GroenLinks heeft verkeerde achterban gekozen

Vandaag komt GroenLinks bijeen om over de sociale zekerheid te confereren. Er zullen mooie idealen worden vertolkt en ferme standpunten worden gedebiteerd, en de solidariteit met de 'onderkant van de samenleving' zal hoogtij vieren....

HENK KRIJNEN; RADI SUUDI

HET GAAT goed met Paul Rosenmöller. Maar gaat het ook goed met GroenLinks, de partij van Rosenmöller? Ogenschijnlijk wel. Maar aan het oog onttrokken door de charismatische performance van Paul Rosenmöller, is GroenLinks op dit moment vooral een partij in politieke en intellectuele stilstand.

Hoeveel er sinds de laatste Kamerverkiezingen ook misging, de eerste jaren van GroenLinks waren jaren waarin serieuze impulsen werden gegeven aan discussies over belangrijke thema's. Er verschenen rapporten en verkenningen over de ideologie van GroenLinks, (GroenLinks, een plaatsbepaling), milieu (Milieu & Economie), inrichting van de zorgpolitiek (Tijd voor zelfstandigheid), het Centraal Planbureau (Het CPB in zaken) en partijvernieuwing (Duurzame Democratie), die ook buiten GroenLinks opgemerkt en gewaardeerd werden. In die tijd was was GroenLinks nog een belofte.

GroenLinks slaagde erin denkers in en buiten de partij bij de gedachtenvorming te betrekken. Netto-resultaat was een goed geschreven en redelijk coherent verkiezingsprogramma. Een programma dat na felle discussies binnen GroenLinks ter doorrekening aan het Centraal Planbureau was voorgelegd en zowaar ook nog de toets der kritiek van 's lands rekenmeesters kon doorstaan. De inhoudelijke basis voor een vernieuwende partij die met een radicaal en toch realiseerbaar programma de boer op kon gaan, was hiermee gelegd.

Op het uur U verviel de partij echter weer in de politieke praktijken waarvan zij eerder had beweerd dat ze waren afgezworen. De kandidatenlijst voor de Tweede Kamer bevatte vrijwel uitsluitend namen van oudgedienden en mensen die daar niet louter vanwege hun kwaliteiten waren terechtgekomen. En in de verkiezingscampagne lukte het GroenLinks maar niet om zich als een vernieuwende en radicaal-realistische partij te presenteren.

Tot overmaat van ramp haalde de partij niet de elf zetels waarvan in de opiniepeilingen nog sprake was, maar bleef ze steken bij een povere score van vijf zetels. Een uitgebreide analyse van het tegenvallende verkiezingsresultaat (het rapport GroenLinks laat het niet zo!) werd in het najaar van 1994 door een partijcommissie onder leiding van toenmalig voorzitter Marjan Lucas - met onder meer fractieleider Rosenmöller en de huidige partijvoorzitter Ab Harrewijn als co-auteurs - aan de partij voorgelegd.

GroenLinks hield er volgens de commissie een wijze van politiek bedrijven op na die op landelijk niveau minder doeltreffend was. In de keiharde landelijke politiek gaat het - naast een geraffineerd opererende fractie - om de intellectuele kracht van politieke voorstellen, gekoppeld aan een professionele en politiek-effectieve partij-organisatie. De commissie sloeg een brug tussen het inhoudelijke werk dat in de voorgaande periode door velen binnen GroenLinks was verricht en een nieuwe, meer open werkwijze van de organisatie. Zodoende zou in de toekomst een radicaal en tegelijkertijd realistisch alternatief aan de kiezers kunnen worden aangeboden.

In januari 1995 trad een nieuw partijbestuur aan. Voorzitter Harrewijn beloofde zijn postuur in de strijd te werpen als 'honderd kilo strijdbaarheid tegen de armoede'. Sindsdien werd het met uitzondering van de Haagse hype rond Rosenmöller vooral erg stìl rondom de partij. GroenLinks lijkt terug te zijn gevallen in de klein-linkse politiek waarin haar voorgangers zich voor 1989 hadden gespecialiseerd. Deze terugval heeft drie redenen.

De eerste reden waarom het niet goed gaat, is dat de partij een bijna onbedwingbare neiging heeft om zich te bekennen tot de 'onderkant van de samenleving'. De pitbull-achtige wijze waarop de partij zich vastbijt in 'de arme kant van Nederland' leidt tot eenzijdige politieke standpunten.

Op het partijcongres over sociale politiek - dat vandaag wordt gehouden - zal het vooral gaan over de invoering van een zogeheten 'voetinkomen' van 500 gulden per maand. En dit terwijl Nederland zich nu al enkele jaren suf debatteert over de privatisering van de bovenminimale sociale zekerheid! GroenLinks voert binnenskamers haar eigen kleine oorlog (tégen het basisinkomen, vóór de minima!), terwijl buiten de grote oorlog - de strijd om de invoering van een ministelsel - gewoon verder gaat.

Door dit blindstaren op de minima helpt GroenLinks mee aan de verstoring van het contact tussen de middengroepen èn de lagere-inkomensgroepen. GroenLinks associeert de middengroepen nogal gemakzuchtig met gezapigheid en egoïsme. Dit is een betreurenswaardig vooroordeel. De overgrote meerderheid van de Nederlanders is nog altijd bereid om solidair te zijn met de minder bedeelden, en wil daarvoor zelfs best een stapje terugdoen. Maar het is geen onvoorwaardelijke, sterk moreel geïnspireerde solidariteit meer. De meer welvarende kiezers - die zo'n 30 procent van het electoraat vormen - willen boter bij de vis. In die zin bestaat de calculerende burger wel degelijk: de burger die zakelijk redeneert in de trant van 'voor wat hoort wat', ook als het om solidariteit gaat.

GroenLinks is de aangewezen partij om die solidariteit gestalte te geven. Maar dan moet de partij wel haar fixatie op de 'onderkant' van de samenleving opgeven, en ook de middengroepen willen absorberen.

Het progressieve streven om de kloof tussen de 'haves' en de 'have-nots' te verkleinen, lijkt binnen GroenLinks soms te worden teruggebracht tot een zucht om de partij om te bouwen tot een partij van de have-nots. De realiteit is echter dat GroenLinks maar zeer ten dele een partij van 'de onderkant van de samenleving' is: tweederde van de huidige achterban heeft een hoog opleidingsniveau, en modale en bovenmodale inkomens beslaan meer dan de helft van het partijelectoraat. Van de overige stemmers is een flink deel student: middenklassers in spe dus.

Ondanks de duidelijke worteling in de middenklasse volhardt de partij in het streven naar een partij die politiek, organisatorisch en intellectueel nog op ouderwets arbeideristische, sociaal-activistische leest is geschoeid. Dat komt vooral tot uitdrukking in een naar binnen gerichte partijcultuur, met een vergadercircuit dat voor buitenstaanders (dat wil zeggen iedereen die niet bereid is zich via een afdeling naar boven te klauwen) zowel ondoordringbaar als ongrijpbaar is.

Hier hebben we de tweede reden te pakken waarom het niet zo goed gaat. Prachtige voornemens voor 'drempelverlaging' ten spijt, lijkt de partij niet in staat of bereid tot het werkelijk openbreken van de partij-organisatie. Nu zijn het partijtijgers, kommaneukers en idealistische vrijwilligers die de toon zetten. Maar voor een hardwerkende tweeverdiener, met progressieve denkbeelden en soms ook nog één of twee kinderen, is de partij-organisatie nagenoeg hermetisch gesloten.

Een derde tekortkoming is de standpuntstellende manier van politiek bedrijven: niet de intellectuele controverse en de discussie worden gezocht, maar manieren om Het Standpunt nog beter, harder, duidelijker onder de aandacht van 'de mensen' te brengen.

Daarmee samen gaat vaak een campagne-achtige manier van politiek bedrijven: folders uitdelen, ludieke acties voeren. Van het idee om de partij, althans gedeeltelijk, om te vormen tot een 'publieke partij' - een nieuwsgierige en vrijzinnige partij met belangstelling voor wat er in de buitenwereld gaande is - is nog maar weinig over.

GroenLinks schijnt niet te begrijpen wat van moderne politieke partijen wordt verlangd. Kiezers willen niet voortdurend kant-en-klare standpunten horen die hen op hoge toon worden toegeslingerd. En laten we wel wezen: GroenLinks kan het zich best permitteren om enige onzekerheid te tonen. Zij kan deze houding zelfs gebruiken om het politieke initiatief meer naar zich toe te trekken. Er is genoeg ruimte voor debatten over de veelzijdige, en vaak uiterst complexe, politieke keuzen die gemaakt moeten worden.

Wij zijn ronduit jaloers op de wijze waarop grote broer PvdA het afgelopen jaar de interne discussie over sociale politiek heeft gevoerd. Een half jaar voor het congres in februari jongstleden werden in opdracht van het partijbestuur door het wetenschappelijk bureau van die partij compacte, goedgeschreven nota's vervaardigd. Deze werkstukken werden partijbreed besproken, zodat er een goed voorbereid congres kon worden gehouden waar debatten plaatsvonden van een hoge kwaliteit.

En onlangs begon de PvdA met een half jaar durende discussie over de toekomst van de sociale zekerheid. Met behulp van de in het bedrijfsleven ontwikkelde scenario-methode wordt daar nu de politieke ideeën- en besluitvorming in de partij 'aangestuurd'.

Een partij als GroenLinks heeft op dit vlak volop kansen. Waar de grote partijen hun politieke vrijzinnigheid om machtspolitieke redenen vroeg of laat onderdrukken, kan GroenLinks zich - omdat zij zich nu eenmaal niet in het machtscentrum ophoudt - ontwikkelen tot een libertair kristallisatiepunt van progressieve ideeën.

Helaas, de huidige gelijkhebberige, vaak op politieke emoties gebaseerde praktijk staat nog ver af van het hierboven geschetste ideaal. De bestaande partijcultuur en de gebezigde organisatieconcepten vormen nog een fikse sta-in-de-weg, net als de anti-middleclass sentimenten in de partij. De groep hoogopgeleiden, door de bank genomen mondige en assertieve mensen, zit niet op zedengepreek en sociale acties te wachten, maar op politieke interventies met heldere bondige analyses, die desgevraagd met de nodige expertise onderbouwd kunnen worden.

GroenLinks staat voor de keuze om een ware 'cultuuromslag' te maken. Een omslag die GroenLinks beter laat 'matchen' met haar natuurlijke achterban. Het politieke management van de partij (bestuur en fractieleiding) zal hierbij het voortouw moeten nemen, en daarbij de confrontatie met delen van de eigen achterban niet moeten schuwen. Lukt deze operatie, dan ziet de toekomst er niet ongunstig uit.

GroenLinks is in de positie om onbevangen progressieve scenario's voor de toekomst van Nederland te ontwikkelen. Maar de partij zal wel het lef moeten hebben om zich van haar eigen middelmatigheid te bevrijden.

VOORLOPIG liggen de kaarten nog ongunstig. Wat wil je ook van een partij die zich interesseert voor een achterban die - in elk geval electoraal - niet in háár is geïnteresseerd, terwijl de partij zèlf zich niet interesseert voor een achterban die wel in háár is geïnteresseerd.

Henk Krijnen is hoofdredacteur van De Helling, het tijdschrift van het Wetenschappelijk Bureau GroenLinks. Radi Suudi is hoofd van de afdeling Onderzoek en Publiciteit van Forum, een landelijk instituut voor multiculturele ontwikkeling.

Meer over