Greenaways middeleeuwse beeldentuin

Het begon allemaal nog heel gewoon: conservator Egge Knol van het Groninger Museum en Jos Hermans, professor handschrift- en boekwetenschap aan de universiteit van Groningen wilden aantonen dat de late Noordelijke Middeleeuwen een periode van intellectuele en maatschappelijke bloei was....

Een topstuk van de collectie is bijvoorbeeld de Kroniek van Wittewierum, een verhandeling over het dagelijks leven in het klooster, opgetekend rond 1230 door abt Emo. Het is één van de eerste geschriften die van historisch besef getuigen.

De verzameling plaatste de directie van het Groninger Museum voor een dilemma. Hoe kan een modern museum een breed publiek bereiken met historische voorwerpen, die op zichzelf niet bijster spectaculair zijn? Oplossing: men huurt Peter Greenaway in, naast regisseur van theatrale films als The cook, the thief, his wife and her lover, al jaren een bekende in het Nederlandse culturele circuit. Met componist Louis Andriessen maakte hij de opera's Rosa en Writing to Vermeer, in museum Boijmans Van Beuningen stelde hij in 1991 de tentoonstelling The physical Self samen, en bij het Groningse Dokwerd maakte hij recent een kunstmatige terp.

En zo ging deze meester van de barokke verbeelding met het Groningse verleden aan de slag.

Aanvankelijk wilde Greenaway hemelse en helse taferelen geïnspireerd op Dante Alighieri maken, maar de wetenschappers legden hem uit dat van Italiaanse invloeden op Groningen destijds toch echt geen sprake was. Dus werd de Groningse collectie het uitgangspunt.

Zelf ontdekte Greenaway in de kelders van het museum nog een enorme hoeveelheid schedels en botten van zo'n vierhonderd middeleeuwse kloostermonniken, zeventig jaar geleden opgegraven op het kerkhof van het Sint Bernardusklooster te Aduard. Ze vormen nu het hart van de tentoonstelling - 'de Dood' - omdat de dood ooit het centrum van de middeleeuwse belevingswereld was.

De tentoonstelling is opgebouwd als een voettocht van hel naar hemel, door zo'n tien ruimtes die bol staan van de Greenaway-symboliek. Soms aangenaam theatraal, soms wel erg vet. Door sterke licht- en kleureffecten en door geluids- en video-installaties heeft Greenaway een opeenvolging van 'sferen' willen creëren. Als een film, zoals die er volgens hem in de toekomst uit zou moeten zien: driedimensionaal, zonder plot maar mét de vrijheid van de bezoeker te associëren wat hij wil. Er wordt daarom zeer weinig uitgelegd: volgens Greenaway is de Westerse cultuur al te veel op tekst gericht. Het gaat hier om een 'totaalervaring'.

De reis begint in het 'Scriptorium', in een verduisterde zaal met talloze 'opgebaarde' boeken. Daarna komt de bezoeker in een hoge ruimte met een enorme videoprojectie, monumentaal als een gebrandschilderd kerkraam. Hierop zijn gekalligrafeerde teksten te zien uit de Kroniek van Emo.

De tocht voert verder via een onderaards doolhof - een soort kermisspookhuis, met pompende orgelmuziek en flikkerende lichten - langs voorwerpen die gulzigheid, verleiding en hel symboliseren - wijnkruiken, een beeldje van Maria Magdalena, wat dolken -, langs doopvonten en kandelaars (Zuivering) en uiteindelijk naar de goudkleurige Hemel, waar gebedenboeken en een altaar staan.

De associatieve aanpak is zonder twijfel effectief: de toch wat bescheiden voorwerpen krijgen nu een aansprekende betekenis. Zo komt in het verduisterde doolhof naar de hel een grafsteen van de jongeman Eppo uit 1341 mooi verstild naar voren. In de rode 'Heiligen'-zaal, compleet met Romaanse bogen, blikken de resten van een Mater Dolorosa of een rij unieke bronzen apostelkopjes uit 1130 waardig neer op de bezoeker. Het geheel wordt nog eens flink aangezet door Gregoriaans gezang.

In deze omgeving kan zelfs de Noord-Nederlandse miskelk in 'de Hemel' uitgroeien tot de Heilige Graal. En dat is ook precies de keerzijde van de associatieve aanpak. Voor wie daadwerkelijk meer wil weten over de Middeleeuwen in Groningen is het ontbreken van een historisch kader een sterk gemis.

In Greenaway's universele middeleeuwse beeldentuin maakt het niet meer uit wát de getoonde objecten zijn. Ze zijn ondergeschikt gemaakt aan een dwingende filmische show: een donkere Hel, gouden Hemel, een beetje seks, veel dood, en daartussen wat mooi versierde boeken.

De theatrale verbeelding heeft hier volledig de overhand op de wetenschap. In het positieve geval kan dat prikkelen tot vragen: want wat doet dat reliëf van de ontvoering van Helena daar in het doolhof tussen al die gekruisigde Christussen? Of waar dienden die twee wonderlijke fallusfiguurtjes voor? En wat is het verhaal van de aflaat uit 1478, die daar zo verscholen tussen de andere documenten ligt?

Maar er kan dan ook het tegenovergestelde gebeuren van wat Greenaway beoogde: de authentieke historische voorwerpen, trots aangekondigd als bewijs van Groningse intellectuele verleden, verliezen de sensatie van 'echtheid', en worden lege decorstukken.

Meer over