Groeten uit Amsterdam, Londen, Berlijn, Wenen en Boston

De een was 'bijna' nog met Haitink naar Saturday Night Fever geweest, maar er kwam helaas iets tussen. De ander herinnert zich een fenomenaal geval van muzakbestrijding....

REPETITIE voor Wagners Ring in Covent Garden. Dirigent Haitink tot de paukenist, die er weer tussenuit was geglipt voor een 'sigaretje of ander versterkend middel'.

Haitink: 'Mijnheer Taylor, u bent de beste paukenist van Londen, maar ook de moeilijkst vindbare.'

Orkest: gelach.

Taylor (onaangedaan): 'Alleen maar van Londen?'

Zo'n getuigenis kan alleen uit het stof van een operabak opwaaien. Het was slagwerker Nigel Bates van de Royal Opera, die het opschreef in zijn bijdrage aan Bernard Haitink, Een Vriendenboek.

Maar over Opera gesproken: 'Nog steeds loopt Haitink rood aan van woede als hij vertelt hoe een directeur van Philips hem duidelijk had gemaakt dat hij 'geen operadirigent' was' - lezen we elders in dit vriendenboek, een cadeau dat Haitink dinsdag in het Amsterdamse Concertgebouw kreeg aangereikt ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag.

Zo'n boek is geen forum voor het vereffenen van oude rekeningen, artistieke meningsverschillen of gestrande huwelijken, of voor de aanscherping van pijnpunten als een matig gelukt Verdi-debuut in de Amsterdamse schouwburg.

Na het beeld van de rood aanlopende Haitink laat de geruststelling van een 'vruchtbare samenwerking' met een andere, wél in opera met Haitink geïnteresseerde platenmaatschappij (EMI) dan ook niet lang op zich wachten. Maar het is een opmerkelijk verhaal, de bijdrage over de ex-Philipsdirecteur en de 'ijzig' geworden betrekkingen tussen Philips en Haitink. De auteur is Costa Pilavachi, de huidige president van Philips Music Group.

Weinigen zullen ten behoeve van Bernard Haitink, Een Vriendenboek op de gedachte zijn gekomen de actie Notenkraker te profileren als keerpunt voor de muziekpraktijk in Nederland. En wie mocht verwachten dat de regisseur die uit Haitinks eerste Ring-project in Covent Garden werd gegooid (Ljoebimov), alsnog wordt aangewezen als Wagnerregisseur van de eeuw, heeft ook de verkeerde lectuur in handen.

Van de vijfenvijftig auteurs komen er veel uit de omgeving van Amsterdam en Londen, de biotopen van Haitinks chefdirigentschappen. Anderen schreven uit Berlijn, Wenen of Boston, de driehoek van Haitinks belangrijkste gastdirecties. Aangevoerd door een kleinkoor van klinkende namen (Vladimir Ashkenazy, Emanuel Ax, Mariss Jansons, Seiji Ozawa, Murray Perahia, Simon Rattle) slaat men niet zelden de feliciterende of dankbare toon aan die de wet van het vriendenboek veronderstelt.

'Uiteindelijk smaakte ik het grote genoegen met Bernard kennis te maken' (Jansons); 'Het was een voorrecht met jou te musiceren' (Ashkenazy); 'Brahms was buitengewoon getalenteerd' (Ax). Respectievelijk: 'Zulke herinneringen kan niemand ons meer afnemen, Bernard' (Gré Brouwenstijn). De aangesprokene zal de lectuur van deze zinnen wellicht geen moeite kosten, want er is in dit verband natuurlijk maar één Bernard.

Mogen anderen meekijken in dit boek? Het is in de handel, mét een ingelegde cd waarop Haitink Alban Berg en (fantastisch) Ravel dirigeert, in oude radio-opnamen.

En het is duidelijk dat veel auteurs zich niet uitsluitend tot de jarige wenden, maar zich wel degelijk bekommeren om de lezer die verder weg staat. Bij sommigen leidt dat tot kunst- of levensbespiegelingen die over het hoofd van de jubilaris heen worden uitgesproken, tot een slothommage eraan herinnert dat Bernard het natuurlijk allemaal al weet. Er zijn ook hoofdstukken waar de vriendschap stolt in de stijl van het wetenschappelijke liber amicorum (uit Wenen: Bruckner en de Wiener Philharmoniker. Uit Berlijn: De Mahlertraditie van het Berlijns Philharmonisch Orkest).

Het leukst, en op een bepaalde manier het waardevolst, zijn de bijdragen die twee kanten op mikken. De dirigent Ed Spanjaard, ooit Haitinks assistent, ging 'bijna' met Haitink naar Saturday Night Fever, de film met John Travolta. Het was Haitinks voorstel, maar er kwam toch nog iets tussen. Spanjaard over Haitinks muzikale integriteit: 'Ik heb wel eens het gevoel gehad dat bepaalde kanten beter naar voren hadden kunnen komen, maar nooit heb ik hem de muziek iets horen opdringen.' Over de Eerste Symfonie van Vermeulen: 'Haitink gaf de beste uitvoering die het stuk gehad heeft.'

Bariton Thomas Allen, Haitinks Don Giovanni en Almaviva, roept op tot verzet tegen de tijdmeldingenterreur via de intercom in theaterkleedkamers. 'Misschien kan Alfred Brendel ons een les leren.' (De pianist Brendel schijnt ervaring te hebben met muzakbestrijding in restaurants.)

Allen: 'De heer B. haalt zijn instrument tevoorschijn, een scherp schaartje. Eén knipje, en de rust is hersteld. Het enige waarop men dient te letten is dat het speakersnoer inderdaad een speakersnoer is, en niet een snoer waar 240 volt op staat. De heer Brendel heeft deze les tot zijn schade moeten leren, wat tot op zekere hoogte zijn wat excentriek-verwilderde aanblik kan verklaren.'

De alt Jard van Nes gewaagt van het verschijnsel dat 'echt grote dirigenten juist prijs stellen op jouw ideeën', en zet ervaringen met Giulini, Solti en Haitink af tegen de praktijk van luiwammesen, die helaas anoniem blijven.

Platenpresident Pilavachi belandt na een uitgebreide, als daad van kroniekschrijving lang niet onbelangrijke schets van de samenwerking tussen Haitink, het Concertgebouworkest en Philips ('een van de stabielste en commercieel succesrijkste handelsmerken binnen de klassieke-platenindustrie'), bij de onvermijdelijke constatering dat er geen plannen meer zijn voor Philipsopnamen.

Eerlijke vent. 'Het is niet ongewoon dat musici ambivalent staan tegenover hun platenmaatschappij', schrijft hij. 'Voor een serieus musicus is de voornaamste missie muziek te maken, maar de maatschappij streeft naar winst.' Over de 'ramp' van een door heruitgaven overwoekerde platenmarkt: 'Ik herinner me een marketingdirecteur die mij vroeg uit te leggen waarom Philips een strategie volgde waarbij drie cycli van Brahms-symfonieën tegelijk werden uitgebracht'. Over de geaborteerde Mahlercyclus van Haitink met de Berliner Philharmoniker: 'Een studio-opname van een groot orkestwerk kost gauw 250 duizend dollar.'

Pilavachi's conclusies zullen Haitink verrassen, als hij nog aan pagina 171 toekomt. 'Het is ironisch dat Haitinks opname-activiteiten aan banden zijn gelegd. Nu hij 70 is, zal weldra de gouden periode aanbreken waarin het concertpubliek hem als 'levende legende' ziet', zegt Pilavachi. Hij is ervan overtuigd dat Haitink binnen een paar jaar óók wordt herontdekt door een 'nieuwe generatie verzamelaars'. Het lijkt hem interessant 'een systematische poging te doen de unieke concerten van Haitink op band vast te leggen, om ze later uit te brengen op cd'.

Wie daarvoor moet zorgen is vers twee ('het kan alleen als de structuren in onze industrie totaal gewijzigd worden'), maar de brainwave is interessant. Temeer omdat Peter Alward, van EMI, elders juist een boekje open doet over de valkuilen in de praktijk van de live-opnamen. Dat de Wereldomroep volgende week zeventien cd's uitbrengt van radiotapes uit eerdere stadia van Haitinks carrière, zal Pilavachi niet hebben bevroed.

Marius Flothuis, die als artistiek leider van het Concertgebouworkest lang met Haitink samenwerkte, komt terug op de veelzijdigheid van Haitinks repertoire, en op de 'kardinale fouten' ('men vergeve mij het understatement') rond de zowel voor Flothuis als voor Haitink traumatische Notenkrakeractie van 1969.

Jammer dus eigenlijk dat, naast Flothuis, maar één op de 55 vrienden een componist is (Bob Heppener).

Meer over