Groot is ook niet alles

Veel gemeenten fuseren of gaan nauwer samenwerken. De ‘bestuurskracht’ moet groter. Maar dreigt er geen verwijdering van de burger? Opmeer koos ervoor klein te blijven, Bolsward sloeg de weg in van verregaande samenwerking....

Eeuwen geleden kruiden ze er koning Willem II van Duitsland met paard en al onder het ijs. Hij wilde er met hun autonomie aan de haal gaan. De wapens zijn in Noord-Holland sindsdien allang neergelegd en ook ijsschotsen vind je er zelden meer. Maar tot op de dag van vandaag bewaken ze in Opmeer de eigen grenzen, beducht voor inlijving.

Vier jaar geleden begon de hedendaagse strijd, kort nadat met de Fortuyn-revolte ook de gemeenteraad van Opmeer van kleur verschoot. Anders dan in andere gemeenten zaten VVD en D66 ineens aan het roer. Met acht tegen zeven stemmen keerde die raad zich tegen fusies met andere gemeenten, tien jaar praten met de buren ten spijt. De wens van de burger, daar ging het in die dagen om.

Opmeer wilde dicht bij de burger blijven en dus koos Opmeer voor zichzelf. Aan de grenzen ontstonden de nieuwe gemeenten Koggenland en Medemblik. Fors groter dan Opmeer, waar na de jongste verkiezingen CDA en Gemeentebelangen de macht weer terugwonnen. Maar het besluit werd niet teruggedraaid.

‘Het allerbelangrijkste voor ons was het terugwinnen van vertrouwen en rust’, herhaalt wethouder Elly Deutekom (Gemeentebelangen) als ze trots dwars door haar gemeente toert: acht dorpen, 11.500 inwoners, 4.200 hectare, ruimte zo ver het oog reikt. Pal in het midden tussen Hooghoud en Opmeer ligt De Weijver, een uitgestrekt evenemententerrein met sportvelden, zwembad en sporthallen. Een eigen politiekorps of GGD zijn er allang niet meer. Voor de nieuwe wet Maatschappelijke Ondersteuning en de Bijstandwet wordt samengewerkt met andere gemeenten, maar de begroting is sluitend, er is een eigen woningbedrijf, de gemeente is grootgrondbezitter, bouwt huizen en legt hangplekken aan.

Deutekom: ‘Er is steeds een beweging gaande van klein naar groot en omgekeerd, dat zie je in het onderwijs ook. Klein is daar nu weer fijn. Voor ons is belangrijk dat we de dienstverlening voor de burger op peil kunnen houden en dat kunnen we. Je zit dichtbij, de mensen spreken je aan.’

En dan vertelt de wethouder over de kransen die na de dodenherdenking op 4 mei pardoes in de sloot lagen. Duizend euro loofde de gemeente uit voor de beste tip. Binnen een dag waren de daders opgespoord: twee meisjes van 14 jaar. De ouders en de meisjes moesten bij de burgemeester komen en de officier van justitie gaf hun straf: een scriptie schrijven over de Tweede Wereldoorlog. Kom er eens om in een grote gemeente, wil Deutekom maar zeggen.

Opmeer is een buitenbeentje. In de rest van Nederland is een ware revolutie gaande. Klein moet groot worden en de instituties gaan voorop. Fuseren hoeft niet per se, zegt minister Guusje ter Horst van Binnenlandse Zaken toegeeflijk, als de ‘bestuurskracht’ maar groter wordt. Het is het toverwoord. Zij is van plan veel maatschappelijke vraagstukken af te stoten naar de lagere overheid, zo blijkt uit het onlangs gesloten bestuursakkoord. Wijkverbetering, veiligheid, inburgering, armoedebestrijding. In ruil daarvoor krijgen gemeenten een flinke pot geld en moeten hun slagvaardigheid en kwaliteit beter.

Veel minder omzichtig uit oud-minister Van Aartsen (VVD) zich. Hij denkt dat kleine gemeenten niet tegen hun taak zullen zijn opgewassen. Ze moeten werk uitbesteden, expertise van buiten halen omdat ze zelf geen geld en kennis hebben voor meer en beter gekwalificeerde ambtenaren. Wat rest, vreest hij, is een gemeentelijk bestaan als een lege BV. Waar blijft dan de democratische legitimatie?

Van Aartsen leidde een commissie die gemeenten aan de macht wil. Wat hem betreft moeten gemeenten niet langer bedelen bij rijk en provincie om geld, maar hun inkomsten rechtstreeks uit de gemeentelijke belastingen halen. Weg met de door Den Haag dichtgetimmerde en tot op de cent nauwkeurig toegesneden regelingen.

Het is de taal die veel gemeenten dolgraag horen. Voor Van Aartsen zijn ze ‘de eerste overheid’, de deur die toegang geeft tot ‘het huis van Thorbecke’. Tot genoegen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) voor wie hij het onderzoek verrichtte. Want ook de VNG heeft schaalvergroting hoog in het vaandel staan. Directeur Ralph Pans filosofeerde onlangs dat Nederland straks tussen de 100 en 200 gemeenten overhoudt. Omvang? Tenminste 60 duizend inwoners per gemeente.

Op het VNG-congres vorige week werden die cijfers zorgvuldig weggepoetst, nadat kleinere gemeenten woedend aan de bel hadden getrokken. Herindeling (men spreekt in die kringen van het h-woord) is niet het doel, de gemeenten moeten zelf beslissen of hun kracht voldoende is om de eigen taken uit te voeren.

Denemarken wordt ten voorbeeld gehouden. Daar kregen de gemeenten een half jaar om te kiezen of ze veel taken wilden. Wie ja zei, moest ook aan schaalvergroting geloven. De Denen kozen en nu tellen de Deense gemeenten tenminste 90 duizend inwoners.

En de burger? Die lijkt er vooralsnog weinig weet van te hebben. Bijna alle kleinere gemeenten hebben al een herindeling achter de rug, jaren geleden, ook Opmeer.

Soms gebeurde dat met veel bombarie en strijd. Soms trokken burgers naar Den Haag, opgehitst door hun bestuurders. Borden lang de snelweg met kreten als: ‘Willeskop blijft Willeskop’ waren jaren geleden lang geen uitzondering. Willeskop bleef geen Willeskop. De burgers leerden leven met een gemeentehuis dat elders staat, met raadsleden die ze niet kennen en kwesties die ze niet interesseren. Ze stemmen naar de mode van de landelijke politiek.

Nu met de tweede generatie herindelingen is het protest verstomd en gaan de fusies van een leien dakje. De Groningse hoogleraar bestuurskunde Michiel Herweijer ziet het allemaal met lede ogen aan. Herindeling wordt bij wet uitgevoerd, niet bij referendum. Is de gemeenteraad akkoord, dan kraait er geen haan meer naar. Alles blijft binnenskamers, geen burger komt eraan te pas.

‘De druk op doelmatigheid, op efficiency is ineens heel belangrijk, in gesloten formatie marcheren ze voort. De gemeente zal als bestuurslaag die het dichtst bij de burger staat aan betekenis verliezen. Natuurlijk, als het om kleinere zaken gaat over leefbaarheid van de wijk, kwaliteit van scholen, dan is de gemeente er nog. Maar de sociale diensten of de vuilophaaldiensten gooien ze bij elkaar. Het is lastig het Haagse tempo te volgen.’

Automatisering is in veel gevallen het struikelblok. Het rijk levert bij nieuwe wetgeving niet een software-pakketje. Voor kleinere gemeenten is verdergaande automatisering te duur en zijn er te weinig gekwalificeerde ambtenaren. ‘Als die trend doorzet, hebben we straks professionele ambtenarenbesturen waar de burger een toeschouwer is. Hij is niet zelf verantwoordelijk meer. Maar democratie is ook met elkaar beslissingen nemen en uitvoeren. Er zijn kleine gemeenten die prima communiceren, waar mensen misschien wethouder of zelfs burgemeester willen worden. Het is een kweekvijver. De nieuwe gemeenten beslaan grote lappen land. Een gemeente als Hardenberg telt 65 kernen, je kunt je afvragen of er dan nog contact met de bevolking is. Natuurlijk, het is allemaal best te organiseren, maar wil je dat eigenlijk?’

Elke lokaal bestuur kent z’n trouwe aanhangers. Pakweg honderd burgers per gemeente zijn het. Ze vertellen wat er speelt, zulke burgers zijn nodig, zegt Herweijer. Die groep neemt niet toe als de gemeente groter wordt, integendeel, mensen haken af. Kleinere gemeenten blijken beter in staat mensen aan zich te binden.

In Bolsward ligt niemand wakker van die bezwaren. De gemeenteraad heeft het voortouw genomen voor verregaande samenwerking met andere gemeenten. Gemeenten als Sneek, Wonseradeel, Littenseradeel of Wymbritseradeel, met hun wonderlijke namen vaak zelf al producten van vroegere herindelingen.

Bolsward telt nu 9.700 inwoners. De gemeente heeft verenigingen, ondernemers en burgers geconsulteerd in rondetafelconferenties en iedereen is het erover eens: Bolsward moet opgestoten worden in de vaart der volkeren, de daadkracht moet groter.

‘Bolsward verliest echt nooit de eigen identiteit’, gelooft Jentje Steringa, CDA-fractievoorzitter en plaatsvervangend voorzitter van de gemeenteraad. ‘Maar het is een hele klus om zelfstandig te blijven, om alle voorzieningen in stand te houden. Er zijn veel samenwerkingsverbanden, het is hier bijna een lappendeken. Voor sommige functies hebben we maar één ambtenaar, dat maakt ons kwetsbaar.’

Bolsward wil groot denken want klein kan altijd nog, zegt Steringa. Groot betekent dat er straks in een keer een grote stad van 110 duizend inwoners kan ontstaan aan de oevers van het IJsselmeer, een stad die groter is dan Leeuwarden. Geen wonder dat het provinciale bestuur het enthousiasme voor zo’n nieuwe macht in het eigen huis probeert te temperen. Steringa is niet onder de indruk. ‘Wij zeggen: denk breder. We zijn een ambitieuze gemeente. We hebben geen oogkleppen op. De afstand naar de burger wordt niet echt groter. We krijgen goed bemande frontoffices en ook nu al doen we veel via internet.’

Twee jaar, schat hij, dan moet de herindeling in dit deel van Friesland z’n beslag hebben gekregen. Maar, voegt hij eraan toe, niet iedereen in de regio staat zo te springen. ‘Het moet nog groeien. Er is beweging, maar we willen niemand voor de voeten lopen. De tijd moet leren hoe ver we komen.’

Terug naar Opmeer. Niemand zal er Elly Deutekom horen zeggen dat haar gemeente nooit aan de fusietafel zal plaatsnemen. Maar even niet. ‘Het is niet zo dat grotere gemeenten per definitie betere kwaliteit leveren. Daar zitten ook mensen. Wij verkeren in de gelukkige omstandigheid dat we voor jonge ambtenaren een aantrekkelijke gemeente hebben, omdat ze een breed takenpakket krijgen. In grotere gemeenten zie je vaak verkokering, ambtenaren die van voren niet weten waarmee ze van achteren bezig zijn. Te groot kan ook een nadeel zijn.’

Meer over