Grafstemming

ARTHUR VAN AMERONGEN

ik, arthur van amerongen

Ik sta voor de grafsteen van Gerrit Komrij, de dichter die meer dan een jaar geleden overleed, en weet niet wat ik moet zeggen tegen zijn man Charles Hofman. Die verbreekt de stilte met een even hartstochtelijk als daverend 'Godverdomme!' Aarzelend leg ik een hand op zijn schouder.

Waar is Amy Groskamp-Ten Have als je haar nodig hebt, vraag ik me ongepast af. Eeuwig waren de verwijten van ex-vriendinnen dat ik kritieke situaties probeer op te lossen met een wisecrack, bon mot of gebbetje en ze hadden gelijk. Ik ook trouwens. Het leven is een boottochtje op een Dode Zee van tranen en ik probeer het tenminste nog een beetje gezellig te maken. Tegen beter weten in, zeg je dan.

Ik keek op tegen het weerzien met Charles, want hoe lang duurt rouw als je lief met wie je bijna vijftig jaar samen was, is weggerukt? Mijn zorgen lijken ongegrond, want hij is nog steeds de flamboyante gastheer bij wie je glas nooit droog komt te staan. Hofman is aan zijn tweede jeugd begonnen. Als plaatsvervanger van Gerrit in het ondermaanse bestiert hij nu het Komrijhuis, dat een cultuurcentrum aan het worden is.

Ineens heb ik een wegtrekker van het drinkgelag van de vorige avond en moet ik aan mijn eigen droeve kuil denken. Mijn vader, moeder en broertje liggen samen in een graf in Ede, een oord waar gek genoeg niemand dood gevonden wil worden. Ik ben vergeten wat er op ons familiegraf staat, maar het is geen bon mot - laat staan gebbetje of wisecrack. Zelf ben ik een propagandist van de jhator in China en Tibet. Het stoffelijk overschot dient als voedsel voor de gieren, sympathiekere beestjes dan de Hollandse maden. Jhator wordt ten onrechte vertaald met luchtbegrafenis, want er wordt om den donder niks gegraven: er wordt enkel gepikt in mijn goddelijke stoffelijke overschot, waarvan de verschrompelde lever inmiddels nog het kleinste hapje is.

Charles roept me terug naar de realiteit. 'Kom, we gaan wat drinken Tuur.' Het Komrijhuis grenst aan de begraafplaats van Vila Pouca da Beira. 'Charles, weet je nog de laatste keer dat ik bij jullie was en Gerrit met een zwaar Winterswijks accent zei: 'Ze mogen mij zo van ons huis het graf in rollen.' We schieten allebei in de lach. Een paar maanden later was Gerrit dood en maakt hij deze voorspelde gang. Maar wel met een tussenstop in Amsterdam.

undefined

Meer over