ReportageDuurzaam staal

Groen in eigen land, daarbuiten niet zo: waarom de schone Zweden de vuile hoogovens willen kopen

De Zweedse staalproducent SSAB is in gesprek met Tata Steel over de overname van de Nederlandse hoogovens. Dat roept in Zweden vragen op: wat willen de schone Scandinaviërs, die zich ambitieuze milieudoelen stellen, met de vuile fabriek in IJmuiden? 

De staalfabriek in Oxelösund van SSAB. Anders dan bij Tata in IJmuiden zijn er in de omgeving niet meer gezondheidsklachten.  Beeld Anders Wiklund / TT
De staalfabriek in Oxelösund van SSAB. Anders dan bij Tata in IJmuiden zijn er in de omgeving niet meer gezondheidsklachten.Beeld Anders Wiklund / TT

De heldere lucht kleurt al om drie uur rozerood boven de haven van Oxelösund, over een half uurtje is het pikkedonker. De gedachten gaan naar de aardrijkskundeleraar die uitlegde dat de rode kleur wordt veroorzaakt door stofdeeltjes in de lucht. Hoewel daar ook heus natuurlijke verklaringen voor zijn, denk je in het IJmuiden van Zweden, een uur onder Stockholm, toch al snel aan de dikke rookwolken die uit de staalfabriek van SSAB komen.

Johan (69) speelt met zijn kleinkinderen in het speeltuintje aan de haven. Hij heeft net als de meeste Oxelösundsborna zijn hele leven voor SSAB gewerkt. Of hij weleens heeft gehoord van gezondheidsklachten door de uitstoot van de staalfabriek? ‘Nee. De wind staat hier meestal aflandig, de rook wordt de zee opgeblazen. En als de wind dan een keertje uit het oosten komt, waait de rook naar Nyköping, en daar wil je sowieso al niet wonen.’

Een on-Zweeds staaltje humor, met bovendien een logische verklaring voor het ontbreken van gezondheidsklachten in de omgeving van de staalfabriek in Oxelösund. Naast de dunbevolktheid zit je met een overwegende zuidwestenwind beter aan de Zweedse Oostkust dan aan de Nederlandse Westkust.

Op 13 november werd bekend dat de Britse en Nederlandse onderdelen van Tata Steel uit elkaar gehaald zullen worden. Met het Zweedse staalbedrijf SSAB wordt al gesproken over een overname van het Nederlandse deel, de voormalige Hoogovens, bevestigt moederbedrijf Tata Steel India.

Binnen het Nederlandse deel van Tata Steel wordt de mismatch met de Indiase eigenaren al langer gevoeld. Niet alleen de focus op bulk en de wereldhandel liggen slecht, de legende binnen Tata Steel wil dat eigenaar Ratan Tata de Brits-Nederlandse staalfabrieken alleen kocht uit postkoloniale eerzucht – ‘kijk mij eens als Indiër een Brits bedrijf kopen’. Eén keer zou Tata zelf in Amsterdam geweest zijn, vooral om de halve P.C. Hooftstraat leeg te kopen.

Vier dagen later, op 17 november, verschijnt het nieuws dat er rondom staalfabriek Tata Steel soms wel 50 procent vaker longkanker voorkomt dan het landelijk gemiddelde. Dat blijkt uit cijfers van het Integraal Kankerinstituut Nederland, opgevraagd door het televisieprogramma EenVandaag voor de periode 2004-2018. Huisartsen in de omgeving laten weten niet verrast te zijn en zeggen dat een sterk verhoogde incidentie van longkanker al jaren bekend is.

Geen prettige timing als je bezig bent een staalfabriek te verkopen. Volgens journalist Maria Philips, SSAB-watcher bij de Zweedse zakenkrant Dagens Industri, zijn er meer Zweedse twijfels over de aankoop. ‘De Zweedse zorgen zijn tweeledig; men vraagt zich af of de balans van SSAB een grote overname als deze wel toelaat én hoe de aankoop te rijmen valt met de ambitieuze doelen op het gebied van fossielvrije staalproductie en CO2-uitstoot.’

Coca-Cola-achtig geheim

De staalfabrieken van SSAB liggen verspreid over Zweden en Finland. In het hoge noorden, dicht bij de bergen waaruit het ijzererts wordt gewonnen, en dus hier, in het relatieve zuiden van Oxelösund. De ijzer- en staalproductie heeft hier een geschiedenis van ruim een eeuw. In de haven staat nog een fabrieksgebouw uit de eerste helft van de 20ste eeuw, toen fabrieken nog mooi waren.

In Nederland zou het gebouw al lang herontwikkeld zijn tot een microbrouwerij voor ambachtelijke biertjes, maar hier lopen nog altijd potige Zweden in gele SSAB-hesjes. De staalproducten worden verkocht onder de merknamen Hardox (slijtplaat), Strenx (constructiestaal), Armox (beschermingsplaat) en Toolox (gereedschapsstaal). De relatieve winstgevendheid van SSAB wordt toegeschreven aan een gunstige productmix, vooral Hardox is een hardloper. Volgens Johan dankzij een Coca-Cola-achtig geheim: ‘Hardox wordt gemaakt met een speciale receptuur, die geen concurrent kan evenaren.’ Logisch dus, dat de strategie van SSAB erop gericht is om binnen de categorie van hoogsterkte staal te groeien; een categorie waar veel waarde valt toe te voegen, met hogere marges bij lagere volumes.

De aangekondigde overname van Tata Steel, toch meer een bulkproducent, kwam dan ook als een verrassing bij analisten. Al passen de plannen dan wel weer in de volgens velen onvermijdelijke consolidatie op de Europese staalmarkt, geteisterd door overcapaciteit, lage prijzen en verliezen. Met de overname van Tata Steel zou SSAB de productiecapaciteit bijna verdubbelen en in de mondiale toptwintig van staalproducenten komen.

SSAB heeft bovendien een aardige overnamegeschiedenis. In 2007 werd SSAB een grote speler op de Amerikaanse markt door de overname van Ipsco en in 2014 verwierf SSAB het Finse Rautaruukki. Ondanks de succesvolle integratie van die fabrieken maakte het nieuws van de mogelijke overname van Tata vooralsnog geen indruk op de beurs, waar de koers van het aandeel SSAB nauwelijks beweegt.

Klimaatambities

Er zijn vragen over de financiering van de overname (zie inzet), maar het weinig duurzame karakter van de bedrijvigheid in IJmuiden zorgt misschien nog wel voor de grootste twijfels. SSAB en LKAB, aandeelhouder en staatsmijnbedrijf, laten zich graag voorstaan op hun ambitieuze plannen om hun staalproductie fossielvrij te maken. Samen met staatsenergiebedrijf Vattenfall begonnen de bedrijven een joint venture onder de naam Hybrit (Hydrogen Breakthrough Ironmaking Technology), waarmee met behulp van waterstof in de toekomst fossielvrij staal geproduceerd zou moeten worden. Hoewel de proeffabriek nu nog even op aardgas draait, zou dat vanaf begin 2021 waterstof worden.

De productie van fossielvrij staal zou in 2026 moeten beginnen, waarna het bedrijf volledig fossielvrij zou moeten zijn in 2045. Hoe de kolengestookte bulkproductie in IJmuiden in die ambitie past lijkt een raadsel, maar toch bezweert SSAB geen reden te zien om deze tijdlijn te wijzigen bij een geslaagde overname.

Hoezeer Zweden ook wordt gezien als het duurzame droomland, niet in het minst door de Zweden zelf, blijkt de praktijk geregeld weerbarstiger. Energiereus Vattenfall, door de overname van Nuon ook een bekende naam in Nederland, heeft zich impopulair gemaakt met plannen voor een biomassacentrale in Diemen en heeft nog altijd grote kolencentrales in Duitsland.

De belofte in 2050 fossielvrij te zijn, wordt dan ook wel afgedaan als greenwashing. Opvallend genoeg is het waarmaken van dergelijke doelstellingen een minder heet hangijzer dan je zou verwachten in het land van Greta Thunberg. De Zweden zijn goed van vertrouwen, ook wanneer grote bedrijven wel erg ambitieuze doelen formuleren. ‘Het zou goed kunnen dat we hier te weinig onderzoek doen naar de haalbaarheid van dergelijke duurzaamheidsclaims’, geeft journalist Maria Philips toe.

Een eventuele overname van Tata Steel zou daarmee in de Zweedse traditie passen; sociaal en groen in eigen land, maar een stuk pragmatischer over de grens. De huidige regering, met daarin de Groenen, lijkt vooralsnog geen moeite te hebben met de overnameambities van SSAB. In gesprek met Dagens Industri bagatelliseerde de minister van Economische Zaken, Ibrahim Baylan, de invloed van de Zweedse staat op een eventuele aankoop van Tata Steel. ‘SSAB is een beursgenoteerd bedrijf. Dergelijke beslissingen zijn aan het bestuur. Bovendien heeft de staat geen direct eigendom in SSAB.’

Discrepantie

Toch zou de Zweedse staat wel degelijk dwars kunnen gaan liggen. Daar zou gezien de discrepantie tussen de duurzame doelen van SSAB en de aankoop van de staalfabriek in IJmuiden genoeg reden voor zijn. Dat lijkt Baylan niet van plan: ‘Het is de realiteit dat de staalindustrie over de hele wereld enorme hoeveelheden CO2 uitstoot. Dat veranderen gaat alleen niet van de ene op de andere dag.’

In Zweden lijkt het nieuws over de gezondheidsrisico’s in Nederland nog niet helemaal te zijn doorgedrongen, al zullen de advocaten van SSAB ongetwijfeld een paar rode vlaggetjes in hun overnameonderzoek hebben geplakt. Of het een dealbreaker wordt, zal moeten blijken.

In het donker geworden Oxelösund stroomt de fabriek leeg; SSAB’ers lopen zwijgzaam over de aangeharkte straten naar hun portiekflats. Weinig lijkt hier te wijzen op gezondheidsrisico’s, behalve dan misschien de SSAB-special die bij de lokale snackbar wordt geserveerd – een pizza met kip, kebab én friet.

Twijfels over financiering

Het is de vraag hoe SSAB een eventuele overname gaat betalen. Onder meer het Finse staatsenergiebedrijf Solidium en het Zweedse staatsmijnbedrijf LKAB zijn aandeelhouder, maar gemeten naar stemrecht is Industrivärden de grootste. Deze beleggingsmaatschappij is een belangrijke speler in het Zweedse bedrijfsleven met een beslissend belang in Handelsbanken, Ericsson en de truckafdeling van Volvo. De top kwam in 2015 in opspraak door frivool privéjetgebruik en handjeklap bij een schimmige elandjacht – kan het Zweedser?

In de nasleep van die rel moest Sverker Martin-Löf, topman van zowel SSAB als Industrivärden, het veld ruimen. Martin-Löf was de drijvende kracht achter de eerdere overnamen en het is de vraag hoe goed zijn twee opvolgers, Martin Lindqvist (SSAB) en Helena Stjernholm (Industrivärden) de Tata-deal hebben afgekaart. Stjernholm zal niet makkelijk wegkomen met een aandelenemissie om de aankoop te bekostigen; dat zou verwatering betekenen en SSAB is toch al de slechtst renderende investering in haar portefeuille. Daarnaast zal de Zweedse overheid een vinger in de pap willen blijven houden bij het ‘basisindustriebedrijf’.

Meer over