Groots en meeslepend in momenten

In 1986 verklaarde toenmalig president Ronald Reagan de drugshandel tot een bedreiging van de Amerikaanse veiligheid, zodat hij ook buiten de eigen landsgrenzen de strijd aan kon gaan om de cocateelt uit te roeien....

Jan Pieter Ekker

Soderberghs film sloeg in Amerika in als een bom, zowel bij critici als het grote publiek. Traffic kreeg ontelbare prijzen, van de Blockbuster Entertainment Awards tot en met de Golden Globes. De film is genomineerd voor vijf Oscars: voor het scenario, voor de montage, voor beste acteur in een bijrol (Benicio Del Toro), voor beste film en voor beste regie. Soderbergh werd eveneens genomineerd voor de regie van Erin Brockovich (die ook vijf nominaties kreeg) - iets wat maar twee keer eerder is gebeurd in de geschiedenis van de Oscars (na Clarence Brown in 1930 en Michael Curtiz in 1938).

Het kan verkeren. Nadat zijn speelfilmdebuut Sex, Lies, and Videotape in 1989 werd bekroond met een Gouden Palm, lukte het Soderbergh (14 januari 1963, Baton Rouge, Louisiana) maar niet de hoge verwachtingen in te lossen. Pas tien jaar later keerde het tij: Out of Sight (1998) en The Limey (1999) werden juichend ontvangen; met Erin Brockovich (2000) bereikte Soderbergh bovendien een groot publiek. Het herwonnen zelfvertrouwen leidde tot het ambitieuze Traffic, waarin liefst 135 (Engels en Spaans) sprekende rollen worden opgevoerd en waarvoor op meer dan honderd locaties is gefilmd.

In Traffic, een Amerikaanse variatie op een Engelse miniserie uit 1989, snijdt Soderbergh drie verhalen door elkaar. Om het de kijker niet al te moeilijk te maken ze uit elkaar te houden, kreeg elk een andere tint.

Soderbergh moet een film met epische allure voor ogen hebben gestaan, à la Casino en Magnolia, maar groots en meeslepend is Traffic slechts bij momenten, omdat de drie verhalen niet alleen in kleur variëren, maar ook in spel en dramatische diepgang.

Simplistisch en plat is het koud-blauwe verhaal over Robert Wakefield, een conservatieve opperrechter in Ohio (een vlakke rol van Michael Douglas), die wordt aangesteld als de presidents hoogste drugsbestrijder. Terwijl hij zich aan de Mexicaanse grens voorbereid op zijn baan, raakt zijn briljante, maar onbegrepen en emotioneel verwaarloosde dochter verslaafd. Met haar schoolvriendjes (de enige gebruikers in de film) experimenteert ze er lustig op los. Niemand heeft iets in de gaten.

Beter is de felbelichte verhaallijn over twee agenten van de Drug Enforcement Administration, die maandenlang in de weer zijn om bewijsmateriaal te verzamelen tegen een groot drugskartel. Hoewel Catherine Zeta-Jones daarin niet overtuigt als verveelde huisvrouw die tot alles in staat blijkt als haar man wordt gearresteerd en haar luxe leventje gevaar loopt.

Het best is Traffic in de goudgele, grofkorrelige stukken, gesitueerd in Tijuana, Mexico. Soderbergh, die onder het pseudoniem Peter Andrews zelf het camerawerk verzorgde, betrapt daar politie-agent Javier Rodriguez, die tegen de klippen op probeert er het beste van te maken. Het is de enige verhaallijn waarin goed en slecht níet op veilige afstand van elkaar blijven. Del Toro - de zwarte wallen onder zijn ogen worden per film groter - steelt de show als Spaans haspelende, op de grens balancerende agent, die alles over zich heen laat komen en steeds zijn eigen plan trekt.

Alleen in het Mexicaanse deel zindert Traffic, vooral dankzij de briljante Del Toro, die zondagnacht in ieder geval een Oscar moet krijgen. Maar op Del Toro na is het een raadsel waarom Amerika als een blok valt voor Traffic. Zou het echt de boodschap zijn, die zonder cynisme, maar verpakt in een flinke portie moralisme wordt gebracht? Is het in Amerika echt nieuws dat de miljarden verslindende War on Drugs niet valt te winnen?

Meer over