Graag nog wat kerosine erbij

De Britse komiek Steve Coogan rekent af met de tabloids, door de grens te laten vervagen tussen zijn persoonlijke en publieke zelf.

BEREND JAN BOCKTING

'Alles is vermoeiend als je de veertig bent gepasseerd,' zucht de Britse acteur Steve Coogan als het personage Steve Coogan in The Trip.

Coogan, 45 jaar, groeide met zijn vertolking van de maffe, politiek incorrecte radio- en televisiehost Alan Partridge medio jaren '90 uit tot een Britse tv-persoonlijkheid. Sindsdien combineerde hij stand-up comedy en rollen in geslaagde Britse films (24 Hour Party People) met minder succesvolle uitstapjes naar de Verenigde Staten (Around the World in 80 Days).

In The Trip van Michael Winterbottom, samengesteld uit afleveringen van de gelijknamige, zesdelige BBC-serie, spelen Coogan en collegakomiek Rob Brydon zichzelf. Of eigenlijk: via hun personages spelen ze met hun publieke imago. Met name Coogan, die in de film op het Engelse platteland een aantal restaurants bezoekt voor een artikel in The Observer, schept een genoegen in het vervagen van de grens tussen zijn publieke en persoonlijke zelf.

Het is zijn afrekening met de Britse tabloids, die sinds de jaren '90 gretig schreven over Coogans vermeende cocaïnegebruik, seksorgies en omgang met Courtney Love.

Een jaar of tien, twintig geleden was hij 'veel te zelfbewust' om deze rol te spelen, zegt Coogan via de telefoon. 'Toen ik een jaar of twintig was wilde ik op iedereen indruk maken. Iedereen moest weten dat ik cool was. Maar je past je dromen voortdurend aan. Op die manier moest ik heel wat onzekerheid overwinnen.'

Zes jaar geleden speelde hij een variant op zichzelf in Tristram Shandy: A Cock and Bull Story, ook van Michael Winterbottom. 'Michael is daar verder mee gegaan. Ik vond het leuk hoe hij aspecten van mijn persoonlijkheid gebruikte. Ik vertrouwde hem. Het gaf kracht. Ik leerde: als je je kwetsbare kant laat zien, maakt dat je paradoxaal genoeg sterker.'

Zijn achilleshiel? Even zoekt hij naar woorden, dan barst hij los: ijdelheid, narcisme, zelfobsessie, arrogantie - geen menselijke zonde is hem vreemd.

Het kost hem weinig moeite daarvoor uit te komen. Ook dat is imago. Zijn manier om de demonen uit zijn verleden te bevechten. 'Ik wil graag beter zijn dan ik ben. Veel acteurs hebben daar last van. Nog altijd ben ik soms bezorgd dat ik het niet goed genoeg heb gedaan, maar als je dat gevoel erkent en erom lacht, word je de baas over je eigen onzekerheden. '

Kijk om je heen, zegt Coogan. 'Zie hoeveel publieke figuren doen alsof ze onkwetsbaar zijn. Dat maakt ze juist zwak. Het is geen geloofwaardige manier van leven. De media zijn geobsedeerd door de zwakheden van een politicus, of een publiek figuur. Hahaa, we hebben weer een zwak punt gevonden! Die gedragen zich vervolgens als de gebeten hond, maar ze zouden juist moeten zeggen: inderdaad, ik ben niet perfect. Waarom is dat zo moeilijk?'

Coogan weigert dat spel te spelen, zoveel is duidelijk. 'Kijk naar interessante mensen in onze geschiedenis, kijk naar de helden in Shakespeare; allemaal hebben ze hun gebreken.'

De tabloids laten Coogan momenteel met rust. 'Destijds won ik een BAFTA voor Alan Partridge, een personage dat ik deels baseerde op mijn eigen gebrekkige persoonlijkheid. Dus eigenlijk lachte ik toen al het hardst.'

Hoewel, hij lacht er niet zozeer om, zegt Coogan, hij is er de baas over. 'De schrijver van mijn eigen imago. Als mensen om je heen alles in brand steken, kan je je best doen alle vuurtjes te doven. Of kerosine op het vuur gooien, een ontploffing veroorzaken en daar van genieten.'

Het merendeel van de scènes in The Trip is geïmproviseerd. Een scenariocredit op de aftiteling ontbreekt. 'De dialogen zijn on the spot geschreven door Rob, mij en Michael. Soms hadden Rob en ik vlak voor de opnamen een leuk gesprek en zeiden we: Michael, we hebben een idee, waarom gaat de volgende scène niet híerover? Het was gecontroleerd en geïmproviseerd tegelijk.'

Nee, lastig om te regisseren is hij niet, denkt Coogan. Hij blijf in zijn spel dicht bij zichzelf. Maar, hij zegt het met nadruk, hij is wél acteur. 'Als ik in films niet de hoofdrol vertolk, doe ik gewoon wat mij wordt verteld. Ik kan ook prima de dienaar zijn van andermans creativiteit.'

Wanneer het om Coogan draait, de acteur, het personage en alles wat daartussen zit, noemt hij zich de 'architect' van zijn rol. Maar het bijkomende risico is groot, dat beseft hij goed. 'Het kan ieder moment heel zelfingenomen en ongrappig worden. Een oefening in zelfobsessie. Inderdaad - de zelfobsessie in mijn personage in The Trip zit ook in mijzelf, maar het is ironische zelfobsessie. Ik maak het belachelijk, ik exploiteer het. Alleen niet op de goedkope manier zoals tabloids dat doen, maar in het belang van de kunst.'

De afgelopen zestien jaar maakte hij 19 films. Het is lastig een genre te noemen waaraan de Britse filmmaker Michael Winterbottom (50) zich niet heeft gewaagd. Na het degelijke drama Jude (1996) volgde de oorlogsfilm Welcome to Sarajevo (1997). Het swingende 24 Hour Party People (2002), een mix van komedie en nepdocumentaire, werd in hetzelfde jaar opgevolgd door het vluchtelingendrama In This World. Hij maakte sciencefiction (Code 46), smaakvolle porno (9 Songs), een belangwekkende, nagespeelde documentaire (The Road to Guantanamo) en, vorig jaar nog, een thriller vol controversieel geweld (The Killer Inside Me).

undefined

Meer over