NieuwsGROENLINKS

GroenLinks-kandidaat Bouchallikht: ‘Niks gemerkt van banden met Moslimbroederschap’

GroenLinks-kandidaat Kauthar Bouchallikht neemt afstand van elke suggestie dat zij iets te maken heeft met de Moslimbroederschap. ‘Ik heb zelf nooit iets gemerkt van enige verbondenheid. Ik wil ook niets te maken hebben met dat gedachtegoed. Ik sta voor radicale gelijkwaardigheid.’

Kauthar BouchallikhtBeeld GroenLinks

Dat zegt Bouchallikht (26), negende op de GroenLinks-kieslijst voor de Tweede Kamer, in een interview met Trouw. Daarin reageert ze voor het eerst publiekelijk op de vragen die in de afgelopen weken rezen over haar kandidatuur. Die hebben te maken met haar vice-voorzitterschap van Femyso, een koepelorganisatie van 33 islamitische jongerenclubs uit twintig Europese landen.

Hoewel die organisatie samenwerkt met de Europese Commissie en subsidie krijgt van de Europese Unie, brengen onderzoekers Femyso ook al jaren in verband met de Moslimbroederschap. Die laatste politiek-islamitische organisatie werd ooit opgericht in Egypte met het doel om daar de islamitische wetgeving te introduceren, en opereert inmiddels in vele landen.

De broederschap heeft verschillende gezichten. Naast een gematigde stroming die democratie nastreeft staat een conservatieve stroming die de islamisering zo ver mogelijk wil doorvoeren. De organisatie doet veel aan onderwijs, zorg en naastenliefde maar streeft in de eerste plaats politieke doelen na. In de Arabische wereld is dat het vestigen van een islamitische staat. Mensen die verbonden zijn met de broederschap, worden geacht daarmee niet te koop te lopen. Dat maakt de aard en de omvang van de broederschap in veel landen lastig te definiëren.

GroenLinks verzweeg Bouchallikhts bestuursfunctie bij Femyso in eerste instantie toen haar kandidatuur bekend werd gemaakt. De partij prees haar ‘relevant groen netwerk, slimme ideeën en overtuigingskracht’ maar liet Femyso onvermeld. Toen van buiten vragen kwamen, onder meer van de publicist Carel Brendel, over de verenigbaarheid van Femyso met de progressieve en emancipatoire agenda van GroenLinks, benadrukte partijleider Jesse Klaver dat Bouchallikht het partijprogramma volledig onderschrijft. 

Andere activiteiten zijn daaraan ondergeschikt, vindt hij. ‘Wij wisten dat zij deze functie had. Ik ga Femyso niet verdedigen, maar de Europese Commissie werkt met ze samen en ze krijgen Europese subsidie.’

De kandidatencommissie kwam vooral bij Bouchallikht uit vanwege haar klimaatstandpunten. ‘Zij is het boegbeeld van de groene beweging’, aldus Klaver. Bouchallikht is onder meer voorzitter van de Stichting Groene Moslims. Ook viel ze als tiener al op als bestuurslid van scholierenorganisatie Laks.

De link tussen Femyso en de Moslimbroederschap wordt vooral gelegd omdat enkele  jeugdorganisaties die onder Femyso vallen nadrukkelijk banden met de broederschap onderhouden. Bouchallikth benadrukt echter dat ze dit ‘nooit is tegengekomen’  in haar werk daar. ‘Femyso is een legitieme organisatie. Het is ook niet zo dat wij als bestuur van Femyso het gedachtegoed onderschrijven van alle organisaties die onder ons vallen. Het is andersom. Zij moeten onderschrijven waar Femyso voor staat. Wat ons bindt, is dat we moslims zijn en mee willen doen in het democratische proces. Ik sta zelf voor radicale gelijkwaardigheid. Het maakt mij niet uit wat iemands gender, seksuele geaardheid of kleur is.’

Ook de Duitse jongerentak van Milli Görüs is verbonden aan Femyso. Die organisatie is in Nederland ook niet onomstreden, ze zou de integratie tegenwerken, en staat bij de inlichtingendiensten in enkele Duitse deelstaten zelfs te boek als staatsgevaarlijk. Bouchallikht gaf er vorig jaar een workshop.  Dat paste in haar takenpakket, benadrukt zij in Trouw (‘Zolang zij onze principes onderschrijven, komen we daar namens Femyso langs’) maar als GroenLinks-kandidaat zal ze het niet meer doen. ‘Hoe Milli Görüs bijvoorbeeld bijeenkomsten organiseert, mannen en vrouwen apart, dat vind ik niks. Als GroenLinkser zou ik niet langsgaan.’

‘Het probleem begint al bij de basale vraag: Wat is de Moslimbroederschap?’

Behoort de islamitische jongerenorganisatie Femyso tot het netwerk van de Moslimbroederschap? Lorenzo Vidino, kenner van de Europese vertakkingen van de Broederschap, kent geen twijfel. ‘Femyso is altijd het oefenterrein geweest van jonge, veelbelovende activisten uit het Broederschap-milieu. Je krijgt een paar jaar workshops, je bekwaamt je in activisme. Het is een opstapje.’

Vidino bestudeert de Moslimbroederschap al twintig jaar, eerder voor onder andere Harvard, tegenwoordig als directeur van het Program on Extremism van de George Washington University. In februari getuigde hij in de Tweede Kamer over de buitenlandse financiering van moskeeën.

Waar wil de Europese tak van de broederschap? ‘Niet een islamitische staat stichten, zoals sommige critici beweren’, aldus Vidino. ‘Dat geldt in de Arabische wereld, niet in Europa. Ze willen twee dingen. Ten eerste hun politieke en religieuze opvattingen verspreiden onder de moslims in de diaspora. Ten tweede willen ze de poortwachters zijn van de moslimgemeenschap voor de westerse gevestigde orde. De gematigde, betrouwbare partners, die de sleutels tot de moslimgemeenschap in handen krijgen, mede dankzij een zekere naïviteit van de regering en de media.’

Toch is ook veel onduidelijk. Wat geldt voor de Moslimbroederschap in de Arabische wereld, gaat voor de beweging in de westerse diaspora nog meer op: er hangt een levensgroot vraagteken boven. Onduidelijkheid bestaat over aard en reikwijdte van de organisatie, vooral als gevolg van de geheimhouding die de Broederschap zelf betracht.

Dat zegt Vidino in een paper dat hij schreef voor de Konrad Adenauer Stiftung. ‘Weinig aspecten van de Broederschap zijn duidelijk en onbetwist. Problemen ontstaan al bij de basale vraag: wat is de Moslimbroederschap? Zijn mensen ‘lid van’ of ‘verbonden met’ de organisatie? Terwijl sommige critici die banden overdrijven, worden ze door de betrokken activisten in alle toonaarden ontkend.’

Voor onderzoekers is het moeilijk de muren van geheimzinnigheid te slechten. ‘Niemand zal ooit toegeven lid te zijn van de Moslimbroederschap. Als dat het criterium zou zijn, zou je tot de conclusie komen dat de Broederschap helemaal niet bestaat.’

En dat is geenszins het geval. De Moslimbroederschap heeft een afdeling in vrijwel alle Europese landen. Volgens Vidino zijn dat kleine groepen, misschien duizend leden in Frankrijk en Groot-Brittannië, en hooguit 150 in Nederland. ‘Deze groepen hebben buitenproportioneel veel invloed. Ze zijn slim en goed opgeleid. Het is de elite van de moslimgemeenschappen. Bovendien hebben ze geld. Met die twee dingen samen hebben ze een stap voor op andere moslimgroepen.’

De kerngroep in elk Europees land heeft tal van organisaties opgericht, op terreinen als onderwijs, liefdadigheid, media en financiën. ‘Die vormen de openbare structuur van de Broederschap. Banden met de kern worden ontkend. Voor mijn laatste boek interviewde ik ex-leden van de Broederschap. Een omschreef het als een ‘winkel voor’ en een ‘winkel achter’. Leiders van de voorwinkel komen ook in de achterwinkel.’

Veel leden van de openlijke organisaties zijn geen lid van de Broederschap. Gewone leden weten zelfs lang niet altijd van de connectie af. ‘Het hangt af van de mate van betrokkenheid en naïviteit. Vooral in de liefdadigheid zitten veel goedbedoelende mensen. Maar degenen in leidende posities, ook bij Femyso, kennen die banden zeker wel.’

Femyso wordt beschouwd als de jongerenafdeling van de federatie FIOE. Beide koepelorganisaties behoren tot de pan-Europese tak van het netwerk. De bij de koepels aangesloten organisaties horen in elk land tot wat Vidino ‘de openbare structuur’ noemt.

‘Femyso is overduidelijk een entiteit van de Moslimbroederschap. Als ze dat ontkennen, hebben ze echter technisch gezien gelijk. Formeel zijn ze onafhankelijk. Maar al die organisaties hebben overlappende besturen. Ik kijk graag naar statuten. Wie is voorzitter, wie penningmeester? Het zijn steeds dezelfde mensen.’ (Rob Vreeken)

Meer over