ColumnJoost Zaat

Grenswachters duwen bootjes terug, hier zet ik een oude zieke vrouw op straat

null Beeld

Eerst til ik haar rollator de drie treetjes op naar de stoep, dan haar koffertje met schamele bezittingen, dan haar slaapzak en een tien kilo wegende Actiontas met papieren van de IND en allerlei andere instanties. Tot slot help ik haar de trap op, want dat kan ze zelf niet. Ze gaat zitten op het stoeppaaltje. Ik ga naar binnen en doe de deur van mijn kelderspreekkamer aan de gracht dicht.

Ze spoelde aan die morgen op mijn spreekuur voor ‘mensen zonder de juiste papieren’. Een paar dagen eerder had ze de trein naar Amsterdam genomen, nadat de allerlaatste juridische procedure was afgerond en ze uit het azc weg moest en eigenlijk terug naar Afrika.

Jaren had de procedure geduurd. In de vreemdelingenopvang van de gemeente was geen plaats. Ze kwam vragen om haar pillen en vooral om een veilige plek, want ze sliep al drie dagen op straat. Uit haar tas kwam een korte samenvatting van de medische ellende: een hartoperatie, medicatie in afzonderlijke zakjes – omdat gewoon innemen te ingewikkeld is – en een gespecialiseerde ggz-traumabehandeling.

Een pijnspecialist had haar ook een apparaat voor chronische pijn gegeven dat in normale situaties al gedoemd is om te mislukken. We behandelen vluchtelingen hier medisch adequaat, maar vergeten dat dat nogal zinloos is als er geen woonplek en geen toekomst is. Hup, zonder nazorg op straat gezet. Had ze maar in haar buurland moeten blijven, is de steeds strengere Haagse boodschap.

Na eindeloos rondbellen en overleg met collega’s, kan ik niks anders bieden dan een paar recepten en het advies opnieuw terug te gaan naar de opvang. De kans dat ze een plekje krijgt, is klein. Ik was wellicht de tienduizendste beambte die ze op haar reis tegenkwam en haar ‘nee’ verkocht. ’s Nachts sliep ik niet. Ik lag naast mijn lief, zij alleen in een portiek in haar oude slaapzak.

Een week later deed ik ’s morgens opnieuw spreekuur: Filipijnse vrouwen die zeven dagen per week Amsterdamse huizen schoonmaken en hun kinderen al jaren niet hebben gezien, iemand die al dagen niet naar de dokter durfde met een enorm abces, dat nu te groot geworden was om zelf te behandelen, daklozen met rotte tanden en nog veel meer. Die avond zat ik in de mooiste concertzaal van het land. Prachtige muziek, allemaal nette en aardige mensen. Hoeveel zouden er een illegale werkster hebben? Wisten ze wat er in hun stad gebeurde? Ik kreeg het in mijn hoofd niet meer bij elkaar.

Op Haags ‘schrijftafelniveau’ is het simpel: ‘niet iedereen kan geholpen worden’ en ‘de grenzen moeten nu eenmaal worden bewaakt’. Maar ze hebben geen idee van de morele rot die beneden aan de keten ontstaat. Aan de grenzen van Fort Europa duwen grenswachters bootjes terug, hier zet ik een oude zieke vrouw op straat. Intussen ritselt een 19-jarige prinses samen met vriendinnen een huisje in de stad en is mijn huis vanzelf opnieuw in waarde gestegen. Groter kan de kloof niet worden.

Joost Zaat is huisarts

Meer over