reportage

Goudkoorts is brandstof voor golf van terreur in de Sahel

Burkina Faso destabiliseert in rap tempo. De lucratieve goudmijnen zijn het hoofdpodium van islamitische en etnische strijdgroepen. Burgers zwoegen in de mijnen of slaan op de vlucht voor het geweld.

Een goudmijn bij Zam, een dorpje bij Mogtédo, ten oosten van de hoofdstad Ouagadougou. Beeld Sven Torfinn
Een goudmijn bij Zam, een dorpje bij Mogtédo, ten oosten van de hoofdstad Ouagadougou.Beeld Sven Torfinn

Met een zaklamp aan het hoofd gebonden laat een mijnwerker zich aan een touw de diepte inzakken. In het donker flakkeren de lichtjes van andere mijnwerkers die de schacht met cement verstevigen, noodzakelijk onderhoud tijdens het regenseizoen. Bang zijn ze niet, zeggen de toekijkende, bestofte mijnwerkers lachend. ‘We zijn dit van kinds af aan gewend, zelfs onze vrouwen gaan de schacht in.’

De goudmijnen zijn officieel gesloten tijdens de regentijd vanwege het instortingsgevaar, maar daar trekken deze illegale mijnwerkers zich niets van aan. ‘We hebben elk zo’n tien monden te voeden, als we niet werken sterven we van de honger’, legt hun voorman Saabyanba Sawadogo uit terwijl hij stilhoudt bij een 100 meter diepe mijnschacht, een van de oudste in deze goudmijn van het dorp Mougoumi bij Ziga, een provinciestadje in het oosten van Burkina Faso.

Bij deze put begon de groei van Mougoumi zo’n dertig jaar geleden, lang voordat Burkina Faso bevangen raakte door de goudkoorts. De 40-jarige Rasmani Sawadogo, met zijn volle baard, donkere zonnebril en rode gebreide rastamuts een indrukwekkend verschijning, begon hier als klein jongetje in de mijn van zijn vader en runt nu vijf mijnschachten. Met aantoonbaar succes getuige de grote Toyota Landcruiser waarmee hij langs de honderden putten in de kilometers grote goudmijn laveert. Naar school is Sawadogo nooit geweest, mijnen uitbaten is het enige dat hij kan.

Uit een vers gat aan de rand van de mijnvlakte steken de hoofden van drie tieners, hun zwarte kroeshaar geel van het steengruis; nieuwkomers op zoek naar geluk. Tussen blauwe dekzeiltjes en strooien afdakjes boven de putten krioelt het van de verstofte arbeiders die zware stenen sjouwen en in stukken hakken. Kleine kinderen rennen op blote voeten tussen het steenstof van de bonkende vergruismachines en de waterplassen waar het goud met het giftige cyanine van de steenblokken wordt gescheiden. Vrouwen verkopen etenswaren in stalletjes in het ontstane grauwe steendorp, bromfietsen rijden af en aan.

Ontdekking nieuwe goudader

De ontdekking in 2012 van een nieuwe goudader in de Sahel, die loopt van Soedan tot aan Mauritanië, in combinatie met een stijging van de mondiale goudprijs en de liberalisering van de handel onder de vorige president Blaise Compaoré, heeft een ware run veroorzaakt op het goud in Burkina Faso. Grote westerse mijnbedrijven, zoals het Canadese Endeavour, kregen met lange ‘tax holidays’ toegang tot deze kostbare bodemschat. De opbrengst schoot omhoog tot 45 ton in 2017, waarmee goud met een waarde van zo’n 1,5 miljard dollar in een klap het belangrijkste exportproduct van Burkina Faso werd.

Buiten de formele mijnbouwsector werken nog eens minstens 1 à 2 miljoen illegale mijnwerkers in de honderden kleinschalige - artisanale - mijnen van Burkina Faso, waar ze naar schatting nog eens zo’n 30 ton goud per jaar delven. Burkina Faso is nu de vierde goudproducent van Afrika, maar de overheid heeft nauwelijks controle op de snelgroeiende informele mijnsector. Volgens onder meer de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) verlaat ongeveer 95 procent van dit artisanale goud het land illegaal via Togo of Mali om vervolgens via – vooral – Dubai en Zwitserland witgewassen in de kelders van de centrale banken en in de vitrines van onze juwelenwinkels in Europa te belanden.

De goudkoorts trekt niet alleen westerse mijnbouwbedrijven aan, ook jihadstrijdgroepen uit de Sahel hebben de goudwinning ontdekt als inkomstenbron. De lucratieve kleinschalige goudmijnen zijn inmiddels zelfs het hoofdpodium voor het islamitisch terrorisme, dat Burkina Faso sinds 2016 in zijn greep heeft. In slechts vijf jaar tijd is het West-Afrikaanse land vanuit het niets op de derde plaats beland op de lijst dodelijkste terreurlanden ter wereld - na Afghanistan en Nigeria.

Gewapende groepen

Liefst 1,4 miljoen inwoners (van de 20 miljoen) zijn op de vlucht geslagen voor het geweld, eenderde van het land is verworden tot een no-go-zone. Aan de grenzen met Mali, Niger, Togo en Benin en sinds kort ook met Ivoorkust opereert een waaier van gewapende groepen die onder het mom van de jihad inkomstenbronnen proberen veilig te stellen. Wraakacties van rivaliserende etnische volkeren en de oprichting van zelfverdedigingslegers die terreur bestrijden met terreur, maken de geweldsspiraal in de Sahel compleet.

‘We zijn hier in het Wilde Westen beland, net als in 1852 in de Verenigde Staten’, zegt de energieke Canadese goudhandelaar Patrick Gagnon – type ritselaar zoals Leonardo DiCaprio uit de film Blood Diamonds. Industriële mijnen in het noorden van het land moeten hun mijnwerkers per helikopter of in een militair konvooi vervoeren uit angst voor terreuraanslagen. Particuliere beveiligers nemen zo nodig het recht in eigen hand om de mijnwerkers te verdedigen, vertelt hij in zijn kantoor naast de zojuist geopende schoonheidssalon van zijn Burkinese vrouw in Ouagadougou. ‘Ik hoorde vorige maand nog dat ze hun aanvallers gewoon doodschieten. Jihadisten tellen voor hen niet als mens.’

De particuliere goudhandelaar Gagnon heeft een vergunning om legaal goud te kopen en te verkopen op de wereldmarkt, maar kan niet uitsluiten dat zijn goud ergens in de aanvoerketen in handen van terroristen is geweest. ‘Ik stel zelf ook niet te veel vragen over de herkomst als ze het hier aan mij komen verkopen’, zegt hij opgewekt, vlak voor zijn vertrek naar Dubai. Een korte reis, want daarna moet hij terug zijn voor de vijfde editie van zijn Africa Gold Insider, een seminar voor internationale zakenlui die een graantje willen meepikken van de Burkinese goudkoorts. Van hem leren zij het klappen van de zweep, vertelt hij trots.

De Burkinese overheid probeert grip te krijgen op de goudhandel door de talloze illegale mijnen te formaliseren en handelaren als Gaston te certificeren, maar het is dweilen met de kraan open. ‘Er zijn teveel partijen bij gebaat om de keten niet transparant te houden’, denkt de Canadese goudhandelaar. ‘Het smokkelen en witwassen van goudopbrengsten is ideaal omdat het zo makkelijk is’, zegt hij. ‘In Mali wordt gewoon iedereen omgekocht, in Dubai wordt alles onder het tapijt geveegd dankzij het hawala-bankieren (het informele banksysteem in de islamitische wereld waarbij geen fysiek geld wordt verplaatst, red.). Zolang dat niet wordt aangepakt, is het als consument onmogelijk om te weten of je goud deugt.’

Dodelijke terreuraanval

Hoe verweven het terrorisme is geraakt met de goudsector drong pas echt goed door na de dodelijkste terreuraanval ooit in Burkina Faso, begin juni dit jaar in de mijnplaats Solhan, nabij de grens met Niger. Zeker 172 mijnwerkers werden afgeslacht en duizenden burgers sloegen op de vlucht.

Vrijwel iedereen in Burkina Faso is het spoor bijster: wie zijn de terroristen nu eigenlijk en wat willen ze bereiken? Veel aanslagen worden opgeëist door bekende Islamitische terreurorganisaties zoals JNIM, een parapluorganisatie van aan Al Qaida verwante groepen, Islamitische Staat in de Grotere Sahara (ISGS) of Ansarul Islam. Ze proberen zo mijnwerkers af te persen, lokale gemeenschappen onder hun controle te krijgen of juist te verdrijven om zelf de inkomsten op te strijken.

Een jonge man laat zich afzakken in een van de vele mijnschachten van de goudmijn bij Mougoumi. Beeld Sven Torfinn
Een jonge man laat zich afzakken in een van de vele mijnschachten van de goudmijn bij Mougoumi.Beeld Sven Torfinn

Met religie heeft het in elk geval weinig te maken, zeggen vrijwel alle deskundigen. De jihad-boodschap wordt slechts gebruikt om jonge strijders te rekruteren. In de afgelegen en straatarme Sahel-regio gaat dat makkelijk: jongeren zijn amper opgeleid, hebben geen perspectief op werk en voelen zich vaak al verwaarloosd en in de steek gelaten door de centrale overheid in Ouagadougou.

‘Terroristen weten de onvrede heel slim te bespelen’, zegt radicaliseringsdeskundige Yacob Yarabatioula in zijn rommelige kamertje in de universiteit van Ouagadougou. Eerst infiltreren ze in gemeenschappen waar ze de ware islam gaan prediken en beloven hen dat ze het oude pre-koloniale kalifaat zullen herstellen of dat ze hen zullen helpen toegang te verschaffen tot graasland voor hun vee. Ze stoken burgers op in oude tribale vetes over de toegang tot vruchtbaar land – conflicten die toenemen vanwege bevolkingsgroei en het oprukken van de woestijn. Ook vertellen ze hen dat zij behoren te profiteren van de bodemschatten in het land, in plaats van toe te zien hoe westerse commerciële mijnbedrijven deze plunderen. Zo draaide de bloedige aanslag Solhan er naar verluidt om, dat etnische Fulani wilden voorkomen dat een rivaliserende lokale bevolkingsgroep zich de mijn met een zelfverdedigingsleger zou toe-eigenen.

‘Als de terreurgroepen eenmaal beet hebben’, zegt Yarabatioula, ‘draaien ze 180 graden om en gaan diezelfde bevolking terroriseren door belasting te heffen, vee, voedsel en nieuwe rekruten op te eisen en ze te dwingen volgens de sharia te leven. Wie weigert of in hun ogen ‘samenspant’ met de overheid en het leger, wordt afgeslacht of slaat op de vlucht.’

Terrorisme als businessmodel

Terrorisme lijkt een businessmodel geworden, effectief om buitenlandse ‘plunderaars’ mee weg te jagen, het gezag van de centrale overheid te ondermijnen en de lucratieve smokkelroutes langs de oude nomadische handelswegen door de woestijn in de grensgebieden te ontvolken. Op deze routes tiert een welige handel in drugs, wapens, sigaretten en andere illegale waren waaronder nu dus ook goud. Daar kan niemand pottenkijkers bij gebruiken.

‘De ontdekking van goud is niet de oorzaak van het terrorisme, maar heeft de geweldsgolf zeker aangewakkerd’, zegt Alizèta Ouédaogo, nationaal coördinator bij de Artisanal Gold Council en onderzoeker bij onder meer The Nordic Africa Institute. ‘Goud is wat olie was voor Islamitische Staat in Syrië en Irak; een belangrijke inkomstenbron. Het jihadisme is slechts een camouflage van geopolitiek terrorisme. Religie is als opium voor de mensen: je kunt er strijders mee rekruteren maar uiteindelijk zit er een groter strategisch plan achter om de regio te destabiliseren.’ Voorzichtig zegt ze: ‘Ook Frankrijk of de VS bijvoorbeeld zou belang kunnen hebben bij chaos in de zoektocht naar bodemschatten.’

Overheid in het nauw

De Burkinese overheid lijkt de controle kwijt en probeert de humanitaire ramp die zich voltrekt uit het zicht van media te houden. Journalisten krijgen geen toegang tot de ontheemden en moeten het doen met een stiekeme blik vanuit de auto. Hulpverleners hebben grote moeite om de ruim 1,4 miljoen ontheemden te bereiken en vrezen voor hongersnood. De meesten zijn immers neergestreken bij families die zelf al kampen met voedseltekorten door mislukte graanoogsten vanwege uitblijvende regens; een gevolg van klimaatverandering.

De toenemende armoede drijft nog meer Burkinezen naar de goudmijnen zoals bij Zam, een dorpje bij Mogtédo, ten oosten van de hoofdstad. De 17-jarige Sawaudata Sawadogo zit bovenop een kuil grof gehakte steenkorrels te zeven in de hoop een splintertje goud te zien glinsteren. Net als de andere vrouwen in de ‘vrouwenkuilen’ heeft ze sinds haar komst, pas enkele dagen geleden, nog niets gevonden. Ze had graag haar school afgemaakt, maar vanwege de mislukte oogst kan haar familie het schoolgeld niet meer betalen en moet ze helpen andere inkomsten te genereren.

Het wemelt van de bestofte tieners in deze mijn, die pas twee maanden geleden werd ontdekt. Tussen het nog groene landschap graven honderden gelukzoekers zich een weg naar de goudader die er zou moeten liggen. Mannen lopen met metaaldetectors rond: als het signaal afgaat, gaan onmiddellijk de houwelen de grond in. Slechts een enkeling in deze menselijke mierenhoop beschikt over betere materialen: vergruismachines of katrollen om in de metersdiepe mijnschachten af te dalen. Op zonnepanelen aangedreven ventilatoren blazen frisse lucht de tunnels in, waar tengere tieners zich met een zaklamp aan het hoofd gebonden geroutineerd in laten zakken.

‘Natuurlijk zijn we bang dat de terroristen ook hier komen’, zegt Issa Compaore, de regionale president van de vereniging van mijnwerkers als hij naar de ongeorganiseerde goudmijn wijst. We proberen ons te organiseren om de provincie uit hun handen te houden, sommigen willen zelf de wapens oppakken om zich te verdedigen. Ik probeer dat te voorkomen. In Solhan hebben we gezien wat voor een bloedbad dat heeft veroorzaakt. Ik heb daar zelf ook twee vrienden verloren.’

Zelfverdedigingsleger

Een besluit van de overheid vorig jaar om traditionele zelfverdedigingslegers een officiële rol te geven in de strijd tegen de terreur heeft rampzalig uitgepakt. De zogeheten VDP’s, (‘Vrijwilligers voor de verdediging van het vaderland’) en de Burkinese veiligheidstroepen zijn inmiddels verantwoordelijk voor meer doden dan de islamitische terreurorganisaties, zo bleek vorige maand uit onderzoek van The Nordic Africa Institute en Universiteit Leiden. Ze richten zich bovendien vaak tegen etnische Fulani die op hun beurt steun zoeken bij islamitische terroristen, waarmee de geweldsspiraal verder wordt aangewakkerd.

In het dorpje Poessin, even buiten de hoofdstad, is die werkelijkheid nog niet doorgedrongen bij het plaatselijke traditionele zelfverdedigingsleger, de Koglweogo. Enkele mannen met bloeddoorlopen ogen en stinkend naar alcohol stappen op een motorfiets voor de dagelijkse patrouille. Alleen een vrouwelijke agent stapt in een verzorgd uniform achterop, een peuter op de rug en een oud geweer in de hand. ‘Hij doet het niet, maar het maakt toch wel indruk’, zegt de gekozen commandant Emmanuel Tiendrebeogo tevreden.

Gekleed in een morsig wit hemd over zijn dikke buik roept hij de drie ‘gevangenen’ onder de boom toe die zijn opgepakt voor de diefstal van onder meer acht mobieltjes. ‘Schamen jullie je niet? Dit zijn jullie slachtoffers’, brult hij als de eigenaar van een van de gestolen telefoons zich bij hem meldt. Zijn Koglweogo doen goed werk, vindt Tiendrebeogo. ‘Het leger kan het duidelijk niet meer aan, dus wij helpen ze een handje. We zullen alles doen ons land te verdedigen tegen de terroristen. Ze zijn duidelijk op het goud uit, dus daar sturen we onze mannen ook naartoe als het nodig is.’

Ineenstorting Libië

De snelheid waarmee Burkina Faso is meegesleurd in de terreurgolf die begon in Mali, kan het land nog amper te bevatten. Een belangrijke verklaring vormt het vertrek van de oud-president Blaise Compaoré in 2014, na een aanvankelijk hoopgevende democratische volksopstand. Hij bood onderdak aan buitenlandse terreurgroepen zolang ze zijn land met rust lieten. Zijn opvolger Roch Marc Kabore brak met die politiek en werd direct na zijn inauguratie getrakteerd op de eerste dodelijke terreuraanslag.

Een tweede factor van belang is de ineenstorting van Libië, zegt terrorisme-expert Laurent Ouétogamou Kibora in zijn kantoor in een groezelig flatgebouwtje in Ouagadougou. ‘Na de dood van kolonel Muammar Kadhafi in 2011 werd de Sahel overspoeld met wapens en huurlingen. Arbeidsmigranten konden er geen werk meer vinden en stapten of op een bootje naar Europa of sloten zich aan bij een terreurorganisatie. Het spel dat we nu zien komt regelrecht uit het handboek voor terrorisme.’

Kibora somt de spelregels op: ‘Eerst contact maken met burgers, dan hun zwakheden vinden en aanhangers rekruteren om als strijders in te zetten. Dan lok je militair geweld uit met aanslagen. De overheid wordt zo tot vijand gebombardeerd, waarmee je het gezag en de staat met nog grotere aanslagen kan verdrijven en de boel kan overnemen. Het grensgebied is nu praktisch ontvolkt. Je vindt er geen politie of overheidsbeambten meer, scholen en klinieken zijn dicht. Er zijn alleen nog koranscholen open.’

De etnische en jihadistische geweldsspiraal in de Sahel is geen toeval maar wordt volgens Kibaro georkestreerd van ‘buiten’; daar waar de ‘echte macht’ is geconcentreerd. ‘Schaduwmannen’, zo noemt hij hen. ‘Corrupte politici, verspreiders van de politieke islam in het Midden-Oosten, wapenproducenten, schatrijke en invloedrijke smokkelaars uit Algerije of Libië en de grote mondiale bazen die azen op de bodemschatten in de Sahel. Ook de Fransen spelen hier een naar dubbelspel.’

Missie Frankrijk

Oud-kolonisator Frankrijk speelt met haar eigen vijfduizendkoppige troepenmacht Barkhane een hoofdrol in de terreurbestrijding in de Sahel, maar in Frankrijk kalft de steun voor de Franse missie af en de westerse militaire aanwezigheid lijkt eerder aversie op te roepen dan bij te dragen aan de veiligheid van burgers. Na het debacle in Afghanistan neemt ook in de Sahel de roep om soft power toe. ‘Het is pure armoede die jongeren naar het terrorisme drijft’, zegt Dieudonné Nonaba, regionaal directeur van Wendkouni, een organisatie die zich inzet om kinderarbeid en milieuvervuiling in de mijnen tegen te gaan. ‘We proberen jongeren en hun moeders ervan te overtuigen dat ze andere inkomsten kunnen genereren uit landbouw of ambachten, maar helaas hebben we gewoon te weinig middelen om ze echt te helpen. Deze jongens zien geen ander perspectief dan zich aan te sluiten bij gewapende bendes.’

Om dat te illustreren wijst Nonaba op de gespannen sfeer in de goudmijn van Mougoumi bij Ziga, waar de duizenden mijnwerkers onlangs te horen hebben gekregen dat ze weg moeten. Al drie decennia ploeteren ze in mensonterende omstandigheden in de groezelige steenmassa rond de mijnen, maar een nieuwe eigenaar mag de mijn officieel ontginnen en dus moeten de illegale mijnwerkers over twee weken zijn vertrokken. Met hun klachten over de gedwongen ontruiming en het ontbreken van elke vorm van compensatie vonden ze bij lokale bestuurders geen gehoor.

De vlam kan elk moment in de pan slaan, waarschuwt mijnwerkersvoorman Sawadego. Honderden boze mijnwerkers steken hun vuisten omhoog, applaudisseren en juichen instemmend als hij spreekt. ‘We blijven hier, al moeten we er ons voor doodvechten.’ De mijnwerkers hebben volgen hem niets te verliezen. ‘Als we hier weg moeten gaan we ook dood. Onze families zullen sterven van de honger of wij zullen sterven als terroristen.’

INZETJE ‘Goed goud‘

Naar schatting 20 procent van het wereldwijde goud komt uit kleinschalige - artisanale - mijnen, goed voor 600 ton ter waarde van ruim 30 miljard euro. De goudprijs heeft een recordhoogte bereikt van 48 duizend dollar per kilo, waardoor het meer dan de moeite is een goudstaafje het land uit te smokkelen om bijvoorbeeld terrorisme te financieren. Controle op deze kleinschalige mijnen, waar ook milieuvervuiling, kinderarbeid en uitbuiting aan de orde van de dag zijn, is er nauwelijks.

Pogingen om de handelsketen te verduurzamen hebben tot dusver weinig opgeleverd. Fairtrade heeft het in Nederland opgegeven, het enige overgebleven keurmerk is FairMined, dat garant staat voor betere werkomstandigheden, bescherming van het milieu en een eerlijke prijs. Verder heeft een aantal inkopers en verwerkers van goud zich gecommitteerd aan het in 2017 opgerichte Convenant Verantwoord Goud. Maar de vraag van consumenten naar ‘goed goud’ is te klein om marktpartijen echt te stimuleren te investeren in betere omstandigheden in de mijnen.

Om reputatieschade te vermijden doen grote goudverwerkers zoals het Zwitserse Metalor de kleinschalige goudmijnen in de ban en doen alleen nog direct zaken met grote commerciële mijnbedrijven. Volgens de Nederlandse organisatie Solidaridad, verbonden aan het convenant, komen de kleinschalige goudmijnen zo nog verder in de verdrukking en worden zij juist in handen van duistere afnemers gedreven.

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) die richtlijnen opstelt voor verantwoorde handelsketens, pleit daarom voor regulering van illegale kleinschalige om zo misstanden uit te bannen. Grote verwachtingen zijn er van de zogeheten ‘ketenwet’ die bedrijven in alle sectoren verplicht tot ‘due dilligence’ - gepaste zorgvuldigheid - om de hele handelsketen te controleren. Zowel in Den Haag als in Brussel liggen wetsvoorstellen die echter onder druk van bedrijven steeds verder dreigen te worden afgezwakt.

Meer over