Gouden koppel zonder geheimen

Voor Pieter van den Hoogenband staat dit jaar de verdediging van twee olympische zwemtitels op het spel. De preparatie voor Athene is in handen van coach Jacco Verhaeren....

Hij erkent het, gezeten achter een stevig ontbijt, met een zucht van verlichting: zelfs in het zwemmen zijn andere, modernere tijden aangebroken. Vroeger, we schrijven de jaren negentig, ging voor Pieter van den Hoogenband de wekker nog op een spartaans tijdstip: ruim voor vijven.

'Reed ik als jong ventje met mijn brommertje van Geldrop naar Eindhoven. Nog halfslapend. Soms woei ik, licht manneke, bijna de sloot in.' Half zes trainen, dat was zwaar, 'want ik ben geen matineus mens. Maar het was wel een mooie tijd.'

Nu, in het professionele bestaan van topzwemmer, dat Van den Hoogenband als eerste in Nederland werkelijk smoel gaf, is het allemaal anders. Pas om acht uur 's ochtends ligt hij in het water van De Tongelreep, dat heet voorwaar een laat begin van de werkdag. Eochtend in zijn zesdaagse trainingsweek kan de kopman van de Philips-ploeg zelfs uitslapen, op de woensdag.

'Dat is onze hersteldag. Daar kan ik echt naar uitzien. Maandag en dinsdag zijn zwaar, woensdag kunnen we herstellen. Donderdag en vrijdag gaan we opnieuw diep. Zaterdagochtend hebben we weer een hersteltraining.'

Het is het nauwkeurig vastgelegde trainingsregime van coach Jacco Verhaeren, dat inmiddels door de rest van het Nederlandse topzwemmen wordt nagedaan. Zoals het 'blok' van drie weken zwaar en week licht en de krachttraining, als directe proloog van een zwemsessie, gemeengoed zijn geworden.

Dat is het bewijs dat niets geheim is in Eindhoven. Als je Verhaeren of Van den Hoogenband vraagt naar het geheim van de wereldrecordhouder op de 100 vrij, dan roepen ze in koor dat er geen geheim is. 'We hebben niks te verbergen.'

Iedereen is welkom in Eindhoven, de deur staat open. Trainingsschema's mogen door de rest van Nederland gekopieerd worden. Als de Zweden een videotape willen hebben, dan krijgen ze die. En op internet bestaat een levendige correspondentie met buitenlandse trainers die willen weten hoe die Van den Hoogenband toch zo ijselijk snel weet te zwemmen.

Het is vooral een kwestie van 'slim trainen'. Dom kilometers maken, op zijn Amerikaans, 100 keer 100 meter, 'daar heb je niks aan', zegt Van den Hoogenband.

Slim zijn is de training goed kunnen 'lezen'. Verhaeren: 'Pieter bezit zwemintelligentie. Wanneer train je? Welke sets doe je hard? Hoe deel je je week in? Hoe plan je je rust? Er echt mee bezig zijn, met de ultieme prestatie, die 47,5 op de 100 vrij, dat is het verschil tussen hem en andere zwemmers.'

De slimheid wordt op bestelling geleverd door de inspanningsfysiologen Luc van Agt en Jan Olbrecht. De eerste schrijft de grove schema's. De tweede doet met bloedprikjes de metingen, van zuurstofopnamevermogen (VO2-max) en lactaat (melkzuur, de afvalstof bij spierinspanning). Aan de hand van die gegevens wordt de fijnmazige afstelling van de training bepaald. De eindregie is altijd in handen van Verhaeren.

Uit die data blijkt dat er meer is dat het verschil maakt tussen Van den Hoogenband en zijn trainingsmakkers Keizer, Zwering, Damen en Zastrow, al wint de laatstgenoemde bij longinhoud (9 liter). 'Pieter heeft meer aanleg om diep te gaan. Toen ik hem in 1993 voor het eerst zag trainen, wist ik al dat hij iets bijzonders had. Hij kon doorgaan waar anderen afhaakten', zegt Verhaeren. VdH is bij gelijke inspanning sneller dan de anderen.

Hartslagmeters werken niet in een zwembad en daarom wordt periodiek de lactaatproductie gemeten. Het houvast bestaat uit tijd en afstand, in combinatie met lactaat. Zwemmers wordt geleerd op lactaatwaarde 1, 2 en 3 te trainen, voor het duurvermogen. Als het om topvermogen gaat is dat op 4 en 5. Op 4 ligt de zogeheten 'drempel'. Een laatste stukje op de 200 meter bij een groot toernooi, als een zwemmer verzuurt, gaat op 15.

Van den Hoogenbands 400 meters in training, op 4, gaan in 4.16, soms zelfs in 4.11. Ter vergelijking pakt Verhaeren de papieren erbij: Zwering komt aan 4.38, Keizer 4.40. Ander voorbeeld uit zijn documentatie: 20 x 100 meter van Pieter gaat bij 'het lichtste verzet' telkens in 1.02. Zwering komt uit op 1.07. Verhaeren: 'Het is een kwestie van fysiek en techniek. Wij werken er hier aan om de fysiologische aanleg van Pieter te optimaliseren.'

Van den Hoogenband zwemt per sessie gemiddeld zo'n zes kilometer. 'Hij kan meer aan. Maar heeft het zin? Meer omvang leidt tot niets, zeker niet tot extra resultaat', aldus Verhaeren.

Pieter van den Hoogenband is een bijzonder kind. Eigenlijk is hij een middenafstander. Was hij in Duitsland, Australif de Verenigde Staten geboren, dan zou hij 200 en 400 meters hebben gezwommen, in plaats van 50, 100 en 200 zoals hij in Nederland doet. Verhaeren: 'Maar bij de sprint ligt zijn hart. Anders word je geen wereldrecordhouder op de 100 vrij.'

Zijn kracht in het tweede deel van die sprint over twee banen is befaamd, met name het vierde kwart. In de laatste 25 meter slaat hij toe. Verhaeren: 'Als er dan een geheim is: Pieter traint als een 200-meterzwemmer die zich pas op het laatste moment richt op de 100. We zwemmen in deze fase van het seizoen heel veel 400 meters. Pas de laatste zes weken voor de Spelen gaan we echt voor de snelheid, voor de 100 meters.'

In Sydney zwom de Nederlander het nog steeds niet overtroffen wereldrecord van 47,84. Wat lag meer voor de hand dan de aanpak van die Spelen heilig te verklaren? Het logboek van dat jaar ligt echter in de archieven. De verklaring: VdH is een andere zwemmer geworden, met een andere start (trackstart), met vlinderkicks afgekeken van zijn Australische rivaal Thorpe.

Verhaeren: 'Er blijft, ook bij een topzwemmer, altijd wat te verbeteren. Al moet ik zeggen dat we dichtbij de perfecte aanpak komen. We veranderen dingen om fris te blijven. En Pieter is een meedenker. Hij dwingt je als trainer om je te blijven ontwikkelen.'

Van den Hoogenband: 'Sydney was niet goed genoeg. Ik voelde me in de loop van het toernooi vermoeider worden. Door die extra halve finale in het programma is het vereist fitter te zijn. Een zwemmer moet meer atleet zijn. Daar doe ik van alles voor, vijftien trainingen per week. Maar een geheim? Inge de Bruijn riep touwklimmen. En dat was het dan. Ik heb op die vraag bullshit geroepen.'

In de aanpak van Van den Hoogenband is door de professionaliseringveel veranderd. Er is een topsalaris gekomen; ook voor de trainer. De oudijzerschuur waar VdH in het voorjaar van 2000 nog een borstspier scheurde, heeft plaatsgemaakt voor krachttraining in een state-of-the-art fitnesscentrum.

De grote club PSV-zwemmers is verlaten en heeft plaatsgemaakt voor een klein gezelschap. Sinds het vertrek van Hinkelien Schreuder naar de gemengde ploeg van PSV, bestaat het team uit vijf mannen.

Tot 2000 had Verhaeren vier vrouwen onder zijn hoede: Inge de Bruijn, Thamar Henneken, Madelon Baans en Kirsten Vlieghuis. 'Maar vrouw in een jongensgroep, zoals met Hinkelien, dat ligt heel lastig. Zo'n vrouw gaat zich eenzaam voelen. De conversatie gaat toch ergens anders over.'

De groep is bepaald gekrompen in vergelijking met de dertig man die Verhaeren tot 2000, als PSVcoach, voor de neus kreeg. De vooruitgang van 'op maat werken' was bij een nieuw select gezelschap evident. Maar veel kleiner dan vijf mag het groepje ook weer niet worden. 'Want Piet wil wel tegen mensen aan lullen. Anders loopt hij vast.'

Gijs Damen is de sfeermaker, Klaas-Erik Zwering de makker in kwaad, Pieter lacht altijd, zelfs bij spierpijn. De twee banen zijn ruim bemeten voor het Philips-smaldeel. Er stroomde heel wat water door De Dommel, voor het zover was. VdH: 'Toen we ermee begonnen, hadden sommige mensen kritiek op ons. Die zeiden dat ze daar al 35 jaar zwommen. Ik zwom te hard, zeiden ze ook. En spetterde te veel. Ze scholden me uit voor dopingventje. Dat soort figuren heb je er altijd tussen. Nu is het allemaal in orde.'

Er zijn moderniteiten in de aanpak. De Omega Wave meet de energiesystemen in het lichaam, maar dat onderzoek is naar de ruimte van de fysio verplaatst. Marcel de Natris doet race-analyse. Ad Spaan van het Philips Natlab bouwt een opstelling met drie onderwatercamera's.

Maar er wordt ook vertrouwd op de ouderwetse kneepjes, zoals de dubbele zwembroek, voor extra weerstand. VdH: 'Als je die dan uittrekt voor een wedstrijd dan vlieg je. Het voelt zo veel sneller.'

Het belangrijkste bestanddeel in de voorbereiding van de olympisch kampioen blijft de bestendigde samenwerking tussen zwemmer en trainer. Het duo Van den Hoogenband-Verhaeren lijkt sinds 1993 onafscheidelijk.

Het geheim? Verhaeren: 'We zijn samen opgegroeid en groot geworden. Hij was de jonge zwemmer, ik de nog niet volleerde coach. Zo zijn we verder gegaan.' VdH: 'Er is altijd afwisseling gebleven. Daardoor is het vol te houden. En Jacco wijst je op je eigen verantwoordelijkheden. Hij ondertekent zijn trainingsschema met 'Het is jouw seizoen, maak er wat van'.

Meer over