GroenLinks op vrijersvoeten

Als het aan partijleider Rosenmöller ligt, gaat GroenLinks na de volgende verkiezingen meeregeren. Intussen mort de achterban over het schrappen van de anti-NAVO paragraaf uit het verkiezingsprogramma....

door Lidy Nicolasen

'Tegen journalisten zeg ik: kan het misschien een tikje intelligenter? Laten wij dus alsjeblieft ophouden te spreken in termen van krantenkoppen die rechtlijnigheid suggereren', zegt Wim de Boer, senator van GroenLinks, lichtelijk bezwerend. Waarna de beste oneliner van de avond volgt: 'Is accepteren van de NAVO onze lakmoesproef voor regeringsverantwoordelijkheid?'

'En is dat niet kul?', vraagt hij retorisch. In de huiskamer waarin de Groningse afdeling van GroenLinks vergadert, weten ze het zo net nog niet. Groningen is de eerste plaats die GroenLinks aandoet in een serie debatten over 'Europese veiligheid na Kosovo'.

Het vergaderzaaltje is van een ouderwetse soberheid. Gastsprekers zitten in rotanstoeltjes op gelijke hoogte met de 'gestaalde' kaders. Er zijn vooral mannen. Ze hebben inmiddels grijze lokken, maar zitten nog immer, in trui en spijkerbroek, op het puntje van hun stoel. Berenburg en jonge klare komen op tafel als de sprekers wegrennen voor de laatste trein.

Een krappe week later strijkt de GroenLinks-karavaan neer in het trendy hotel New York in Rotterdam. De sprekers zitten op een podium tussen antieke bibliotheekkasten; na afloop is er frisdrank. Het publiek oogt jonger. Toch zetten ook hier grijzende, verontwaardigde diehards de vertrouwde toon.

In Groningen steunt Mient Jan Faber van het Interkerkelijk Vredesberaad de vredelievende GroenLinksers in hun onvrede over de NAVO-bombardementen op Kosovo. Preventie is beter dan bombarderen, zegt hij. Dat is de taal die GroenLinksers van oudsher verstaan. Maar in Rotterdam zit Bert Kreemers, voormalig woordvoerder van het ministerie van Defensie. De defensieplannen van de partij zijn veel te soft, zegt hij. Ook GroenLinks moet aan dirty business willen doen. Het woord body bags is dan al gevallen.

De sfeer in het publiek is ongemakkelijk. Het is even slikken. Een enkeling reageert en smaalt over het 'militair imago' dat de partij zich wil aanmeten. Europarlementariër Joost Lagendijk valt Kreemers bij. Alle groene partijen in Europa voeren op dit moment dezelfde discussie, zegt hij. Alleen maar praten over conflictpreventie is uit de tijd.

Is erkenning van de NAVO de laatste hobbel op weg naar naar regeringsdeelname? Leider Paul Rosenmöller reageert chagrijnig. 'We denken niet in hobbels. Ik heb me ermee verzoend dat alles wat we doen ook in het teken blijkt te staan van onze wens mee te regeren. Maar we leggen één keer examen af en dat is bij de volgende verkiezingen. Nu proberen we een brug te slaan tussen onze idealen en de praktische politiek van alledag.'

Voor wie het nog niet had begrepen: GroenLinks is op vrijersvoeten. Het regeringspluche is het nieuwe doel en constructief meedenken over actuele kwesties is een vanzelfsprekende strategie geworden. Nadat de partij instemde met de NAVO-bombardementen op Kosovo, is de volgende stap een logische: het schrappen van de anti-NAVO-paragraaf uit het verkiezingsprogramma.

Zusterpartijen in het buitenland zijn voorgegaan in regeringsdeelname. In gemeente en provincie sloot GroenLinks al coalities met zelfs VVD of CDA. De succesvolle verkiezingen - GroenLinks werd de vijfde partij van het land - zijn niet zonder gevolg gebleven. Sindsdien staan lobbyisten op de stoep, hebben ondernemers de partij ontdekt en volgen de media politici kritischer en met meer aandacht.

Er wordt op je gelet en naar je gekeken, merken ze in de partij. 'Niet alleen omdat we geen klein partijtje meer zijn. Ook omdat we serieus nadenken', denkt partij-ideoloog Jan Willem Duyvendak. 'Vroeger wist je wat je vond. Je kwam niet op het idee de verkiezingsprogramma's van CDA en GroenLinks te vergelijken. Het CDA was alleen maar erg. Dat soort primitieve reflexen is GroenLinks voorbij.

'We hebben geen achterban meer die alleen maar ''nee, nee'' zegt. Daarvoor moet je bij de Socialistische Partij zijn. We zijn ook veranderd. Er zijn geen werelden van verschil meer tussen ons en bijvoorbeeld de PvdA. Je ziet het aan de zwevende kiezers, die switchen met het grootste gemak van de ene naar de andere partij. Ze moeten niets hebben van dogmatische politiek.'

Vlak voor de verkiezingen van 1994 bood GroenLinks zich ook al aan voor regeringsdeelname. Het bleek niet meer dan een wanhoopspoging serieus genomen te worden. De kiezers geloofden er niet in en bleven massaal weg. Zelfs de eigen achterban bleek teleurstellend minder trouw dan gedacht. Nederland maakte zich op voor de komst van een Paars kabinet. Voor GroenLinks zat er niet meer in dan een rol in de oppositie. Vier jaar later, in 1998, herhaalde deze gang van zaken zich.

Maar tijden veranderen. Voor het eerst in de geschiedenis zijn de potentiële kandidaten ook echt geïnteresseerd. De grote partijen sluiten GroenLinks allang niet meer uit in gesprekken over de formatie na Paars II. Voor het eerst ook zijn alle combinaties mogelijk. VVD en PvdA samen met GroenLinks? Moet kunnen. De variant PvdA-CDA-GroenLinks wordt vaker gehoord, vooral binnen de linkervleugel van de PvdA, waar het verlangen naar progressieve en groene politiek groeit.

Een exponent van die groep, het PvdA-kamerlid Adri Duivesteijn, beklaagde zich onlangs in Het Parool over de zakelijkheid van de VVD en het gebrek aan vibratie binnen de huidige coalitie. 'CDA en GroenLinks zouden bondgenoten kunnen zijn bij het breken van de macht van de instituties. Het rehabiliteren van de burger als zelfstandige beslisser.'

Wie het de kiezers vraagt, zet alle twijfel overboord. Groenlinks móet op het pluche, leren de polls. 'Maar niet zo', zegt Rosenmöller en hij houdt zijn hand op. 'Het is geen existentiële kwestie. Het is nu erg bon ton om met GroenLinks te worden gezien, maar het zou een grote fout zijn je te laten doodknuffelen.'

De 'flirt met de macht' is vertaald in de defensienota, die na Groningen en Rotterdam de afgelopen week ook in Nijmegen en Amsterdam aan het trouwe kader werd voorgelegd. Vandaag mag op een forum in Utrecht iedereen meepraten over tien actuele kwesties die op de lijstjes van alle politieke partijen staan. Zoals veiligheid op straat, tweedeling in de gezondheidszorg ('niet altijd slecht') en de aantrekkelijkheid van het pluche.

Democratie is tegenspraak organiseren. Rosenmöller: 'De afgelopen vijf jaar hebben we geleerd onszelf te dwingen kritiek te combineren met het aandragen van een alternatief. Ik ben ervan overtuigd geraakt dat de kracht van een politieke partij niet is gelegen in de vraag hoe kritisch je bent, maar hoe sterk je alternatief is. Je komt pas in beeld als je zelf plannen maakt.'

De eigen plannen worden gekoesterd en actueel gehouden. Ze heten 'formatiedossiers' en ze zijn bedoeld om straks, als de formatie van een nieuwe regering niet aan GroenLinks voorbij gaat, goed voorbereid te zijn. 'Het is nog maar het prille begin', zegt Rosenmöller. 'We doen het omdat dat soort gesprekken in no time wordt afgerond. Je moet van tevoren heel goed weten wat je wilt.'

Geen onderwerp is meer heilig. 'Of we geen taboes meer hebben? We hebben nooit taboes gehad. Je kunt zeggen dat de getuigenispolitiek is veranderd in een politiek van concrete stappen. We zijn zakelijker geworden, maar niet emotieloos. We staan wat meer met de voeten in het water', zegt Wim de Boer, afkomstig uit de PPR, waarmee hij twintig jaar geleden 'Vrolijk Links' introduceerde. 'Ik heb me nooit zo thuis gevoeld bij dat linkse getob', zegt hij.

'De wereld is ook veranderd. Alle zekerheden staan ter discussie en moeten tegen het licht worden gehouden. In de hitte van alledag moet je je positie bepalen en die keer op keer willen herzien. Je kunt wel zeggen: we heffen de NAVO op en we zijn klaar, maar dat is niet genoeg. Je moet steeds opnieuw formuleren wat je wilt. Ook het pacifisme herijkt zich.'

Beslissingen werden totnutoe niet genomen en zullen ook vandaag in Utrecht niet worden genomen. Afgelopen weken klonk de waarschuwing steevast aan het begin van elke discussie: het congres oordeelt, over twee weken. Het rondje Nederland is er voor de meningsvorming. Rosenmöller: 'Er wordt veel te weinig gediscussieerd door politieke partijen. Het zijn dode instituten. Vreemd toch? Wat is normaler dan in het openbaar te praten over een oorlog zoals die in Kosovo? Dat het ons is gelukt, bewijst dat we een reëel probleem hebben aangesneden. Van de politiek moet iets wervends uitgaan, je moet mensen aanspreken, de tijdgeest verstaan en die vertalen. Dat is ook de kunst van politiek bedrijven.'

We zijn geen optelsom meer van drie partijen, zegt Duyvendak. 'Veel meer mensen voelen zich nu door GroenLinks aangesproken dan ooit door PPR, PSP of CPN. Misschien dat het actieve kader nog hangt aan wat het juiste standpunt hoort te zijn, maar dat geldt voor de kiezers veel minder.'

De Boer: 'De principes zijn niet veranderd. Je moet je als politicus alleen steeds weer afvragen hoe ze toe te passen. Anders kun je net zo goed zonnebloemen gaan telen. En dat we vroeger nou echt onze messen slepen over inhoudelijke politieke standpunten, nou nee. Het ging vooral over strategie. De voorspelbaarheid was veel groter. Nu zoeken we onze critici op. Als je vijftien jaar geleden op een partijbijeenkomst Piet naar de microfoon zag gaan, wist je wat die ging zeggen. Strontvervelend.'

En het kader? De trouwe achterban? Dat likt zijn wonden. 'GroenLinks moet niet aan machtspolitiek doen', klinkt het nog boos in de zaaltjes. GroenLinks is voor hen 'naleving van mensenrechten, armoedebestrijding, anti-atoomcampagne'. De termen vallen moeiteloos en soms is er een emotioneel betoog over de stap naar 'die andere politiek' die nog vreemd is.

Maar patstellingen blijven uit, protesten zijn er niet als de voorzitter handig een gevoelig onderwerp weet te omzeilen. Als de sprekers klaar zijn, de argumenten uitgewisseld, haast ook een van de Groningers zich er vandoor. Hij kan nog net het staartje van de voetbalwedstrijd op televisie meepikken.

Meer over