Gratis, maar niet voor niks

Jajempies voor vijf cent en vrij vissen in het Vondelpark. Hadjememaar, lijsttrekker van de antidemocratische Rapaille Partij, voerde er in 1921 succesvol campagne mee voor de Amsterdamse raad....

H.J. SchooGratis en maar niet voor niks

Inmiddels gaan politici in hun beloften aan de kiezers veel verder. Vrij vissen in het Vondelpark is niets vergeleken bij wat goede democraten – geïnspireerd door de gratis kranten? – tegenwoordig zoal aanbieden: gratis musea, gratis openbaar vervoer, gratis kinderopvang. ‘Gratis’ lijkt niet meer te stoppen.

Maar is ‘gratis’ wel verstandig? Zonneklaar is dat het om goederen of diensten met verschillende karakteristieken gaat. Gratis kranten bestaan dankzij ondernemers die een gat in de markt ontwaarden. Het is duidelijk wie ervoor betalen: de adverteerders en, zolang ze verlies maken, de ondernemers. In principe zijn kranten als Metro en Sp!ts er voor iedereen. Maar de uitgevers zien erop toe dat ze selectief worden uitgedeeld. Adverteerders betalen wel voor de ene, maar niet voor de andere doelgroep.

Voedselbanken, ook ‘gratis’, moeten ook selectief zijn. Anders klopten er veel meer dan hun huidige circa tienduizend klanten aan. Er zijn ook maar een paar uitgiftepunten. Een fijnmazig landelijk netwerk van voedselbanken zou de toeloop enorm doen stijgen – en politici in staat stellen deze ‘schande’ nog verontwaardigder aan te klagen.

Het idee van gratis musea kwam verrassenderwijs uit de koker van de VVD. Als principieel voorstander van consumentenvrijheid zou de partij beter moeten weten. Het werd dit voorjaar met veel bombarie opgediept door een inmiddels alweer afzwaaiend Kamerlid. Terecht keerde staatssecretaris Van der Laan zich ertegen, maar helaas niet de Kamermeerderheid.

Wat is er mis met zo’n lieftallig voorstel? Ten eerste is het een sigaar uit andermans doos. Kamerleden deden vrijgevig op kosten van de inmiddels geprivatiseerde of op afstand gezette musea. Over sommige dingen gaat de Kamer nu eenmaal niet (meer). Wie wil delibereren over de toegangsprijzen van musea of het spoorboekje, moet eerst de regels veranderen. Daar is de Kamer ook voor. Burgers kunnen dat niet, de Kamer wel.

Een andere makke van ‘gratis musea’ is de sociologische naïviteit. Alsof een ‘nieuw publiek’ – jongeren, allochtonen – zich op de musea stort als die geen entreegeld meer heffen. Zo werkt het niet. Musea zijn duur, een popconcert of een voetbalwedstrijd nog veel duurder. Prijzen zijn lang niet altijd bepalend voor wat mensen kiezen, hun sociaal-culturele voorkeuren wel. Met haar pleidooien voor een ander aanbod van de musea had Medy van der Laan dat beter in de gaten.

‘Gratis musea’ houdt voornamelijk in dat hun – oudere, welstandige – betalende bezoekers voortaan de hand op de knip kunnen houden. Een enkeling gaat misschien wat vaker en wie weet meldt zich zelfs een handjevol ‘nieuw publiek’ – maar de musea blijven evengoed ‘grijze’ instellingen, waar vooral geprepensioneerde babyboomers zich thuis voelen. Ga maar eens kijken.

Gratis openbaar vervoer lijdt onder vergelijkbare misverstanden. Eigenlijk is het vooral een romantische gedachte, waarmee voorstanders hopen in een klap een ongedeeld, saamhorig Nederland terug te krijgen. Een afstekertje naar een betere samenleving, een land waar hoog en laag, jong en oud, lam en leeuw, eensgezind en zonder wanklank met elkaar in trein, bus en tram zitten.

Gratis openbaar vervoer staat al veel langer op de agenda van links en heeft grote symbolische betekenis gekregen. Het is een soort lakmoesproef. Wie ervoor is, heeft nog links leven in z’n donder. Met gratis ov in je vaandel ben je ook een beetje gratis radicaal.

Misschien dat daarom het debat erover ook maar niet opschiet. Ik herinner me van jaren terug een stuk van econoom Jan Pen in Hollands Maandblad, waarin hij even welluidend als doeltreffend met gratis ov afrekende. Omdat het helemaal niet gratis is, omdat het tot verdringing leidt, omdat het nodeloze mobiliteit bevordert, enzovoort. Je zou denken dat voorstanders de moeite hadden genomen om serieus op dergelijke bezwaren in te gaan, maar nee.

S & D, maandblad van de Wiardi Beckman Stichting, bevatte laatst een stuk van Michel van Hulten, PPR-staatssecretaris Verkeer en Waterstaat in het kabinet-Den Uyl (de PPR was de Politieke Partij Radicalen, een van de voorlopers van GroenLinks). ‘Haal het openbaar vervoer uit het slop’, stond erboven. In feite ging het over gratis openbaar vervoer, te beginnen voor senioren, gehandicapten en kinderen. Om en nabij wat het PvdA-verkiezingsprogramma haalde.

Van Hulten heeft goed over het zaakje na kunnen denken. Hij schreef er vroeger al eens een boek over, deed dat onlangs weer, maakt de website www.gratisopenbaarvervoer.nl. Toch lijkt hij geen flauw benul te hebben waarom bejaarden het openbaar vervoer mijden als de pest. En waarom zij werkelijk alles uit de kast halen om zo lang mogelijk auto te blijven rijden, al zijn ze praktisch blind.

‘Het is voor hen van grote betekenis om sociale isolering te voorkomen’, motiveert Van Hulten zijn plannen. Dat is de wereld op z’n kop. Het ov buiten de spits – want alleen dan moet het gratis worden – is voor bejaarden, en niet alleen voor hen, ‘sociale isolering’. Unheimische (bus)stations, dreunende Free Record Shops, oppermachtige jongelui, zich verstoppende conducteurs. Al kregen ze geld toe.

Zijn ze bij de PvdA echt naïef, of willen ze het mooie gevoel rond een nostalgisch idee niet bederven?

Meer over