Grote namen nog ver verwijderd van grootse vorm

MARK VAN DRIEL

AMSTERDAM - Atletiek: Diamond League

Bij de WK atletiek in Zuid-Korea, over drie weken, krijgen de titelverdedigers het niet gemakkelijk. De meeste kampioenen van 2009 hebben de afgelopen maanden niet sterk gepresteerd, zoals blijkt uit de seizoensranglijst van de IAAF.

Op de 100 meter staat de Jamaicaanse wereldrecordhouder Usain Bolt slechts zesde met een tijd van 9,88. Op de 5.000 en 10.000 meter komt drievoudig olympisch en vijfvoudig wereldkampioen Kenenisa Bekele niet eens voor op de ranglijsten - het is zelfs de vraag of de Ethiopiër zal meedoen in Daegu.

Olympisch en wereldkampioen polsstokhoogspringen Steve Hooker behoort met een matige hoogte van 5.60 ternauwernood tot de topvijftig van de seizoensranglijst.

Bij de vrouwen doet dezelfde situatie zich voor. Olympisch en wereldkampioen 100 meter Shelly-Ann Fraser heeft de zesde tijd van het jaar gelopen. Tweevoudig wereldkampioene hoogspringen Blanka Vlasic staat tweede met een schamele hoogte van 2.00 meter. Polsstokdiva Jelena Isinbajeva staat derde met een voor haar door magere hoogte van 4.76.

Caster Semenya, de Zuid-Afrikaanse wereldkampioene met de mannelijke uitstraling, loopt lang niet zo hard als bij de WK van haar doorbraak, twee jaar geleden in Berlijn.

Ook bij de laatste Diamond League voor de WK, vrijdag en zaterdag in Londen, straalden veel sterren niet. Als ze al meededen. De Diamond League slaagt er minder goed in de topatleten aan zich te binden dan het plan was bij de lancering van het circuit, in 2010.

Asafa Powell, de Jamaicaanse topsprinter die vanwege zijn snelle tijden de meeste kans leek te maken om Bolt op de 100 meter als wereldkampioen op te volgen, bleek plotseling geblesseerd. Bolt had al van deelname afgezien vanwege de hoge belastingtarieven in Groot-Brittannië. Een andere Jamaicaan greep zijn kans. De 21-jarige Yohan Blake dook als enige onder de 10 seconden op de 100 meter: 9,95.

Op de 200 meter won een Amerikaanse sprinter. Walter Dix liet 20,16 klokken en kondigde meteen aan dat Bolt niet langer onverslaanbaar is, ook al voert die met 19,56 wel de seizoensranglijst aan op het minder prestigieuze sprintnummer. Dix is tweede met 19,72. 'Bolt kan zeker worden verslagen', aldus de Amerikaan.

Bij de vrouwen maakte Carmelita Jeter haar koppositie op de seizoensranglijst waar. De Amerikaanse, die in 2007 en 2009 als derde eindigde bij de WK, versloeg de Jamaicaanse wereldkampioene Fraser met 10,93. Ze heeft dit jaar al 10,70 gelopen.

Isinbajeva liet het polsstokhoogspringen in Londen aan zich voorbij gaan. Het onderdeel werd gewonnen door de Amerikaanse Jennifer Suhr, met 4.79 meter. Zij eindigde bij de Spelen van Peking als tweede achter de Russin. Ze lijkt een serieuze kandidaat voor de wereldtitel sinds ze vorige maand haar persoonlijke record verbeterde tot 4.91 meter.

Op de 110 meter horden lijkt olympisch kampioen Dayron Robles in staat de wereldtitel toe te voegen aan zijn erelijst. De Cubaanse wereldrecordhouder versloeg opnieuw de Amerikaan David Oliver, de snelste man van het seizoen. Eerder in Parijs was verschil slechts drieduizendste van een seconde. Vrijdag was het verschil groter: 13,04 versus 13,19.

'Ik denk dat ik in Daegu onder de 13 seconden kan duiken', zei Robles. De jonge Amerikaan Jason Richardson kan in Zuid-Korea voor een verrassing zorgen. Hij werd tweede met een persoonlijk record van 13,08.

Het optreden van de Nederlanders in Londen doet vermoeden dat er in Daegu een bescheiden rol voor ze is weggelegd. Discuswerper Eric Cadée kwam twee weken geleden nog tot de vierde plaats in de Daimond League, maar bleef nu steken op de zevende stek. Hij wierp minder dan bij de NK, vorig weekeinde: 62.24.

De estafetteploeg bleek op de 4x100 geen baat te hebben gehad van de openbare training van vorige week op Papendal. Het team van Troy Douglas werd vijfde in 39,77. Dat is ongeveer een seconde langzamer dan de streeftijd van de bondscoach.

undefined

Meer over