Postuum

‘Grootvader van het inheemse gokken’raakte zijn geld kwijt aan rechtszaken

Fred Dakota, wiens casino in een garage geldt als de opstap naar de enorme gokindustrie die indiaanse stammen in handen hebben, is op 84-jarige leeftijd overleden.

Fred Dakota in 1997. Beeld AP
Fred Dakota in 1997.Beeld AP

‘De grootvader van het inheemse gokken’ begon met twee zelf in elkaar gezette blackjacktafels en een stel tweedehands gokapparaten in de garage van zijn zwager. Dakota had jarenlang in het bestuur gezeten van de Keweenaw Bay-gemeenschap in Michigan, maar na het verliezen van een verkiezing was hij werkloos. Daarom besloot hij in 1983 een casino te beginnen.

Dat was niet vanzelfsprekend: gokken was verboden in Michigan. Dakota beriep zich op een oud verdrag tussen de Amerikaanse overheid en de oorspronkelijke bewoners, waarin het gebied waarin hij woonde werd aangemerkt als indianenreservaat. Bewoners hiervan mogen deels hun eigen regels bepalen. Om die reden stonden er op meer plekken al speelhuizen op indiaanse grond, veelal bingohallen.

‘We hebben de overheid enorme hoeveelheden land gegeven in Michigan, Wisconsin en Minnesota toen we dat verdrag tekenden in 1854’, zei Dakota er in 1984 over tegen The New York Times. ‘En wat kregen we ervoor terug? De afspraak dat de overheid ons niet zou vermoorden. Welnu, het is tijd dat we wat meer krijgen. Gokken zal een heleboel indianen rijk maken.’

Het begon in de nauwelijks aangeklede garage van zijn zwager, vertelde hij in 2014 aan Traverse, een magazine uit Michigan. Hij bouwde zelf twee blackjacktafels, die omwille van de ruimte half zo groot waren als gebruikelijk, en nam tweedehands gokkasten over. In de aanloop naar de openingsnacht, op Oudejaarsavond, oefende hij met zijn vrouw Sybil met het dealen van blackjack. ‘Als je vijf kinderen te voeden hebt, word je vanzelf innovatief.’

Al snel stalde Dakota naar eigen zeggen dozen met tienduizend dollar bij zijn vader, zo succesvol bleek zijn idee. De rijen werden langer en langer. Een half jaar later opende hij een groter casino, gebouwd op een gehuurde lap grond.

Tegenslagen

Op dat moment begonnen ook de tegenslagen: de procureur-generaal van de staat ging zich ermee bemoeien en stapte naar de rechter. Die oordeelde dat casino’s in het reservaat alleen mogen worden uitgebaat door non-profitorganisaties. Toen Dakota niet genoeg geld meer had om in beroep te gaan, eindigde zijn carrière als casinobaas, achttien maanden nadat hij in zijn garage was begonnen. Het geld dat hij eraan verdiende, was hij kwijt door de rechtszaken.

Maar door de uitspraak stond nu zwart op wit dat indiaanse non-profitorganisaties legaal aan de slag konden met gokken. Hierdoor konden de stammen zelf wél casino’s beginnen. In 1988 volgde een wet die de voorwaarden voor het organiseren van kansspelen op indiaans grondgebied vastlegde. Hierdoor kon een grote gokindustrie ontstaan.

Dakota werd herkozen tot het bestuur van zijn gemeenschap en bleef zo bij de gokactiviteiten betrokken. Dat bracht hem ook in de problemen. In 1997 werd hij veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf omdat hij zich voor 127 duizend dollar zou hebben laten omkopen door een leverancier die gokkasten leverde aan Dakota’s stam.

In heel Amerika konden stammen dankzij de speelhallen geld steken in zaken als onderwijs en het opknappen van infrastructuur. In de indiaanse gokindustrie gaan tegenwoordig tientallen miljarden dollars per jaar om.

‘Hij vroeg geen toestemming, dat is misschien wel het allerbelangrijkste dat hij heeft gedaan. Niet aan het Bureau of Indian Affairs, niet aan de politie en niet aan het kantoor van de procureur-generaal’, zei Dakota’s zoon Brad tegen Traverse. ‘Ik denk niet dat indiaanse kansspelindustrie was geworden wat het nu is als Fred Dakota om toestemming had gevraagd.’

Meer over