Grote coalitie voelt als een politieke zomervakantie

De grote coalitie van Angela Merkel lijkt zich aan de wetmatigheden van de mediademocratie te onttrekken. Steeds wordt het einde van haar fortuin aangekondigd....

Het naakte feit van haar totstandkoming wekte onder commentatoren al enig ongeloof. Want iedereen meende zich te herinneren dat de eerste grote coalitie (1966-'69) een wanprestatie had geleverd. En iedereen wist zeker waarom Duitsland zich niet leende voor een grote coalitie: omdat hierdoor aan de linker- en de rechterflank van het politieke veld ruimte zou ontstaan voor radicale partijen. De meest positieve opmerking was nog dat ze het grotere kwaad van nieuwe verkiezingen voorkwam - en dat ze nu eenmaal recht deed aan de wil van het electoraat.

Maar tegen de hitte van de keuken zou ze niet zijn bestand, was de gangbare veronderstelling. In elke crisis of elk partijpolitiek meningsverschil werd een voorteken van het naderende einde gezien. De gijzeling van de Duitse archeologe Susanne Osthoff in Irak zou tot een competentiestrijd tussen Angela Merkel en Frank-Walter Steinmeier - haar minister van Buitenlandse Zaken - leiden; de stakingen in de publieke sector zouden aanleiding geven tot een verwoestende sociaal-economische richtingenstrijd binnen de coalitie. De aanhoudend hoge werkloosheid zou Merkel even zwaar belasten als eertijds Gerhard Schröder. En de aanstaande verhoging van de BTW van 16 naar 19 procent zou allicht tot een hervatting van de jarenlange consumentenstaking leiden.

Merkel en haar ministers zijn tot nu toe in onvermoede eendracht over de beren op hun pad heengestapt. Ook van het periodieke gemopper in hun eigen partijen zijn zij niet onder de indruk. De linkervleugel van de SPD herinnert de geestverwante ministers op gezette tijden aan hun sociale opdracht, en Merkel is hen daarin meer ter wille dan de partijbaronnen van haar CDU kunnen billijken.

Deze verdenken de bondskanselier ervan meer belang te hechten aan harmonie binnen haar regering dan aan programmatische helderheid. Zo kwam zijhaar coalitiegenoot deze week tegemoet met een aan het SPD-programma ontleende anti-discriminatiewet. Ook de aan de gang zijnde hervorming van de volksgezondheid - een van de grote projecten van de regering-Merkel - draagt de SPD-signatuur. En de hervorming van de arbeidsmarkt, waarmee de CDU het land van de ondergang had willen redden, wordt door de SPD bekwaam getraineerd: zo ervaren ontevreden CDU'ers het althans. Zij dringen - vooralsnog achter de schermen - aan op een 'grotere conflictbereidheid' van de CDU-ministers, en verwijten Merkel dat zij het compromis tot ultiem doel heeft verheven. 'Het duurt niet lang meer', schreef die Welt, 'tot een van de partijprominenten het openlijk zegt: de koningin in het Kanzleramt is naakt.'

Christian Wagner, voorzitter van de CDU-fractie in het deelstaatparlement van Hessen, nam hier al een voorschot op toen hij zei 'dat de grote coalitie alleen goed is als de partners het helemaal met elkaar eens zijn'. Bij het ontbreken van consensus valt alles stil, of gaan de christen-democraten vlijtig bruggen bouwen. 'Het Berlijn van de grote coalitie voelt aan als een nimmer eindigende politieke zomervakantie', schreef Nikolaus Blome in die Welt. 'De opgewondenheid van het tijdperk-Schröder werkte op den duur op de zenuwen, maar hetzelfde geldt voor de half-comateuze toestand van de huidige regering.'

Het paradoxale aan de situatie is dat het vertrouwen in de grote coalitie daalt - vooral waar het haar 'economische competentie' betreft - maar dat de populariteit van Merkel hier niet onder te lijden heeft. 'Misschien zijn de mensen rustig omdat de grote coalitie dat ook is', opperde der Tagesspiegel. Daar zit wel wat in. Schröder werd vorig jaar niet zozeer afgerekend op de vijf miljoen werklozen, maar op het feit dat hij in de Bondsdag met de oppositie over de schuldvraag ruziede terwijl de kiezers een gezamenlijk initiatief verwachtten. Dat maakten zij kenbaar bij de eerste gelegenheid die zich voordeed: de Bondsdagverkiezingen van 18 september 2005.

De grote coalitie sluit mentaal goed aan bij de Duitse samenleving. Ze mijdt risico's en conflicten en heeft het geloof in grote stappen voorwaarts verloren. 'We willen weinig werken en veel verdienen', schreef die Welt over de Duitsers. 'We willen vooruitstrevend zijn, maar alsjeblieft niets met biotechnologie te maken hebben. We willen onze machines exporteren, maar de kopers moeten onze markten niet overvoeren met de goedkope waren die zij ermee produceren. Kortom: we willen tezelfdertijd de koe melken en slachten.' Duitsland heeft, met andere woorden, de regering die het verdient. Misschien is dit ook wel de sleutel tot haar succes.

Sander van Walsum

Meer over