GORDIJNEN ALS ARCHITECTUUR

Ze zijn enorm, de doeken van Petra Blaisse. En het regent inmiddels opdrachten, van Londen tot Peking. 'Met textiel kun je meer oplossen dan met bouwen.'..

Een echte Petra Blaisse - Petra Blaisse vindt het zelf nogal grappig, maar daar vragen mensen tegenwoordig om. En dan bedoelen ze, dénkt ze, een heel groot, felgekleurd gordijn. Of zoiets.

In haar atelier in een oude school in Amsterdam-West hangen er een paar. Monsters. Stukken van oud en van nieuw werk. Een transparant, heel etherisch, 'vloeibaar' wappergordijn. Maar ook: een zwaar en massief doek in knalgroen dat wordt overwoekerd door reusachtige witte bloemen. 'Je moet niet op die scheve, gerimpelde naad letten. Dit is een test.'

Het echte doek hangt in de Nederlandse ambassade in Berlijn van Rem Koolhaas, de architect met wie ze nog altijd het meest samenwerkt. 'Bij elke opdracht vraag je je af: wie kijkt ernaar, wat vertegenwoordigt het? In dit geval wilde ik iets oer-Hollands maken. Het is voor het eerst dat we een stof geweven hebben. Een jacquard, een dubbelweefsel. De techniek verwijst naar traditionele damasten: positief/negatief, zie je? Aan de voorkant is de achtergrond groen en zijn de bloemen wit, aan de achterkant is het andersom.

'Het gebouw staat aan de Spree in een park vol met acacia's. In de lente hebben die precies die groene kleur. Het doek hangt tegen een glazen gevel. Je kunt het vanaf buiten zien. Het reflecteert de omgeving, als een echo, het vervaagt de grens tussen binnen en buiten.'

De buitenruimte naar binnen halen, en de binnenruimte tot buiten toe verlengen - dat is, soms heel letterlijk, soms symbolisch, waarmee ontwerpster Petra Blaisse (51) zich bezighoudt. Dat is ook waaraan haar bureau zijn naam ontleent: Inside Outside. En het is meteen het antwoord op de vraag die als eerste opborrelt: wat gordijnen in godsnaam te maken hebben met tuinen, die andere discipline waarop Blaisse zich toelegt.

Inside Outside is het enige bureau in Nederland dat het onderscheid tussen de disciplines interieurontwerp en landschapsarchitectuur zo aan de laars lapt. Want: 'Alles wat binnen is, staat in een buitenruimte. En alle volumes die je bouwt, zet je ergens in.' En dus is Blaisse voor de ene opdracht in de weer met wevers en leveranciers van stoffen, pigmenten en garen van over de hele wereld. En voor de andere opdracht, zeg de aanleg van een tuin in Californië, is ze weer aangewezen op kwekers, tuinmannen en landschapsingenieurs, gespecialiseerd in fonteinen en irrigatiesystemen. Een goed voorbeeld van hoe Blaisse alle disciplines in elkaar laat overlopen, is haar ontwerp voor de bibliotheek van Koolhaas in Seattle uit 2004. Voor de buitenruimten ontwierp zij tuinen als tapijten die zich, doordat ze door het gebouw zelf overhuifd worden, als het ware in het binnenste ervan nestelen. Binnen kregen de tuintapijten een tegenhanger in echte tapijten, in allerlei felle kleuren bedrukt. Met foto's van wilde grassen.

Een kleine twintig jaar is Blaisse nu al bezig. In 1987 maakte ze haar eerste grote doek, het voordoek voor het Nederlands Dans Theater in Den Haag. Niks klassiek rood velours maar zilvergrijs, bedrukt met 'gouden ballen'. Het was de eerste interieuropdracht in samenwerking met Rem Koolhaas. Tot dan toe had ze - niet afgestudeerde kunstacademiestudent - als tentoonstellingsmaker Toegepaste Kunst gewerkt, eerst jarenlang in het Stedelijk Museum in Amsterdam en later als onafhankelijk tentoonstellingsvormgeefster.

Richtte ze in 1991 nog nietsvermoedend de eenmanszaak Binnen Buiten op, 'omdat ze nooit had gedacht dat ze zo internationaal zou werken', inmiddels is er geen houden meer aan. Als vaste adviseur bij Koolhaas' bureau OMA regent het grote opdrachten: van gordijnen en daktuinen voor gebouwen in Londen, Dallas en Peking, tot parken en stedenbouwkundige plannen in Seoul en Dubai. Maar andere architecten uit binnen- en buitenland hebben ontdekt dat Blaisse niet 'bij OMA hoort'.

Steeds vaker wordt ze gevraagd. Door UN Studio voor het Mercedes Benz Museum in Stuttgart, door Schiphol voor zoiets triviaals als een tegelwand in een toiletunit, maar ook door privé-personen die willen dat ze het interieur of de tuin van hun villa doet. Binnenkort verschijnt haar eerste monografie.

Toch blijft ze het zeggen: 'Eigenlijk ben ik een klein bureau, een atelier.' Alsof ze de groei ermee wil bezweren. Het bureau bestaat nog altijd uit 'maar' vijf ontwerpers: een landschapsarchitect, een mode-ontwerper, een freelance architect, een industrieel ontwerpster en zijzelf. Gemiddeld lopen er tien à vijftien projecten tegelijk. Meer wil ze niet. 'Ik wil het goed blijven doen.' Ze wil bovendien de flexibiliteit houden om voor een tuin- en interieurproject spontaan tien dagen met haar halve team naar Mexico te kunnen gaan, om onderzoek te doen, bodemdeskundigen te spreken, kwekerijen te bezoeken en ter plaatse een ontwerp te maken.

Onlangs won Inside Outside een internationale prijsvraag voor een groot stadspark in Milaan. Het moet een groot botanisch park plus kwekerij worden met paden bedrukt als een plantengids. 'Een zeer complexe opdracht omdat een stadspark én aan stedelijke eisen moet voldoen - verbinden van wijken, verkeer organiseren, cultuur uitstralen - én tuin moet blijven.

Gelaagdheid, dat is een belangrijk woord in het werk van Petra Blaisse. Inhoudelijk omdat haar werk én conceptueel én ambachtelijk is, technisch, functioneel én esthetisch. Maar ook fysiek omdat haar doeken lagen aanbrengen in de ruimte. Ze zijn transparant én verhullen. Door materiaalkeuze, door het patroon, de bedrukking of de vorm van de rails is vaak niet eens meteen te zien of een doek plat is of reliëf heeft, van hard materiaal gemaakt is of van zacht. Je moet dichterbij komen en voelen.

'Ik word vergeleken met Lily Reich, de vrouw die de gordijnen voor de gebouwen van Mies van der Rohe maakte. Mijn werk gaat verder dan een mooi gordijn. Wij onderzoeken grenzen, zijn bezig met het wekken van illusies van doorlopende ruimtes en driedimensionaliteit, met beweging en uitzicht.'

De term soft architecture valt vaak in combinatie met haar werk, omdat haar gordijnen wanden vervangen, tijdelijke en flexibele ruimtes creëren. Zelf heeft ze het over 'filters', of over 'poreuze vlakken' die allerlei functies kunnen vervullen. Verbetering van de akoestiek, verduistering, afscherming. Soms zijn haar doeken zo groot dat ze de hele façade (van binnen) bekleden. Soft architecture vindt Blaisse zelf dan ook te soft.

'Met textiel kun je vaak veel meer oplossen dan met bouwen. Onze doeken moeten allerlei technische of programmatische problemen oplossen: geluidsoverlast, slecht klimaat. Je kunt wel een airco installeren of UV-lichtsystemen. Maar dat is duur en vaak lelijk. Een doek is relatief eenvoudig. En het voegt ook nog eens een soort schoonheid of een verrassing toe aan een gebouw.'

Het Bauhaus was tegen gordijnen en Le Corbusier verwijderde volgens de overlevering hoogstpersoonlijk de gordijnen van de bewoners van 'zijn' Villa Savoye, omdat die de architectuur zouden aantasten. Toch heeft het werk van Blaisse een sterke link met het modernisme. 'Door de opkomst van de transparante façades, de glasgevels, vervaagde de grens tusen binnen en buiten. Het nadeel was wel dat die gebouwen vaak of te warm, of te koud, of veel te licht waren.'

Gordijnen als architectuur - dat is wat het is. Zelfs het maakproces is hetzelfde als van een gebouw. 'Wij maken ook eerst een schetsontwerp, dan een definitief ontwerp, werk- en constructietekeningen. Een doek kan zo vijfhonderd tot zevenhonderd kilo wegen - daar moet een constructie wel op berekend worden. Voor de productie wordt ons werk ook Europees aanbesteed. In receptboeken beschrijven we tot in detail hoe een doek gemaakt moet worden.'

Een van haar belangrijkste en recentste projecten zijn de doeken voor het Casa da Música in Porto. Elf doeken, in grootte variërend van 22 bij 15 meter tot 65 bij 8 meter. Qua uiterlijk zijn ze gebaseerd op de kanten doeken die Portugese vrouwen om hun hoofd dragen als ze naar de kerk gaan. 'We hebben witte voile aan banen gescheurd en dan geknoopt. Het idee was om te breien, maar dat zakte te veel uit. Nu hebben we het doek geknoopt om een visnet dat als skelet dient. Zeventien vrouwen hebben er zevenhonderd uur aan zitten werken.'

Elk doek in de grote zaal heeft een specifieke functie. De een om zowel een klassieke dwarsfluitsolo als een heavy-metalconcert goed tot zijn recht te laten komen, de ander als zonfilter of projectiescherm. Sommige gordijnen zijn zo transparant dat je erdoorheen kunt projecteren, maar je kunt er ook allerlei lichteffecten mee bereiken. 'Lou Reed schijnt er laaiend enthousiast over te zijn geweest.'

Nieuwe materialen ontwikkelen doet ze niet - daar heeft ze de tijd niet voor. Het experiment zit hem in de toepassing. 'Ik vind uit wat je met materialen kunt doen. Ik geef ze een nieuwe interpretatie. Door te knopen, te breien, te borduren, te scheuren. Elke stof heeft een heel eigen leven. Een gevleugelde uitspraak van de Amerikaanse architect Louis Kahn is: ''Wat wil de baksteen?'' Waarmee hij bedoelde: je moet een materiaal niets laten doen wat het niet wil.'

Daarbij komt: 'Wij zijn vrij beperkt in de stoffen. Veel van onze werken hangen in openbare gebouwen en moeten aan allerlei eisen van brandveiligheid en onderhoud voldoen.'

Het testen van de materialen en het ontwikkelen van stalen gebeurt in haar sfeervolle atelier, waar alles betekenisvol en inspirerend lijkt te zijn: een stukje spiraal van een bed lijkt hier een sieraad, een tasje van roze bolletjesplastic een kostbaar item - alles is materiaal, structuur, studieobject, mooi.

Met haar textielmedewerkster Kim inspecteert ze bij de oude Bernina-naaimachine een gordijn dat bijna af is. Het is een van de weinige werken die daadwerkelijk in het atelier in elkaar worden gezet. Was het oorspronkelijke idee nog om de onderkant van een papierachtig gordijn van taftzijde af te werken met knalroze vliegendoek, nu ze die rafelrandjes ziet, vindt ze dat eigenlijk veel leuker.

'Je moet soms de zelfkant van een doek laten zien, artistiek onderdeel laten uitmaken van het ontwerp.' In dit geval de gouden lettertjes 'Kniphal Amsterdam': 'een prachtig grafisch element'. 'Je hebt tijdens het proces altijd zulke toevalsmomenten. Dat je denkt: dat ga ik straks nog afwerken en dat je dat dan niet doet.'

Petra Blaisse houdt van rafelrandjes. Het chique gordijn voor de luxe-villa wordt in elkaar gezet met lichtgevend oranje garen. Voor het klassieke Hackney Empire Theatre in Londen wilde ze een kinky doek maken, zwart-witte strepen opgebouwd uit lagen franje, opgehangen aan grove zeilringen. Op verzoek van de opdrachtgever werd het toch rood velours. Maar dan wel gesmockt, als een meisjesjurk.

'Tuurlijk lever je vaak in op je oorspronkelijke concept - maar dat is toegepaste kunst. Om met al die puzzelstukken en al die partijen toch tot een oplossing te komen zonder je integriteit te verliezen, dat vind ik juist het spannende. En dan hoop je dat het ook nog mooi is.'

Meer over