Google en gij zult vinden

Google is de lieveling van miljoenen internetters over de hele wereld. Als Google het niet vindt, vergeet het dan maar....

tekst Michiel Haighton ; fotografie Michael Grecco / Icon / Transworld ; Illustratie Designpolitie

Het is even speuren naar een plekje voor de huurauto op het parkeerterrein van Google in Mountain View, California. Nogal wat plaatsen zijn ingenomen door personeel van Google, dat een potje rollerhockey speelt. Schijnt hier elke week te gebeuren. Net als mountainbiken en hardlopen in het natuurreservaat aan de overkant van de straat. De oprichters van Google, Larry Page (30) en Sergey Brin (29), zijn de fanatiekste aanjagers van dit soort activiteiten. Hoewel ze er steeds minder tijd voor hebben. Ook vandaag moeten ze wegens 'dringende zaken' verstek laten gaan.

De founding fathers van 's werelds meest populaire zoekmachine kunnen het duizelingwekkende groeitempo van hun onderneming amper bijbenen. Bij de oprichting in 1998 telde het bedrijf drie werknemers, inclusief Page en Brin. In 1999 waren dat er acht.

Vandaag de dag telt Google ruim achthonderd werknemers met kantoren over de hele wereld. Vorige maand nog opende Goog le een kantoor in Nederland.

Googleplex, zoals het hoofdkantoor van Google heet, is gevestigd aan de chique Bayshore Parkway, hartje Silicon Valley. In de straten rondom het hoofdkwartier van Google regeert de leegstand, de trieste erfenis van de dotcom hype. Kantoorramen zijn behangen met kreten als 'For Sale', 'To Let' and 'For Lease'. De leegstand komt Google overigens niet slecht uit; het heeft dringend behoefte aan extra kantoorruimte.

In de gangen is het laveren tussen mountainbikes, skateboards en drinkwaterbakken voor de honden. Nieuwe werknemers krijgen bij hun aantreden een knalgele, met helium gevulde ballon uitgereikt die zij aan hun bureau moeten vastbinden. 'Zo proberen wij het overzicht te houden waar een nieuweling is neergestreken', vertelt Angela T. Lee, International Product Manager van Google. Sommige werkruimtes zien geel van de ballonnen. Lee is een in Japan geboren Chinese en studeerde computerwetenschappen in Amerika. Met haar dienstverband van anderhalf jaar geldt ze als oudgediende bij Google. 'Toen ik hier begon, kende ik iedereen nog bij naam. Dat gaat mij steeds moeilijker af.'

Terwijl ze zichtbaar twijfelt of ze op een bureaustoel of een skippybal zal plaatsnemen (wegens ruimtegebruik kent het kantoor bijna geen vergaderruimtes. Daarom wemelt het van de skippyballen waarop vergaderd kan worden, dit schijnt er bovendien voor te zorgen dat meetings niet te lang duren) vertelt Lee dat Google een hele platte managementstructuur kent. Aan de top staat een tienkoppige directie, de rest van het personeel werkt samen in 'zelfsturende teams' van maximaal tien mensen. Met maar één opdracht: innoveren. Toch worden vanwege de enorme groei van dit bedrijf steeds meer middle managers aangesteld. Niet om mensen aan het werk te zetten, maar om werkprocessen goed te begeleiden. Lee: 'Ook al wordt Google groter en groter, we voelen nog steeds klein aan. Cruciale beslissingen worden als het moet nog steeds op een namiddag genomen.'

Speculatie over beursgang

Google heeft volgens Lee geen enkele behoefte aan managers die het personeel opzwepen. De motivatie is enorm groot. 'Ik heb nog nooit meegemaakt dat werkelijk íedereen zo enthousiast is over zijn of haar werk. Dat komt omdat we zelf de grootste fan zijn van Google. Je moet eens weten hoe vaak ik op een dag Google raadpleeg! Ook is het natuurlijk erg prettig om voor een bedrijf te werken waar de buitenwereld zo enthousiast over is.'

Wat ongetwijfeld ook bijdraagt aan dit fraaie arbeidsethos, zijn de opties waarmee Google-employees worden beloond. Het bedrijf is weliswaar nog niet beursgenoteerd, maar de Amerikaanse financiële wereld speculeert driftig over het moment waarop het succesvolle Google naar de beurs gaat.

De wens is hier de vader van de gedachte. Een positieve beursgang van Google zou een oppepper voor de kwakkelende beurs en de ingestorte technologiesector kunnen be teken en. Analisten schatten de waarde Google op ruim 1 miljard dollar. Menig werknemer zou dan nooit meer voor zijn geld hoeven te werken. 'Ik lieg als ik zeg dat we het hier onderling nooit over hebben', vertelt een lachende Lee.

Ondanks dat de Amerikaanse financiële wereld Google met open armen op de beurs zou ontvangen tempert Lee's baas Urs Hölzle het enthousiasme over een beursgang op korte termijn. De Zwitser geldt als het technische brein van het bedrijf en is daarnaast lid van de directie. 'We hadden al lang een beurs notering kunnen hebben. Maar het is beter voor dit bedrijf om daarmee te wachten. Ten eerste omdat we het geld niet nodig hebben. Google is winstgevend en uitstekend in staat zijn eigen groei te bekostigen. Ten tweede slokt een beursgang veel managementtijd op. Nu is Google als privaat gefinancierde onderneming aan niemand verantwoording schuldig. Wij hebben de rust en de ruimte om een goed bedrijf neer te zetten. Op de beurs moet je een goede koers neerzetten.'

Hölzle is hoofdverantwoordelijk voor de snelheid van Google. Hij en zijn team zorgen ervoor dat bezoekers van Google telkens weer verbluft staan over de snelheid waarmee de zoekmachine relevante resultaten naar boven tovert: gemiddeld binnen een kwartseconde. 'Snelheid is alles', zegt Hölzle. 'Onze bezoekers willen direct bevredigd worden. En wij helpen ze daarbij. Google is waarschijnlijk het enige bedrijf ter wereld dat klanten het liefst zo snel mogelijk weer van haar website ziet vertrekken.' Google beschikt behalve over een vernuftige techniek en tientallen topwetenschappers die vrijwel niets anders doen dan de snelheid van de zoekmachine nog verder op te voeren over een kleine vijftienduizend computerservers die zich op commando van de bezoeker in een splitsecond door drie miljard webpagina's heen worstelen.

Academische sfeer

Met zijn zwarte baard, bril, knalrode sokken (nog nooit heeft iemand hem kunnen betrappen op een andere kleur sokken) en zijn enorme Leonberger Yoshka (een hond) is Hölzle een zonderlinge verschijning tussen de hippe twintigers en dertigers die het Googleplex bevolken. In 1988 studeerde de Zwitser af in computerwetenschappen aan de Technische Universiteit van Zürich. Hij vertrok naar Amerika waar hij in 1994 promoveerde aan de Stanford Universiteit met een onderzoek naar het efficiënt gebruik van programmeertalen. Hölzle vertelt dat hij een van de grondleggers is van de dynamische compilatie. 'Ook wel bekend als de just-in-time-compilatie', probeert de Zwitser tevergeefs zijn belangrijke vinding uit te leggen.

Voordat Hölzle bij Google in dienst kwam, was hij hoofddocent computerwetenschappen aan de Universiteit van California in Santa Barbara. 'Via een student van mij kwam ik contact met Larry en Sergey. Ze hadden een technisch probleem waarvoor ze mijn hulp inriepen. Ik voelde er aanvankelijk weinig voor om de overstap naar een internet start up te maken. Maar omdat de uitdaging die bij Google lag erg groot was, besloot ik een jaartje onbetaald verlof op te nemen om die jongens hier te helpen. Ik was vastberaden weer terug te keren naar de universiteit.'

Inmiddels heeft Hölzle de universitaire wereld vaarwel gezegd. Of beter: met zich meegenomen. 'Op één persoon na is mijn hele faculteit me naar Google gevolgd. Onlangs heeft een oud-collega van mij zich ook met zijn faculteit bij mijn researchafdeling aangesloten.' Tien procent van de werknemers bij Google is gepromoveerd. Hölzle omschrijft de sfeer bij Google dan ook als academisch. 'Ik werk hier samen met het slimste wat Amerika te bieden heeft. Weten schap pers die geprikkeld worden door ogenschijnlijk onoplosbare problemen.

'Stuk voor stuk sterke, eigenwijze persoonlijkheden die zich lastig laten sturen, en die dat ook niet nodig hebben. Natuurlijk heeft wel iedereen de bedrijfsmissie voor ogen en wordt er geen loopje genomen met deadlines. Er moet hier immers geld worden verdiend. Maar Google doet dat op geheel eigen wijze. Eigenlijk is Google een universiteit met een waanzinnig goed businessplan. Hahaha '.

Bepalend voor de bedrijfscultuur zijn volgens Hölzle de oprichters van Google. 'Larry en Sergey zijn niet geïnteresseerd in quick bucks. Anders zeilden ze nu in hun privé-jacht de wereld rond. Het feit dat zij hier nog gewoon elke dag naar hun werk komen en ook écht betrokken zijn bij alles wat er in dit bedrijf gebeurt, is voor iedereen een enorme inspiratiebron.'

De ontstaansgeschiedenis van Google leest als een spannend jongensboek, zoals dat wel eerder geschreven is tijdens de internethype. Brin en Page ontmoeten elkaar in 1995. Beiden studeren aan het prestigieuze Stan ford. Het botert in het begin niet zo tussen de twee. Over elk denkbaar onderwerp hebben de als hyperintelligent te boek staande studenten wel een discussie. Maar er is ook wederzijds respect.

Page slaagt cum laude voor zijn ingenieursdiploma aan de universiteit van Michigan. Hij ontvangt tijdens zijn studie diverse prijzen voor zijn pogingen de kwaliteit van de colleges te verbeteren. Dus niet alleen de slimste, maar ook het braafste jongetje van de klas. Page komt dankzij zijn vader, een professor in de informatica, al op heel jonge leeftijd in aanraking met computers. Op zijn negende bouwt hij van Lego een functionerende inkt-jetprinter. Op Stanford bedenkt en leidt Page het onderzoeksproject dat later resulteert in de oprichting van Google.

Sergey Brin is van Russische komaf. De in Moskou geboren techneut komt uit een geslacht van circusmensen. Als hij niet voor directeurtje speelt, oefent hij op de trapeze, gaat hij duiken of nog liever een potje roller hockey spelen. Brin slaagt cum laude voor zijn bachelorgraad informatica aan de universiteit van Maryland. Net als Page is Brin een onvervalste computernerd. Brins passie ligt al sinds zijn studie op het vlak van zoekmachines, het halen van informatie uit ongestructureerde bronnen.

In 1996 starten Brin en Page het onderzoeksproject 'BackRub' dat een nieuwe, betere en snellere techniek moet opleveren voor het vinden van informatie op het alsmaar uitdijende world wide web. Halverwege 1998 is het zover. Ze hebben een goed functionerende zoekmachine gebouwd die onder de medestudenten en docenten op Stanford met grote bewondering wordt aanschouwd en gebruikt. Hoewel op dat moment de internethype zijn hoogtepunt bereikt en iedereen die een beetje handig is met computers zijn eigen bedrijf begint, piekeren Brin en Page er niet over een onderneming rondom BackRub te bouwen. Ze willen promoveren en hebben daarna een academische loopbaan voor ogen. Ze hopen de techniek van BackRub te kunnen verkopen aan een grote marktpartij.

De interesse is echter nihil. Alle grote internetondernemingen tonen zich weliswaar enthousiast over de kwaliteiten van de zoekmachine die de twee studenten in elkaar hebben geknutseld, maar 'internetsearch' is op dat moment (1998) alweer uit de mode. 'Communities' en 'portals' zijn de nieuwe toverwoorden. Brin en Page bezoeken ondermeer David Filo, de oprichter van Yahoo!. Filo complimenteert ze met hun zoektechniek, maar heeft verder geen interesse.

Noodgedwongen beginnen Brin en Page daarom maar hun eigen bedrijf: Google. Een half jaar later stappen de grote jongens uit Silicon Valley aan boord: Sequoia Capital en Kleiner Perkins Caufiled & Buyers investeren 25 miljoen dollar in Google. Vandaag de dag behoort Google tot de tien meest bezochte internetbedrijven ter wereld en zoekt het in 35 talen het web af. Zonder dat het bedrijf ooit één eurocent besteedde aan reclame trekt de site ruim 80 miljoen bezoekers die gezamenlijk ruim tweehonderd miljoen zoekvragen intypen.

Thank God it's Friday!

In 2001 droegen Page en Brin de dagelijkse leiding van Google over aan Eric Schmidt. Deze ervaren bestuurder was eerder ceo van Sun Microsystems. Schmidt, zo is te lezen in de Amerikaanse media, moet Google klaarstomen voor de eerder genoemde beurs gang. De feitelijke leiding is echter nog steeds in handen van Brin en Page. Dat blijkt wel uit de wekelijkse tgif-meetings (Thank God It's Friday) die door het voltallige Google-personeel worden bijgewoond. Het is een soort weekafsluiting waarin Brin en Page over de financiële, technische en commerciële vorderingen van die week vertellen. ceo Schmidt bevindt zich dan tussen het personeel en luistert mee.

'Hun indringende aanwezigheid maakt het grote verschil met andere succesvolle bedrijven waarvan de oprichters wel terugtreden', zegt Omid Kordestani. 'Als de founders de zaak verlaten verdwijnt vaak ook de ziel uit het bedrijf. Maar Larry en Sergey zitten nog steeds heel diep in Google.'

Kordestani is vice president bij Google en is verantwoordelijk voor de inkomsten van het bedrijf. Daarover zul je hem niet horen klagen. In zijn piepkleine kamertje met veel foto's van zijn vrouw en kinderen, vertelt de Iraniër dat Google al sinds begin 2001 'significant veel geld' verdient. Hoeveel wil hij niet zeggen. Wel hóe Google geld verdient. 'Follow the user and everything else will follow.'

Inkomsten verkrijgt Google op verschillende manieren. Ten eerste licenseert het zijn zoektechnologie aan andere internetbedrijven. Concurrenten zoals het Amerikaanse Ya hoo, Lycos, Netscape en het Nederlandse Ilse en Planet betalen Google onder het motto if you can't beat them, join them voor het gebruik van hun zoektechnologie. Daar naast verkoopt Google de zoektechnologie aan grote ondernemingen die een uitgebreide website hebben.

Kordestani heeft ook een technische achtergrond en is een oude rot in het vak van de Amerikaanse internetindustrie. Als vice-president van internetpionier Netscape liet hij de omzet van deze website in achttien maanden groeien van 88 naar 200 miljoen dollar.

Een steeds belangrijkere inkomstenbron vormen advertenties, zegt Kordestani. Klei ne, onopvallende blokjes tekst die rechts van of boven het zoekresultaat verschijnen. Elke advertentie ziet er qua vorm en formaat hetzelfde uit: simpel, geen kleur, plaatjes of bewegend beeld.

Google bepaalt wie een advertentie te zien krijgt, niet de adverteerder. Iemand die de trefwoorden 'hotel Amsterdam' intikt, krijgt alleen advertenties te zien die aan die trefwoorden voldoen. 'Wij denken dat advertenties relevant kunnen zijn voor onze gebruikers, maar dan alleen als ze ook écht een link hebben met hetgeen iemand zoekt', aldus Kordestani .

Grateful Dead

In de keurig aangeharkte parktuin zoeken tientallen werknemers voor de lunch een plekje op het groene gazon of aan een van de teakhouten tafels met parasol. Chef-kok Charely Ayers, ex-kok van de rockband

the Grateful Dead, en zijn team hebben vandaag Mexicaanse specialiteiten op het menu staan. Nacho's, taco's, burrito's, enchilada, fajita en drie soorten ijskoud Mexicaans bier. In een hoekje van de tuin staan op een podium verschillende muziekinstrumenten uit gestald. De muzikanten liggen in het gras met een longneck Corona aan de lippen.

Na afloop van de lunch sjokt iedereen naar een van de vele Snack Rooms waarmee het Googlepex is uitgerust. Het is moeilijk kiezen uit vijftien soorten koffie van vers gemalen bonen, freshly squized juices en natuurlijk cola. Voor wie na het copieuze middagmaal nog een 'plekje' over heeft, zijn de Snack Rooms ook nog voorzien van een muurvullende stellage met daarin tientallen soorten chips, m & m's, candybars en andersoortig snoep.

Voor deze exquise lunches die het bedrijf serveert, heeft het een heel pragmatische reden, verklapt Urs Hölzle terwijl hij het bakje water van zijn hond ververst. 'Het dichtstbijzijnde restaurant of café is minimaal vijftien minuten rijden. Heen en terug ben je gerust een uur kwijt aan de lunch. Het leek ons goedkoper om een chef gratis maaltijden te laten bereiden. '

Extra pondjes kunnen worden weggewerkt in de fitnessruimtes. Ook daar heeft elke verdieping er een van, net als een sauna en een massageruimte. Voor wie aan al dat snoepen buikpijn of kiespijn overhoudt, heeft Google een tandarts en dokter in dienst. Alles, van de lunch tot de massage, is gratis.

Google lijkt met zijn exorbitante levensstijl de spot te drijven met de dotcomcrash. Terwijl de paar internetbedrijven die Silicon Valley nog telt het hoofd boven water proberen te houden door te snijden in de kosten, de salarissen en de extraatjes voor het personeel, doet Google er juist een schepje bovenop. Party like it is 1999.

Het bedrijf gaat gerust een weekendje skiën met het voltallige personeel, heeft kinderopvang, betaalt de kosten voor uitgebreide ziektekostenverzekeringen en geeft mannelijke personeelsleden die vader worden, twee weken betaald verlof.

Het succes van Google leidt gek genoeg niet tot zelfgenoegzaamheid, maar eerder tot een licht paranoide stemming binnen de muren van het bedrijf. 'Alta Vista en Netscape waren nog niet zo lang geleden ook heel groot. Waar zijn ze nu?', zegt Urs Hölzle, lid van de Google-directie. On terecht zijn de zorgen van Hölzle niet. Er zijn enkele zoekmachines op komst die minstens zo goed zijn als Google. Alleen moeten ze nog ontdekt worden.

Op de site searchengine watch .com staan enkele genoemd. WisteNut.com gooit hoge ogen om Google's positie aan te vallen. Op val lend is hoeveel ze op Google lijken qua opzet, uiterlijk en zoekresultaat. Holzle: 'We kunnen niet stilstaan. Wie weet wordt er op nu ergens op een zolder door twee studenten iets veel briljanters dan Google bedacht.'

Meer over