Grijs tegen groen

Marcel van Dam in de clinch met Wouter Bos, oftewel: grijs botst met groen. Boeiend, zo’n opleving van de generatiestrijd....

Anet Bleich

De nieuwe generatiestrijd lijkt wel enigszins op de vroegere klassenstrijd en op de vorige botsing tussen generaties, die halverwege de jaren zestig van de 20ste eeuw door de babyboomers werd begonnen tegen hun (groot)ouders.

Het ging en gaat om de verdeling van de maatschappelijke rijkdom tussen de strijdende groepen. Wie vanuit die optiek de Werdegang van Marcel van Dam beziet, ontkomt niet aan de constatering dat Karl Marx op minstens één punt het gelijk aan zijn zijde heeft: het maatschappelijk zijn bepaalt het bewustzijn. Ze zijn prachtig, de ideeën over post-materialisme, maar in feite zijn het slechts enkele idealistische zonderlingen die zich laten leiden door iets anders dan eigenbelang.

De jonge Van Dam was aanhanger van Nieuw Links in de PvdA. Een van de punten in hun manifest Tien over Rood betrof het opvoeren van de successierechten (belasting op erfenissen) tot 100 procent. Ik ben wel benieuwd of Van Dam daar nu nog vóór is. Ook wilden de Nieuw Linksers en babyboomers in het algemeen (NL was eigenlijk een pre-babyboombeweging, de meestenwaren net iets ouder) niets liever dan dat de ‘ouwe zakken’ hun posities, invloed en banen zo snel mogelijk aan hen zouden overdragen. Nu willen ze het liefst zowel de mogelijkheid hebben om vervroegd uit te treden als om te blijven zitten, wanneer het werk interessant is. En natuurlijk moet iedereen met z’n vingers van hun opgebouwde pensioenrechten afblijven.

En geef ze eens ongelijk. Want ik ben er helemaal niet zeker van dat de motieven van de jongeren zoveel hooggestemder zijn. In de opvattingen van Mei Li Vos en de haren, of van een christendemocratische politicus in de dop als Ronald van Brugem, tref je de tegenstrijdigheden van de babyboomers in spiegelbeeld aan. Daar wordt zowel geklaagd dat de generatie van direct na de Tweede Wereldoorlog alle belangrijke functies blijft bezetten, als dat ze vervroegd met pensioen wil. De wens wordt geuit dat die babyboomers nu eens plaatsmaken én dat ze ophouden belachelijke voorrechten als prepensioen op te eisen. Voor de AOW willen deze jongeren beslist niet (te) veel betalen. Dat laatste is niet alleen een beetje egocentrisch, maar ook niet al te slim. Want als het mes wordt gezet in de pensioenrechten, hebben de jongeren van nu daar straks last van.

De redenering dat het onbetaalbaar wordt en er dus voor de nu jeugdigen hoe dan ook niets overblijft, is onzinnig. De vergrijzing is namelijk een tijdelijk verschijnsel. De geboortegolf heeft, als je het heel ruim neemt, twintig jaar aangehouden, van 1945 tot 1965; daarna is het geboortecijfer dramatisch gedaald.

Dus is ook de naderende grijze golf iets tijdelijks; tussen 2010 en 2030 komt er inderdaad een grote groep 65-plussers bij, maar tegen 2050 is die golf verdwenen en zal de demografische opbouw weer een stuk evenwichtiger zijn. De hoge kosten voor pensioen en zorg zijn dus ook niet permanent. Ook vanuit de jongeren van nu bekeken, loont het daarom volgens mij de moeite een goed voorzieningenpeil in stand te houden.

Maar ja, kijk wie het zegt: een onvervalste babyboomer! Als ik probeer het slagveld met een neutrale blik te overzien, moet ik toegeven dat vooral de veertigers en dertigers van vandaag iets beklagenswaardigs hebben. Hun leven lang hebben ze in de schaduw gestaan van die beeldbepalende naoorlogse generatie. Enorm veel energie is gaan zitten in het zich profileren ten opzichte van de (iets) ouderen, die altijd dachten het gelijk aan hun kant te hebben, of het nu ging om ‘de revoluutsie’ of om het prepensioen. En als de laatste babyboomer eindelijk in het verpleeghuis is verdwenen, zijn de dertigers van nu zelf bejaard. Wie weet welke verwijten zij dan krijgen van de generatie die nu op de peuterspeelzaal zit.

Trots zijn op je generatie lijkt me ongeveer even onzinnig als trots zijn op je land. Dat ben ik dan ook niet. Sterker nog, je kunt constateren dat ‘wij’ indertijd, zo begin jaren zeventig, met veel enthousiasme en succes zijn begonnen aan ‘de lange mars door de instellingen’. Maar van de idealen die ‘ons’ daarbij voor ogen heetten te staan, is niet wat je noemt veel terecht gekomen. De lange mars werd een doel op zichzelf.

Het enige voordeel van het babyboomer zijn, is de macht van het getal; ons schuif je niet zomakkelijk opzij.

Meer over