Greco, welke Greco?

Nu Spanje El Greco eer betuigt in het jaar van zijn 400ste sterfdag, blijkt de 16de-eeuwse kunstschilder heel iemand anders te zijn dan we ooit dachten. Te zien in Madrid en Toledo.

DOOR NELL WESTERLAKEN

Het is een ernstig handschrift, een tikje aan de slordige kant. De aantekeningen die El Greco maakte in de kantlijn van Vitruvius' werk over bouwkunst stralen snelheid en urgentie uit, alsof de schilder bang was dat de gedachten hem zouden ontglippen. De door El Greco (1541-1614) geannoteerde versie van Architectura, van de Romein Vitruvius, is bijna een kunstwerk. Een gedetailleerde prent van een klassiek gebouw met ernaast de aantekeningen van de schilder. Het is te zien in een half verduisterd zaaltje van het Pradomuseum in Madrid, waar een deel van El Greco's bibliotheek is gereconstrueerd. Alsof je bij kaarslicht meekijkt over zijn schouder naar de intellectuele wereld van de 16de eeuw.

De expositie is een bijdrage van het Prado aan het jubileumjaar (zijn 400ste sterfdag) van de schilder, dat in Spanje wordt gevierd onder de naam El Greco 2014. De kunstenaar wordt in Madrid geduid aan de hand van diens bibliotheek. 130 boeken bezat hij, weten we uit een lijst van zijn zoon. 39 documenten op de expositie geven een beeld van het intellectuele milieu waarmee El Greco zich graag identificeerde.

Wat leren we uit zijn boekenverzameling? Wie was de schilder El Greco? Een Griek die werd opgeleid in Venetië en Rome en verzeild raakte in het 16de-eeuwse Spanje, waar hij naam maakte onder de notabelen en geestelijken van koningsstad Toledo. Een schilder die aan het einde van de 19de eeuw werd herontdekt en die vele kunstenaars inspireerde, onder wie Picasso, Max Beckmann en Jackson Pollock.

Zo veel was bekend. Maar was Domenikos Theotokopoulos, bijgenaamd El Greco, de Griek, ook een mystieke schilder, zoals hij onlangs werd getypeerd in een Spaanse krant? Was hij Spaanser dan de Spanjaarden, religieuzer dan de Inquisitie? Over de op Kreta geboren kunstenaar, die zich aanvankelijk bekwaamde in het schilderen van iconen, was een eeuw geleden weinig bekend. Er was dus ruimte voor wilde interpretaties. Door de tijd heen werd hij neergezet als een kwaadaardige kwezel, soms zelfs als een waanzinnige, wiens unieke stijl te danken was aan een geestesziekte. De laatste decennia is die kijk bijgesteld.

Javier Docampo, hoofd van de Pradobibliotheek en het archief, is een van de onderzoekers en curatoren van de tentoonstelling La Biblioteca del Greco. 'Waarschijnlijk was El Greco niet zo religieus als vaak werd aangenomen. Hij bezat slechts elf boeken over religie. Van de achttienduizend woorden die hij heeft nagelaten, gaat er niet één over religieuze schilderwerken. Veel meer leek hij geïnteresseerd in architectuur, wat blijkt uit zijn boeken van Vitruvius, Da Vignola en Palladio.'

Toen hij in 1577 arriveerde in Toledo bracht hij een creatieve basis mee uit Venetië. Zijn werken werden niet altijd begrepen door het Spaanse hof en in kerkelijke kringen. Docampo wijst op de originaliteit van de schilderijen. Kijk naar de uitgerekte gestalten en de verfijnde gezichten. Het lieflijke, bijna transparante gezichtje van Maria op het schilderij De Heilige Familie in het Hospital Tavera te Toledo en de uiteengescheurde wolkenpartij rond haar hoofd vonden aanvankelijk geen genade in de ogen van hoogwaardigheidsbekleders.

De feestelijke weergaven van het onzichtbare, zoals in zijn voorstellingen van de hemel, werden soms te werelds bevonden. Ze leidden af van de donkere wetten van de contrareformatie: gebed, contemplatie, boetedoening. 'El Greco besloot na verloop van tijd de officiële stellingen van de kerk over te nemen om zijn werk zonder problemen aan de man te brengen', volgens Docampo. Er is bovendien geen bewijs dat hij lid was van een religieuze broederschap, wat toch heel gebruikelijk was in zijn tijd.

Een pragmaticus, maar een die zijn Italiaanse opleiding in Venetië en Rome niet verloochende. Hij prees Titiaan, noemde Tintoretto's Kruisiging in de Scuola Grande di San Rocco in Venetië 'het mooiste werk ooit' en hij bezat een exemplaar van Vasari's boek uit 1550 over het leven van de belangrijkste kunstenaars. Op de Prado-expositie hangen prenten van Albrecht Dürer en Cornelis Cort. Beiden gingen El Greco voor naar Italië, waar ze onder invloed raakten van de Italiaanse renaissance. Dürer plaatste in 1511 een slap, haast niet te tillen Jezuslichaam centraal in de armen van God de Vader. Hetzelfde deed El Greco 66 jaar later op een groot olieverfpaneel, waarbij ook de positie van de engelen en de Heilige Geest door Dürer lijkt ingegeven.

Hoe Spaans was hij als import-Spanjaard, die wel werd bestempeld als grondlegger van de Spaanse schildersschool? Alle antwoorden zijn interpretaties, maar de huidige schriftgeleerden van het Prado vermelden in hun onderzoek nadrukkelijk dat hij 'onmachtig was te spreken en te schrijven in de taal van zijn (Spaanse) tijdgenoot Cervantes'.

Architectuur, niet religie, was zijn intellectuele passie, meent Docampo, hoewel de Spaanse Griek vooral in zijn latere werk het architectonische perspectief losliet. 'El Greco's belangstelling voor architectuur blijkt mede uit zijn ontwerpen voor altaarstukken, waarin schilderkunst, beeldhouwkunst en architectuur samenkomen. Architectuur stond indertijd bovenaan in de hiërarchie van de kunsten. Eerder dan andere kunstenaars waren architecten erin geslaagd hun werk als een intellectuele activiteit te oormerken, wat gunstig was voor hun sociale positie. Ongetwijfeld was El Greco geïnteresseerd in deze aspecten.'

In Toledo, een half uur treinen van Madrid, zien we enkele architectuurstukken van de schilder. Omlijstingen met Palladiaanse verhoudingen, zuilen, kapitelen; het zijn harmonieuze werken, een bewijs van zijn intellectuele interesse, die moet hebben bijgedragen aan zijn sociale status. Toch wordt de aandacht onverdeeld getrokken door de schilderijen. El Greco was, ook volgens de Madrileense curatoren, toch bovenal een intelligente schilder die zich uitdrukte in een unieke beeldentaal.

undefined

Portretten

El Greco was een groot portretschilder. Edellieden en priesters lieten zich door hem vereeuwigen. De vaak sobere portretten met een donkere achtergrond getuigen van hun ascese en minachting voor het aardse. Karaktertrekken van mannen die in de pas liepen met het religieuze fanatisme van toen. Toch bracht El Greco vaak een diepere lading aan. Zijn portret van grootinquisiteur De Guevara (1600) is een weergave van de functie als van de persoon. Onontkoombaar en achterdochtig verbeeldt de man op de stoel de vleesgeworden intolerantie.

undefined

In Toledo kwam de unieke stijl van El Greco tot bloei

El Greco bracht zijn halve leven door in Toledo. De stad staat in musea, kerken en kapellen stil bij zijn 400ste sterfdag.

De handen op de schilderijen van El Greco spreken waar de gezichten zwijgen. Ze geven uitleg, ze zegenen, ze vragen of koesteren, ze lijken een eed af te leggen of richting te geven aan een vitale beweging. Het zijn de handen van Maria Magdalena die haar smart uitdrukken. Het is een met kantwerk omrande hand die licht geeft aan het donkere, verinnerlijkte portret van een edelman.

In het Museo de Santa Cruz te Toledo, een voormalig 16de-eeuws hospitaal, kunnen bezoekers het niet laten de handgebaren op de schilderijen te imiteren op de overzichtstentoonstelling van de manifestatie El Greco 2014. In kerken, kloosters en kapellen is het hele jaar werk te zien van de schilder. Zijn halve leven, van zijn aankomst in 1577 tot zijn dood in 1614, bracht hij door in de stad die hij letterlijk en figuurlijk op de kaart zette. Met enkele vluchtige penseelstrepen suggereerde hij in bijbelse voorstellingen het Alcazar (kasteel), de kathedraal en de rivier. Een enkele keer schilderde hij een stadsgezicht met expressionistische, haast abstracte stormluchten erboven; het beeld van een getormenteerde stad.

In de smalle hellende straten van Toledo lopen bezoekers door het decor van een schildersleven. El Greco beeldde de stad en haar plattegrond af op een groot schilderij waarmee hij zijn verbondenheid ermee wilde uitdrukken. De stad beantwoordde het gebaar vierhonderd jaar later door het schilderij een prominente plaats te geven in het museum.

Op de tentoonstelling volg je het leven van de Griek van Toledo, te beginnen met enkele gehavende iconen uit zijn jonge jaren op Kreta. De Byzantijn in Theotokopoulos verraadde zich weleens in zijn latere werk, in het frontale aanzicht van een portret bijvoorbeeld, in een stralenkrans of in de opstelling van zijn personages.

Belangrijker was zijn tijd in Italië. Hij mocht een hekel hebben aan Michelangelo's portretten, hij had wel degelijk bewondering voor diens beeldhouwwerken. Het rijke coloriet van Titiaan en Tintoretto bleef hij trouw, dat openbaart zich in de nonchalant geplooide gewaden van heiligen en engelen.

In De Onbevlekte Ontvangenis (1607) van het Museo de Santa Cruz wervelen Maria en een clubje engelen in één dynamische beweging van verzadigd geel, groen, blauw en rood naar het licht van de duif, opgestuwd door een enkele engelenvleugel die lijkt geleend van een reusachtige vogel. Het textiel, die vleugel: het is een geruis van jewelste op dat schilderij. En het intense rood van Jezus' mantel op een altaarstuk in de kathedraal maakt zich los van de obscure meute die de zoon Gods naar Golgotha voert. Alsof uitgerekend het kledingstuk dat Jezus wordt afgenomen hem verheft in de transcendente staat die is te lezen op zijn gezicht: sereen, op de hemel gevestigd. Met schijnbaar achteloze vegen wordt het rood lichtjes weerspiegeld in een harnas.

In Toledo kwam de maniëristische kant van El Greco tot bloei. Zijn onnatuurlijk uitgerekte figuren zijn een handelsmerk geworden. Niet altijd tot genoegen van zijn opdrachtgevers verliet hij klassieke principes om het onzichtbare zichtbaar te maken, hij verdraaide lichamen, voegde heftige gebaren toe en schiep vervreemdende perspectieven. Vooral in zijn grote altaarstukken plaatste hij tumultueuze hemelvoorstellingen boven ingetogen aardse taferelen.

In Toledo maakte El Greco het meesterwerk waarin alles samenkomt. De begrafenis van de graaf van Orgaz (1586-'88) is geschilderd voor de parochiekerk van Santo Tomé. De graaf wordt ten grave gedragen door twee heiligen die zijn afgedaald uit de hemel. In hun verfijnde trekken verraadt zich El Greco's vaardigheid als portetschilder. Kerkelijke en wereldse prominenten uit de 16de eeuw vormen een zwart cordon indachtig de sinistere moraal van de contrareformatie, die werd aangewakkerd door koning Philips II. De koning moest weinig hebben van de ongrijpbare Griek, maar werd door hem toch weergegeven in de hemel in de bovenste helft van het schilderij. Hij zit op een heiligentribune van wolken, vlak bij Thomas, beschermheilige van architecten. Weer is het feest in het bovenaardse. Er is muziek, licht en beweging. De wind laat de mantels sierlijk opwaaien, waar ze in het aardse met strenge kuisheid zijn weergegeven.

Opnieuw zijn het de handen die opvallen. Ze wijzen, vragen en verklaren. De hand van een jongetje op de voorgrond leidt het oog het ritme van de compositie in, vermoedelijk schilderde El Greco hier zijn zoon. Uit diens kostuum hangt een zakdoek met de signatuur van de schilder.

De meeste van de genoemde werken zijn permanent te zien in Toledo, waar het hele jaar tentoonstellingen en activiteiten zijn. De VVV heeft een El Grecoroute uitgebracht. Ook elders in Spanje, onder meer in het Prado, wordt aandacht besteed aan het jubilieumjaar. elgreco2014.com

undefined

Meer over