Groot kinderleed wonderlijk in humor verpakt

Wonderkanker van Pieter Tiddens door Wederzijds. Regie: Ad de Bont. De Mannetjes van de radio van Loek Beumer, Peter Drost en Ted Keijser door De Paardenkathedraal....

RONALD OCKHUYSEN

Het jeugdtheater is uniek, roepen de jeugdtheatermakers waar ze maar kunnen. Wie de komende weken naar het theater gaat, kan constateren dat deze bravoure meer zegt over de realiteitszin van de

jeugdtheatermakers dan over hun vermeende zelfgenoegzaamheid. Theatergroep Wederzijds, De Wetten van Kepler en De Paardenkathedraal reizen momenteel door het land met voorstellingen waarin pijn en humor een stijlvolle pas op de plaats maken.

Wonderkanker, een solo-voorstelling geschreven en gespeeld door Pieter Tiddens, wordt behalve in het theater op een enorme reeks scholen gespeeld. Voor zijn verhaal over een twaalfjarige jongen die kanker krijgt, omringt Tiddens zichzelf met apparatuur. Op het oog verwijzen deze computers, mengpanelen en beeldschermen naar kille operatiekamers, maar gaandeweg de voorstelling blijkt de techniek een vriendelijke tegenspeler van Tiddens te zijn. Terwijl de acteur met een gedoseerde speelstijl de lijdensweg van een kind met kanker beschrijft, roept hij met de elektronica (klank)beelden op.

Onder de toetsen van zijn keyboard gaan samples schuil van stemmen, op het computerscherm schrijft hij ('voor het geval dat') een testament en op de televisie scheurt in een cartoon vader op zijn fiets richting de slager. Want de jongen, inmiddels kaal, heeft voor het eerst sinds tijden weer trek.

Het meest wonderlijke aan Wonderkanker is de wijze waarop flarden van groot leed zijn verwerkt in komische scènes. Met opvallend weinig woorden wekt Tiddens een indruk hoe het is om alle aandacht te krijgen omdat je zielig bent. Hoe de uitbanning volgt als de ziekte steeds meer gaat lijken op een monster dat niet valt te ontwijken. Door kanker uit de hoek van fluisterende stemmen te halen, leggen Tiddens en regisseur Ad de Bont de lege plekken in ons gevoel bloot.

Vanuit een andere invalshoek is De mannetjes van de radio gemaakt. Met deze familievoorstelling wordt niet een poging ondernomen om het onuitspreekbare te verbeelden; hier wordt de aanval geopend op de lachspieren. Geïnspireerd door de fantasie dat in een radio mannetjes wonen wier werk bestaat uit het fabriceren van geluid, schreven spelers Peter Drost en Loek Beumer met regisseur Ted Keijser een scenario. Daarin is de deur naar het absurdisme wijd opgezet.

Op de fiets arriveren twee mannen bij hun werkruimte: een op grote schaal nagebouwde radio, zo één uit de jaren vijftig, die pas gaat spelen als hij warm is. Vanuit het interieur van die radio verzorgt het duo de uitzendingen.

In de korte scènes ontpoppen Drost en Beumer zich als variété-artiesten; voor hen zijn de handelingen en de droogkomische vondsten belangrijker dan het verhaal. Het resultaat daarvan is theater dat wemelt van de geestige momenten. Communiceren doen de mannen door in ontstoppers te praten, de radio-geluiden halen ze uit potjes, en alleen al als zij schudden met zo'n leeg potje, dient de lach zich aan. Bij zoveel gein is geen plaats voor diepere gedachten. De composities van Fay Lovsky zorgen overigens voor voldoende afwisseling.

Dat jeugdtheatergezelschappen ook stukken uit het klassieke repertoire aankunnen, bewijst De Wetten van Kepler met een bijtende enscenering van Hugo Claus' Een bruid in de morgen. In de regie van Wim Berings is Claus' klassieker niet een zwartgallig familieportret, maar een eigentijdse inkijk in een gezin dat losgetornd van de beschermende zuilen op drift raakt. Hier is de zuster daadwerkelijk verliefd op haar broer, weet de doorgaans als opportuniste gespeelde nicht te ontroeren en blijkt het ouderpaar het beste met de kinderen voor te hebben - alleen hebben ze geen idee wat er in hen omgaat.

In Een bruid in de morgen wordt zonder angst voor aangezette dialogen gespeeld. De zoon des huizes, een rol van Romijn Conen, oogt karikaturaal, met zijn slonzige kleren en schichtige motoriek. Maar Conens interpretatie is kenmerkend voor de acteerstijl binnen het jeugdtheater: zijn woorden lijken te ontstaan zonder daadwerkelijk verband, maar plotseling wordt het hoge woord uitgesproken, en lacht het publiek om zijn eigen banaliteit.

Ronald Ockhuysen

Meer over