Groente voor wok- én wadjangzeggers

Sambal boontjes (voor 2 personen)

Een paar dagen geleden hoorde ik op de radio de aankondiging van een expositie in het Haags Gemeentemuseum over Aziatische kunst en Nederlandse smaak. Het grappige was dat de presentatoren het meteen over eten hadden. Hoe de nasi en bami waren verhollandst. Ook de Indische rijsttafel is een Nederlandse uitvinding met de mengeling van Indonesische, Chinese en Nederlandse gerechten.

Die mengeling was vroeger bij ons thuis dagelijkse praktijk. Chinees, Indonesisch en Nederlands kwamen vanzelfsprekend allemaal vanuit dezelfde keuken op tafel. Maar de manier waarop ik destijds met mijn kinderoren volwassenen over Chinees en Indonesisch eten hoorde praten, vond ik altijd buitengewoon verwarrend. Zo leek er een ondefinieerbare scheidslijn te bestaan tussen wok- en wadjang-zeggers. Ketjap was van soja, maar als je gewoon sojasaus zei, had dat toch een iets andere betekenis. Komijn zeiden we tegen de pitjes in de kaas, maar als die gemalen met de olie werd meegebakken, heetten ze djinten. En mijn vader lustte geen kaas, maar hij at wel sojakaas, die dan weer tahoe, dan weer tofu werd genoemd.

Uiteindelijk is die woordverwarring typerend voor de mengeling van smaken. Het register van Het groot Indonesisch kookboek van Beb Vuyk is een kleine studie waard, met recepten als Chinese soep met gehaktballetjes, frikadel van vis, smeerproppen en, wat ik vroeger al zo intrigerend vond, sambal boontjes. Je had potjes sambal, je had boontjes, maar sambal boontjes was dus niet zomaar sperzieboontjes met een lik sambal. Het was een totaal ander gerecht.

Maak de boontjes schoon en breek ze in stukjes. Laat de santen oplossen in 250 ml warm water of neem 250 ml kokosmelk uit een blikje. Snipper ui en knoflook, ontdoe de peper van zaadjes en zaad-lijsten en snipper de peper. Wrijf ui, knoflook en peper fijn in een vijzel. Verhit de olie in een voorverwarmde wok/wadjang. Fruit het uimengsel, doe de boontjes erbij en roerbak die even. Voeg de santen toe met het blaadje salam, de serehstengel (eerst de bolle kant kneuzen met de stamper van de vijzel) en het stukje (geschilde) laos. Verwarm alles goed door, laat even sudderen met een deksel erop tot de boontjes bijna gaar zijn en laat dan zonder deksel de saus wat inkoken. Breng op smaak met zout en peper. Eet met rijst en gehaktballen. Vegetariërs kunnen van tevoren wat tempeh bakken en die op het laatst even meewarmen met de boontjes.

Ingrediënten

250 gr sperzieboontjes of kouseband

¿ blok santen of 250 ml kokosmelk

1 kleine ui

1 teentje knoflook

1 rode peper of sambal naar smaak

olie

1 blaadje salam

1 serehstengel

1 stukje laos

zout, peper

undefined

Meer over