Grote griezel

Het universum van Tim Burton wordt bevolkt door macabere maar aaibare freaks. De filmmaker staat vaak zelf model voor zijn creaties. Vandaag opent in Parijs een tentoonstelling van zijn werk.

BOR BEEKMAN

De collectie bestaat uit 700 onderdelen; tekeningen, sculpturen, films, kostuums, schetsen, poppen, maquettes, foto's, schilderijen, decorstukken. Ja zelfs servetten van de filmer zijn uitgestald in het Franse filmmuseum, la Cinémathèque française. Die dienden als schetsblok als er geen tekenpapier voor handen was en er plots een nieuw personage uit zijn pen vloeide.

Er zit geen normaal mens bij. Of preciezer: er is welgeteld één normaal mens afgebeeld, op een krukje. Zo'n typische spierstudie is het: een naakt, met één been opgetrokken, hoofd leunend op een hand. Potlood op papier, een schoolopdracht van de kunstacademiestudent Tim Burton, die toen zo'n 20 jaar oud moet zijn geweest. Een weinig bijzondere schets, op één detail na: onder aan het vel krabbelde de student er nog een gebocheld en geprononceerd gespierd monster bij, in aanvalsstand.

Burton kon het niet laten: voor gewone mensen is geen plaats in zijn carnavaleske universum, dat wordt bevolkt door freaks en monsters. Mens en dier zijn er per definitie mismaakt, bungelen ergens tussen alle verschijningsvormen in; antropomorfische wezens.

Vandaag opent in Parijs de overzichtstentoonstelling van de 53-jarige Amerikaanse horror-gothic filmer, die voor het gemak naar hemzelf is genoemd; Tim Burton - de expositie. Net zoals veel van zijn films ook simpelweg de naam van het hoofdpersonage als titel dragen; Beetlejuice (1988), Batman (1989), EdwardScissorhands (1990), Ed Wood (1999), Sweeney Todd (2007). De omvangrijke verzameling objecten is samengesteld door het MoMa, dat er in 2010 een recordaantal bezoekers mee trok; 810.000. Enkel prestigieuze overzichtstentoonstellingen van Picasso en Matisse deden het ooit beter in het New Yorkse museum. Na een bezoek aan musea in Melbourne, Toronto en Los Angeles arriveert Burtons werk nu in Europa.

Wie de uitstalling in de cinematheek in het 12de arrondissement binnenstapt, belandt eerst in het halfduister, waar een met fluorverf bewerkte carrousel draait met daarin een bonte stoet aan monstertjes - een van de installaties die Burton speciaal voor de tentoonstelling vervaardigde. In Beetlejuice, zijn doorbraak naar het grote publiek, figureerde al een soortgelijk ontwerp. Burton nam die horrorkomedie een kwart eeuw geleden op, maar teruggrijpen op het verleden is hem niet vreemd. De oogst van zijn schetsblokjes kan ook vele jaren later plots opduiken in een film. Door een enorme hoeveelheid werk te tonen, van pril begin tot eindstadium, maakt de expositie inzichtelijk hoe Burton zijn monsters en schepsels laat evolueren en muteren tot ze uiteindelijk in een van hun verschijningsvormen op het filmdoek belanden. Zo moest Jack de pompoenkoning, die met zijn dunne ledematen wel iets van een Giacometti-beeld wegheeft - een van Burtons meest geliefde creaties - uit The Nightmare Before Christmas (1993) ruim tien jaar wachten voor hij aan de beurt was.

Bij de opening in het MoMa klonk er wat gemor onder de Amerikaanse kunstcritici: Burton mocht als filmer meetellen maar als autonoom kunstenaar werd hij toch wat te licht bevonden om zo'n prominente expositie te kunnen rechtvaardigen. Over de uitgestalde movie props, van de originele scharenhandschoen uit Edward Scissorhands tot aan enkele Batman-maskers, werd lacherig gedaan; meer iets voor de aankleding van het filmsterrenrestaurant Planet Hollywood dan voor in een museum.

Begrijpelijke kritiek, maar binnen de ambiance van een filmmuseum vallen zulke bezwaren weg en verkeren ook die memorabilia in een natuurlijke omgeving. Toch zijn het ook hier juist de kleine, soms met waterverf ingekleurde pentekeningen die aan de films vooraf gingen, die het sterkst tot de verbeelding spreken. Minigeboortes van filmpersonages zijn het, waarbij opvalt dat Burton zichzelf (inclusief iel fysiek en uitstaand haar) vaak als uitgangpunt gebruikt - bovenal de vroege schetsen van Edward Scissorhands zijn knappe en goed gelijkende zelfportretten.

Johnny Depp, die deze personages vaak belichaamt op het doek, roemde al vaak het vermogen van de filmer om in één enkele tekening een heel personage te vatten - zo'n velletje is volgens de acteur van grotere invloed op zijn voorbereiding dan het scenario. In mei gaat hun achtste samenwerking in wereldpremière, de vampierfilm Dark Shadows.

Een deel van de tentoonstelling is ingeruimd voor het werk dat Burton begin jaren tachtig verrichte onder hoede van de Disneystudio, die hem van de academie plukte en in een klasje van veelbelovende animators plaatste. Burton was er doodongelukkig. Kreeg hij de opdracht lievige vosjes te tekenen voor The Fox and the Hound (1981), schoten er toch weer allemaal van die Burtonesk bezeten, half aangevreten beesten uit zijn pols - onbruikbaar voor de kinderfilm.

Tegelijk wist de verouderde Disney-kliek zich geen raad met de soloprojecten van de overduidelijk getalenteerde jongeling. Burtons avant-gardistische tv-sprookje Hansel & Gretel, waarin hij Hans en Grietje liet spelen door overacterende Aziaten, werd verbannen naar de nachtprogrammering. Nog moeizamer verliep de doop van Frankenweenie (1984), zijn korte film over een jongetje dat zijn doodgereden hond aaneen naait en weer tot leven wekt. Bij een testvertoning moesten kinderen in het publiek huilen, Burton werd terstond ontslagen.

Opmerkelijk genoeg werkt hij momenteel aan een peperdure 3D-remake van datzelfde Frankenweenie, nu op speelfilmlengte en wederom voor de Disneystudio. De eerste beelden zijn te zien op de tentoonstelling, gefilmd in artistiek zwart-wit, wat de commerciële kansen vermoedelijk aanzienlijk vermindert. Het zegt iets over Burtons huidige positie in de Hollywoodpiramide en mag ook worden beschouwd als een cadeautje aan de filmmaker: diens voorlaatste film voor het Disneyconcern, de 3D Alice in Wonderland-bewerking uit 2010, bracht tenslotte ruim een miljard dollar op.

Burton verwijderde zich in zijn carrière meerdere malen van Disney (als hij niet werd verwijderd) en maakte zijn debuut als speelfilmregisseur bij concurrent Warner, maar de filmmaker keert om de zoveel tijd weer terug. Zo vreemd is dat niet: Burtons grote kracht is het mixen van het macabere met onschuld, vaak met tragikomisch effect. Enige Disneyficatie is hem daarbij niet vreemd: de gothic-esthetiek van het Duitse expressionisme, met veel schaduwen, is bij Burton eerder grotesk dan beklemmend. En zijn schepsels mogen dan wellicht wat afschrikwekkend ogen, echt kwaadaardig zijn ze zelden.

Zelfs het jongetje dat spijkers in zijn eigen ogen mept - staand tussen andere, al even gemangelde poppenkinderen in een uitstalkast - wekt eerder vertedering op dan afschuw. Het verwondert niet dat de pop (een personage uit Burtons geïllustreerde poëziebundel) ook als plastic speelgoedvariant te koop is, in het souvenirwinkeltje bij de uitgang van de Cinémathèque. Monsters en freaks zijn het, maar nog wel aaibaar.

Interview:

'Beangstigend', antwoordt Tim Burton op de vraag hoe het voelt, zo'n omvangrijke tentoonstelling. 'Wat ze hier verzameld hebben: voorstudies, ideeën, privéwerk - de curators zijn door al mijn lades en dozen gegaan - is niet vervaardigd met het idee dat er ooit grote groepen mensen naar zouden kijken. Dus ik voel me wel wat kwetsbaar. Vergeet niet: ik kom uit Burbank, Californië, we deden thuis niet aan museumcultuur. Ja, het wassenbeeldenmuseum in Hollywood, maar dat telt niet echt.'

Burton - gebruikelijk warrige haardos, grote bril - oogt ontspannen, al zegt hij dat niet te zijn. 'Ik ben niet zo'n goede spreker, ik teken liever. Schetsen, doodling, was vooral in mijn jeugd een vorm van communicatie, een manier om mijn onderbewustzijn te verkennen. Pas als filmregisseur heb ik moeten leren hoe je met andere mensen praat.'

In de keurige buitenwijk van het zonovergoten Californië voelde hij zich als kind onbegrepen, een buitenstaander. 'Een freak, of een monster, als je het zo wilt noemen. Ik voelde me verwant met de personages uit horrorfilms die ik vanaf mijn derde al keek, zoals Frankenstein en King Kong. Monsters die symbool staan voor misperceptie.'

Edward Scissorshands (1990), waarin Johnny Depp zo'n in de aangeharkte suburb verzeild geraakte gevoelige freak speelt, als robotmens met scharen als handen, beschouwt Burton als de meest persoonlijke van al zijn films. Een van zijn beste ook. 'Maar uit alles wat ik maak, valt wel iets van mijn jeugd te herleiden. Ik kom altijd weer op dezelfde thema's uit, onbedoeld. Ik denk nooit: o, nu ga ik dit eens tekenen. Ik begin gewoon vrij te schetsen. Zo kwam ik ook plots op pompoenkoning Jack Skellington, het personage voor Nightmare Before Christmas, zonder dat daar een intellectueel proces aan vooraf ging.'

Met Disney, de studio die hem ooit als jongeling in dienst nam als tekenaar en zowel vroege films (o.a. het juweeltje Vincent) als verschillende van zijn latere successen financierde (waaronder Alice in Wonderland, met een miljard dollar aan recettes) , onderhoudt hij al decennia lang een haat-liefdeverhouding. 'Ze hebben me nu zo'n vijf keer ingehuurd en vijf keer ontslagen. Bij Disney hoorde ik voor het eerst dat mijn werk te eng zou zijn voor kinderen - dat achtervolgt me nu al mijn hele carrière.

Volgens mij worden mensen angstiger naar mate ze ouder worden. Mijn films zijn niet enger dan sprookjes, die in de basis óók horrorverhalen zijn en kinderen op een symbolische en een beetje abstracte wijze de wereld proberen te laten begrijpen. Het is ook een kwestie van cultuur. In het milieu waarin ik opgroeide was de dood taboe, terwijl verderop in Los Angeles de Mexicanen gewend zijn op hun Día de muertes (dag van de doden) juist heel feestelijk de doden te eren en skeletten allerlei grappige dingen te laten doen. Dat inspireerde me, die andere omgang met de dood.'

Burton geldt als een van de weinige filmmakers die binnen het Amerikaanse studiosysteem werkt en toch een grote mate van vrijheid weet te behouden. 'Ik heb in principe final cut, maar makkelijk is dat niet. Na Beetlejuice (1988) en Batman (1989), die beide zeer succesvol waren, dacht ik alles wel van de grond te kunnen tillen, dat het me voortaan makkelijk af zou gaan. Mooi niet: Edward Scissorhands was er bijna niet geweest. Hoe succesvol ook, vanaf het moment dat je gelabeld bent als een weirdo denken ze in Hollywood toch dat er ergens iets mis met je is. Studio's blijven bang dat ik ineens iets geks doe. Inmiddels heb ik wel een meer filosofische kijk op filmmaken ontwikkeld: elke film is een worsteling en van commerciële verwachtingen trek ik me zo min mogelijk aan. De schoonheid van film is nu juist dat je vooraf nooit weet of iets zal aanslaan.'

Tim Burton, l'exposition, inclusief compleet retrospectief

7 maart tot en met 5 augustus, la Cinémathèque française, Parijs. Volwassenen: 11 euro, Kinderen: 5,50 euro

Films van Tim Burton

Pee-wee's Big Adventure

(1985),

Beetlejuice

(1988),

Batman

(1989),

Edward Scissorhands

(1990),

Ed Wood

(1994),

Mars Attacks!

(1996),

Sleepy Hollow

(1999),

Big Fish

(2003),

Charlie and the Chocolate Factory

(2005),

Sweeney Todd

(2007),

Alice in Wonderland

(2010),

Dark Shadows

(2012),

Frankenweenie

(2012).

undefined

Meer over