Groningen-Warffum per trekschuit

Een tocht van ongeveer twintig kilometer, waarbij de reiziger zes tot zeven uur onderweg is. Nee, echt hard gaat de trekschuit niet, die op 15 en 16 juni vanuit de stad Groningen naar Warffum vaart....

door Gijs Zandbergen

Het trage tempo heeft de belangstelling voor de speciale vaartocht allerminst afgeschrikt. De 550 kaarten voor vijf afvaarten zijn uitverkocht. Voor wie de reis desondanks in een traag tempo wil maken, zit er weinig anders op dan te gaan lopen of fietsen. Hij mist wel de attracties die de trekschuitreizigers op 15 en 16 juni krijgen aangeboden: muziek, toneel en dans.

Hoewel, met de boot meelopen kan ook, maar anders moet de toerist de reis op eigen houtje en met de nodige fantasie ondernemen. Voor het oppeppen van de fantasie kan hij te rade gaan in het boek Tot gemak van den reisenden man, dat de bedenker en organisator van de officiële tocht, de Bedumer leraar Nederlands Fons van Wanroij, heeft geschreven.

Het eerste deel is een historisch overzicht van de trekschuit. In het tweede deel beschrijft hij een fictieve reis van een zekere heer Broekema uit Warffum, die in 1853 voor zaken in Groningen is geweest en naar huis terugkeert. Trouwens, ook de trekschuitreizigers hebben anno 2001 flink wat fantasie nodig om de reis tot een historische belevenis te maken, al was het maar omdat de schuit vanwege de bomen langs de waterkant niet meer voortgetrokken kan worden, behalve een klein stukje vóór het dorpje Onderdendam.

Fantasie heb je in Groningen al nodig. want waar Broekema in 1853 nog per boot tot in het centrum van de stad kon komen, is het Boterdiep nu pas vanaf de stadsgrens vloeibaar. De reizigers verzamelen zich nog wel in café 'De Oude Snikstal', waar vroeger de paarden van de trekschuit werden gestald. Maar om buiten de stad te geraken, moet toch eerst langs flats, zebrapaden en verkeerslichten worden gereisd. Daarna kan er pas op de boot worden gestapt.

Het traject door de stad leggen de trekschuitreizigers per paard en wagen af. De toerist die op eigen houtje reist, komt overigens ook wel aan zijn trekken: al veertig meter na 'De Oude Snikstal' is er een kroeg van twaalf vierkante meter, naar verluidt het kleinste café ter wereld. Het heet dat er 48 rechtopstaande mensen in passen. Een keer was dat er ééntje meer, tijdens een voetbalwedstrijd op tv. Eigenlijk waren het er twee meer, maar ééntje was dood, al bleek dat pas na afloop van de wedstrijd.

Eenmaal buiten de stadsgrens van Groningen waar de trekschuitreizigers op de boot zijn gestapt en de overige reizigers langs het Boterdiep fietsen of wandelen, vergt het nog steeds behoorlijk veel fantasie om je in de negentiende eeuw te wanen. Het verkeer is te druk en de woonarken liggen te dichtbij om het heden te vergeten.

Van Wanroijs boek biedt dan uitkomst. We lezen dat vroeger in het stijf-protestantse Groningen toneelvoorstellingen waren verboden. Liefhebbers moesten naar buiten de stad. Daarom krijgen ook de trekschuitreizigers anno 2001 op diverse plaatsen toneel te zien, zoals een fragment uit de Klucht van de molenaar van Bredero, gespeeld door de Rederijkerskamer Sappho uit Loppersum.

Eerst bij het dorp Zuidwolde krijgt de tocht een meer landelijk karakter. Het landschap lijkt leger. Er zijn minder huizen en de boerderijen staan verder uit elkaar. Zo nu en dan passeer je een zogenoemde rolpaal, waarlangs de trekschuit om de hoek werd getrokken.

In Bedum verdwijnt dit uitzicht weer. De trekschuit (voor de gelegenheid door een motor voortbewogen) passeert een langgerekt industrieterrein. In het centrum van het dorp bepalen winkelketens die ook elders in Nederland vestigingen hebben, het uitzicht. Een uitzondering is de toren van de Walfriduskerk, die ruim tweeëneenhalve meter uit het lood staat, en daarmee de scheefste toren van Nederland heet te zijn. Het is de grootste attractie van het forensendorp.

Pas na Bedum begint het echt. In de verte doemt Onderdendam op, dat in de loop van de zeventiende eeuw dankzij de trekschuit groot is geworden en twee eeuwen later door de komst van de spoorweg is ingeslapen. De trekschuit was in de tussenliggende periode het meest betrouwbare en snelste vervoermiddel, simpelweg omdat de wegen nog niet goed genoeg waren om er met koets of paard-en-wagen snel te kunnen rijden. Daardoor werd Onderdendam, op het kruispunt van een aantal vaarwegen, een levendig dorp. Dat veranderde toen de halte van de spoorlijn in Bedum werd gebouwd.

De sporen van de bloeiperiode zijn nog te herkennen in het Regthuis, waar destijds ook een herberg en het gemeentebestuur waren gevestigd. Nu is Onderdendam een pittoresk gehucht zonder buitenwijk waar je je auto kunt parkeren zonder die op slot te hoeven zetten, of waar je kunt hengelen vanaf de brug over het Winsumer- en Boterdiep.

De laatste etappe is verreweg het mooist, in ieder geval het stilst. Dit is Noord-Groningen, een land van veel water, veel land en weinig mensen. De weg en de vaart kronkelen naar Warffum, dat in de mooi bewaarde dorpskern een nog mooier bewaard openluchtmuseum, Het Hogeland, bezit. Daar is het eindpunt van de reis, te bereiken via een voormalig schoolgebouw. Misschien is dat nog wel het meest authentieke van de trekschuitreis.

Wellicht schuilt het geheim van de trekschuitreis hierin: wat zo op z'n gemak verloopt, zo vol vertrouwen, en met zo veel vrijwilligers tot stand wordt gebracht, eindigt in een gemoedelijke sfeer. Museum Het Hogeland trekt twaalf- tot vijftienduizend bezoekers per jaar. Elders zou dat roepen om consultancy, doelgroeponderzoek en marketingplannen. Niet in Warffum. Daar vindt men het wel mooi zo. Natuurlijk mogen het er meer worden, maar voor dergelijke 'openluchtfratsen' hoeft niemand met de trekschuit naar Warffum te reizen.

In geval van annuleringen kan een reiziger die wil proberen voor 65 gulden een plekje in de trekschuit van 15 of 16 juni te krijgen, contact zoeken met de VVV-kantoren van Appingedam, Bedum, Middelstum, Uithuizen, Warffum, Winsum, Zoutkamp en Groningen. Telefoon: 0900-8222. Het boek tot gemak van den reisenden man; met de trekschuit van Groningen naar Warffum kost 35 gulden, ISBN 90 5294 22 18.

Meer over