangifte voor 'intercommunautaire handel': per klant moeten alle facturen worden gemeld, met daarop de omzet in guldens. De facturering geschiedt in andere valuta. Welke omrekenkoers wordt gehanteerd, is voorwerp van eindeloos geharrewar, zeker wanneer blijkt dat er verschillen zijn tussen de ICT-aangifte en de BTW-aangifte. 'Ze komen dan voortdurend met briefjes waarin staat dat je per se voor een bepaalde datum moet reageren. Al die rompslomp houd je behoorlijk van je werk af.'

Voor zijn ingenieursbureau diende Imapro een verzoek in om een Europese subsidie te ontvangen; voor de regio rond Eindhoven zijn tientallen miljoenen uitgetrokken in verband met de hoge werkloosheid in de streek. De saneringen bij Philips en de ondergang van DAF worden er nog altijd gevoeld. Voor de verdeling van de subsidiestroom zijn in de regio 'tegen hoge uurtarieven managers gedetacheerd. Ik ben er bij drie langs geweest, mannen met veel praats en grote aardappels in hun keel, die vinden dat wij als ingenieursbureau niets toevoegen. En dus gaat het geld vooral naar de infrastructuur, de verbetering van de wegen van bedrijvenparken en dat soort zaken.'

Quak bestrijdt dat ingenieursbureau's niets zouden toevoegen en wijst onder meer op de uitvinding van een sensor die in staat is om de viscositeit van een vloeistof van buitenaf te regelen. 'Alle andere methodes die daarvoor bestaan, zijn invasief: je moet een meetinstrument in de vloeistof brengen en het er weer uithalen.'

Over concrete toepassingen wil hij uit concurrentie-overwegingen nog niet praten. Akzo, Heineken en Unilever hebben belangstelling voor de vinding getoond. 'Grote bedrijven kunnen dat niet uitvinden, omdat ze alleen uitgaan van bestaande technologie.' Eén uitzondering wil hij wel maken: het NatLab van Philips.

In een eventuele terugkeer naar een groot bedrijf gelooft hij niet meer. 'Tenzij een visionair iets in mij ziet, maar vogels zoals ik, daar kunnen grote organisaties in beginsel niets mee. Die zoeken mensen die vanaf de lagere school altijd hebben gedaan wat er van hen werd gevraagd.'

Meer over