Grootheidswaan van Belgisch vorst

'De Belgische monarchie is erg saai', luidt de eerste zin van Lucas Catherines Bouwen met zwart geld, 'maar ze is ook erg rijk.' Leopold van Saksen Coburg Gotha, heer van Niederfüllbach, koning der Belgen, wás rijk....

Paul Depondt

'De Nijl is mijn vederbos', zei Leopold, 'en daar doe ik geen afstand van.' Hij zag alles groot. Tussen 1877 en 1882 organiseerde hij vijf expedities vanuit Zanzibar naar Belgisch Kongo. Tien jaar later was het grootste deel van Kongo zijn privé-eigendom.

Na een reis naar Athene liet hij een steen van het Parthenon polijsten en voorzien van zijn portretmedaillon met het opschrift: 'Il faut à la Belgique une colonie.' De Belgische koning, die als kroonprins - blijkens enkele jaren geleden teruggevonden archieven - in 1854 een verrassingsoorlog beraamde tegen Nederland, wilde van België 'een aanzienlijk en zeer rijk koninkrijk maken'. Hij wilde niet alleen Nederlands Limburg en Noord-Brabant veroveren, maar ook 'de hand leggen op een deel of het geheel van het Turkse rijk'. Het Koninkrijk België zou 'met Gods hulp de eilanden in de Stille Oceaan omvatten, naast Borneo, ook enkele plaatsen in Afrika en Amerika, en zeer grote delen van China en Japan'.

Maar het werd Belgisch Kongo.

Zijn moeder, koningin Maria-Louisa, verbleef om gezondheidsredenen zeer regelmatig in Engeland. De jonge Leopold bezocht de Grote Wereldtentoonstelling van 1851. Volgens Catherine werd 'daar de basis gelegd voor de Stenen Droom van Leopold II'. Zijn grootheidswaanzin kende geen grenzen. De kolonie zou genoeg geld opbrengen om zijn ambitie te verwezenlijken: van Brussel een grootse stad maken en Oostende omvormen tot een soort Brussel aan Zee.

Belgisch Kongo was 'Leopold II van Saksen Coburgs allergrootste zaak', schreef Julien Weverbergh in een spotziek boek over l'ancienne colonie belge. Het was zijn 'vrijstaat', zijn persoonlijk bezit, waar hij nooit een voet heeft gezet. Aanvankelijk kwamen zijn koloniale plannen nogal over 'als dagdromen van een zonderling in zijn bureau', maar Leopold II was een bereisd vorst. Hij wilde zijn land groter en rijker maken. 'Als ik sterf', zei hij, 'wil ik een België achterlaten dat machtiger en mooier is geworden.' Met één kolonie.

In zijn dagboek, al in 1861, schreef Leopold II dat 'als God mij een lang leven schenkt en toelaat dat ik lang regeer, Brussel een buitengewone stad zal worden'. Het moest in zijn ogen de hoofdstad van een imperium worden.

Nooit zijn in Brussel méér huizen gesloopt dan onder zijn bewind, meer dan tijdens de beide wereldoorlogen. In 1897 liet de vorst, ter gelegenheid van de wereldtentoonstelling, dwars door het Zoniënwoud een parkway aanleggen die het hart van Brussel met Tervuren zou verbinden. Op het domein van Tervuren verrees Leopolds Koninklijk Museum voor Midden-Afrika. De koning wilde, met daartoe ingerichte 'negerdorpen' en een tentoonstelling van koloniale waren, zijn onderdanen laten zien 'hoe mooi zijn Kongo was'. Je kon met de tram naar Kongo.

Zeven grafstenen tegen de zuidmuur van de Tervurense Sint-Janskerk herinneren aan le Congo belge. Op de stenen staan een eenvoudig kruis en twee palmtakken. In 1897 zijn zeven Kongolezen uit Leopolds 'negerdorpen' aan tering en longontsteking, opgelopen door vochtigheid en kou, bezweken.

Meer over