Graceland revisited

Het is nog steeds een prachtige liedjesplaat. Van Paul Simons 'Graceland' is een heruitgave en een film gemaakt. Zanger en critici blikken terug.

DOOR GIJSBERT KAMER

Veertien miljoen exemplaren zijn er wereldwijd van verkocht. Minstens. Het is een van de beste popplaten uit de jaren tachtig van de vorige eeuw: Graceland van Paul Simon. Het album is beroemd geworden door de samenwerking van Simon met muzikanten uit Zuid-Afrika.Toen de plaat in september 1986 verscheen, werden de kwaliteiten meteen onderkend, maar was er ook sprake van een grote controverse.

Simon was in 1985 immers naar Zuid-Afrika afgereisd, in een periode dat de Verenigde Naties een culturele boycot tegen het land hadden uitgevaardigd. Dat werd hem door actievoerders, anti-apartheidsorganisaties, het ANC maar ook door vele collega-muzikanten kwalijk genomen.

Wederom staat die gebeurtenis in de belangstelling, van Graceland is 25 jaar na dato heruitgave gemaakt, maar die staat niet op zichzelf. Regisseur Joe Berlinger filmde de terugkeer van Simon naar het land waarvan de muziek de basis vormde voor het succesalbum. In 2010 gaf de zanger daar een concert met Zuid-Afrikaanse muzikanten met wie hij de plaat maakte, waaronder de zanggroep Ladysmith Black Mambazo. Repetities en concert werden door de camera van Berlinger vastgelegd en dat resulteerde in de film Under African Skies die afgelopen week in première ging op het Sundance film- en muziekfestival. Dat is ook de reden dat Paul Simon (70) naar Londen is gekomen en een persconferentie geeft.

In de documentaire belicht Berlinger hoe Simon in weerwil van de publieke opinie en adviezen van organisaties als het ANC en Artists Against Apartheid toch naar Johannesburg ging. De regisseur , die eerder de veelgeprezen documentaire Some Kind Of Monster over de band Metallica maakte, wil vooral weten of dat Simon nog steeds wordt kwalijk genomen. Dat de zanger met de documentaire instemde en zijn volledige medewerking gaf, pleit voor hem. Hij weet dat hij met deze film opnieuw de discussie aanzwengelt die indertijd ook in Nederland tot demonstraties bij zijn optredens leidde.

Diep dal

Simon nam de plaat op toen hij persoonlijk en artistiek in een diep dal verkeerde. Zijn tweede huwelijk (met actrice Carrie Fisher) was op de klippen gelopen en zijn zesde solo-album Hearts And Bones uit 1983 bleek een commerciële flop. De plaat die eraan voorafging, One Trick Pony, had in 1980 ook al weinig uitgericht, zodat Simon voor zijn platenmaatschappij al lang geen prioriteit meer was, toen hij de plannen voor Graceland smeedde.

Inspiratie

Het avontuur begon met een cassette met Zuid-Afrikaanse muziek die hij in de zomer van een vriendin kreeg: Gumboots, Accordion Jive Hits Vol. 2. De muziek riep in eenvoud en directheid herinneringen op aan de rock 'n' roll waarmee hij in de jaren vijftig was opgegroeid en bleek een nieuwe bron van inspiratie.

Hij wilde de muzikanten op de cassette zelf ontmoeten. Zijn platenmaatschappij liet hem met rust, wat voor Simon het voordeel had dat niemand zich met zijn nieuwe plaat zou bemoeien.

Samen met technicus Roy Halee trok hij begin 1985 naar Zuid-Afrika. Simon heeft altijd gezegd dat het op uitdrukkelijk verzoek van de muzikanten zelf was dat hij hen opzocht. Opnamen maken met lokale muzikanten is iets anders is dan optreden voor op huidskleur van elkaar gescheiden publiek. Twee keer eerder had hij het miljoenenaanbod gekregen om met Art Garfunkel als Simon & Garfunkel in Sun City op te treden, beide keren had hij geweigerd.

Maar muziek maken met muzikanten die daar zelf om vroegen, gewoon voor elkaar, in betrekkelijke anonimiteit, daar zag Simon geen kwaad in.

Er waren indertijd al grote artiesten als Quincy Jones en Harry Belafonte, die een bezoek aan Zuid-Afrika niet handig vonden. Hij had hen begin 1985 ontmoet bij de opnamen van de Amerikaanse Live Aid-single We Are The World. Maar, zo benadrukt Simon,er was eigenlijk niemand die het hem echt nadrukkelijk verbood, dan wel adviseerde de reis niet te maken. Ook in de anderhalf jaar die lagen tussen de negen dagen die Simon met Zuid-Afrikaanse muzikanten doorbracht en de release van het album Graceland, waar het resultaat van die samenwerking op te horen was, heeft hij niks meer vernomen. 'Was er toen iemand van het ANC of een andere grote organisatie gekomen die me had verteld dat ik die opnamen echt niet kon gebruiken, dan had ik wel geluisterd. Maar ik hoorde niks. Pas toen de plaat een succes werd, barstte de discussie weer los.'

Het materiaal bewerkte hij in New York tot de liedjes van Graceland. Op dat album klinkt overigens niet alleen de opzwepende Soweto-sound van de mbaquanga door, maar ook zydeco (met hulp van Rockin' Dopsie) en broeierige rockmuziek waarmee Simon werd geholpen door Los Lobos.

Hoe knap Simons nieuwe liedjes ook in elkaar staken, erg veel vertrouwen had platenmaatschappij Warner Brothers er niet in. Graceland werd in de eerste week van september 1986 uitgebracht, een paar maanden na de belangrijke zomer-releases en vóór het najaarsoffensief.

Maar de muzikale rijkdom van de plaat werd direct opgemerkt, wat Simon ertoe deed besluiten een aantal van de muzikanten naar de Verenigde Staten te halen. Het is aan zijn inspanningen te danken dat bijvoorbeeld de zanggroep Ladysmith Black Mambazo wereldwijd bekend werd.

De tijd was er ook rijp voor, want muziek van het Afrikaanse continent kon zich in het Westen in een steeds grotere belangstelling verheugen. Fela Kuti en King Sunny Adé uit Nigeria, Franco uit het toenmalige Zaïre en Youssou N'Dour uit Senegal, (speelt bescheiden gastrol op Graceland) traden ook in Nederland met toenemend succes op. Hun platen verkochten goed.

Ook compilaties met Zuid-Afrikaanse (dans)muziek als The Indestructable Beat Of Soweto werden speciaal voor de niet Afrikaanse markt samengesteld en westerse rockmuzikanten als Peter Gabriel zochten samenwerking met Afrikaanse musici.

Gabriel, die in 1980 een liedje schreef over de vermoorde Zuid-Afrikaanse mensenrechten activist Steve Biko, koos ervoor samen te werken met muzikanten uit andere landen dan Zuid-Afrika, dat door de VN cultureel geboycot werd.

Overtrad Simon in 1985 moedwillig de regels en zo ja, gaf hij daarmee blijk van sympathie voor het apartheidsregime?

De film geeft, zoals Berlinger na afloop van de vertoning aan de verzamelde pers in Londen uitlegt, daar niet direct antwoord op. 'Ik vel geen oordeel over wie er goed of fout was.' De regisseur laat voor- en tegenstanders aan het woord. Actievoerders, muzikanten en politieke partijen doen allemaal hun zegje.

Tijdens de persconferentie houdt Paul Simon zijn critici nog maar eens voor dat ook het ANC een politieke agenda had. Het informeerde niet bij Zuid-Afrikaanse muzikanten zelf naar de gewenstheid van Simons bezoek, maar besloot zonder overleg dat zulks uit den boze was. 'Er was van hun zijde ook sprake van onderdrukking', aldus Simon.

Had hij niet beter naar Zimbabwe of Senegal kunnen gaan, waar toch ook mooie muziek werd gemaakt? Daar kan hij nog altijd geen duidelijke reactie op geven. Misschien had hij beter niet naar Zuid-Afrika kunnen gaan, zo bekent hij tijdens de persconferentie in Londen.

Dat de muzikant geen antwoord kan geven, is begrijpelijk. Hij heeft in Zuid-Afrika immers de basis gelegd voor wat zijn belangrijkste artistieke statement zou worden. Het is maar de vraag of Graceland zonder bijvoorbeeld de hulp van meestergitarist Chikapa 'Ray' Phiri en bassist Bakiti Kumalo net zo opzwepend en meeslepend zou zijn geworden.

Affectie

Als aan het slot van de knappe documentaire Simon, wat ongemakkelijk op de bank, in discussie gaat met zijn zwaarste opponent Dali Tambo, een van de oprichters van Artists Against Apartheid, is er wel veel wederzijds begrip en zelfs affectie, maar Tambo blijft vinden dat Simon nooit naar Zuid-Afrika had moeten gaan, terwijl de zanger meent dat hij de anti apartheidzaak geen schade heeft toegebracht door enkele muzikanten op te zoeken.

Maar als het doek is gevallen, de ovaties in ontvangst zijn genomen, komt daar tijdens het korte vragenrondje voor de internationale pers toch weer de vraag of hij in 1985 niet beter had kunnen wegblijven en of hij spijt heeft van het aan zijn laars lappen van de VN-boycot.

Spijt? Nee, dat heeft Paul Simon niet, nog altijd niet eigenlijk. Had hij het anders moeten aanpakken? Ja, misschien wel, maar uiteindelijk is het allemaal goed afgelopen, toch? Het apartheidregime in Zuid-Afrika is verleden tijd en Nelson Mandela is al weer decennia op vrije voeten. Eind goed al goed. De film heeft, zoals hij zegt, een 'happy end' gekregen. Wat er nu overblijft, is die nog altijd zinneprikkelende plaat en de wetenschap dat vijfentwintig jaar nadat Simon met zijn Afrikaanse veelkoppige band op tournee is gegaan, de Graceland Tour opnieuw Europa zal aandoen.

En, zo stelt hij in Londen bijna verontschuldigend vast: 'Ondanks alles heeft Graceland de tand des tijds doorstaan.'

IJzersterk

Het is inderdaad nog altijd een fabelachtig mooie liedjesplaat. Niet alleen door de inbreng van veel Zuid-Afrikaanse muzikanten in liedjes als Homeland en Diamonds On The Soles Of Her Shoes, maar ook door de ongekend sterke popsongs die Simon zelf schreef als Boy In The Bubble of het titelnummer, Graceland, dat begint met het ijzersterke beeld van 'The Mississippi Delta shining like a National guitar'. Ook op de plaat stond het dankzij de videoclip met Chevy Chase grote hit geworden You Can Call Me Al.

Hoe onhandig hij indertijd ook gehandeld heeft, Simon heeft de wereld er wel op gewezen hoe rijk de muziekcultuur ook in de apartheidsjaren van Zuid-Afrika was. Peter Gabriel zegt het in de film Under African Skies misschien wel het best: 'Graceland hielp het publiek te beseffen dat er in Afrika niet alleen geleden werd.'

Er is nog een kwestie die tot op de dag van vandaag aan het album Graceland blijft kleven. Eenmaal teruggekeerd in de VS benaderde Simon de Californische rockband Los Lobos. Die samenwerking was zonder veel resultaat, al kwam er wel een liedje uit voort, All Around The World Or The Myth Of Fingerprints. De bandleden krijgen wel de credits voor hun spel, maar niet voor het liedje, dat Simon aan zichzelf toeschrijft. Ten onrechte, aldus Los Lobos. De bandmaakt zich tot de dag van vandaag daarover boos. Inderdaad kost het weinig moeite in het nummer de hand van Los Lobos te zien. Maar Simon is nooit ingegaan op een verzoek om genoegdoening. Zijn verweer: het duurde wel heel erg lang voordat Los Lobos aan de bel trok. De plaat was al een half jaar uit, en een groot succes, toen de band geld begon te ruiken, aldus Simon. 'Vervolg me maar, dan zien we wel wat er gebeurt', was zijn verweer. Vooralsnog, na 25 jaar, is dat niet gebeurd.

undefined

Meer over