Golven van ontroering om zijn bekering

Over zijn kroegen heeft hij, helaas, nooit een boek geschreven. Het zou te omvangrijk zijn geweest. Maar Paul Verlaine schreef wel Mes haux (1891) en Mes prisons (1893)....

In zijn soms luchtig geschreven Mes prisons is hij uiteraard het uitvoerigst over zijn tweejarig verblijf in de gevangenis van het Belgische Mons, zo'n kasteel-bajes als er ook nu nog in Belgitaan. Hij zit niet stil. Hij maakt zich - in het Engels - de hele Shakespeare eigen. Maar het meest beslissende dat hem overkomt is zijn bekering tot het katholicisme, die met golven van grote aandoening gepaard gaat.

Een afbeelding van het Heilig Hart van Jezus, die in zijn cel hing, is de aanleiding. Hij krijgt leiding van een priester, bij wie hij ook de biecht sprak. Die duurde, naar zijn eigen zeggen, zeer lang. Hij had ook wel iets op zijn geweten en was bovendien zeer gedetailleerd. De priester vond het kennelijk nog niet genoeg. Die vroeg hem of hij ooit iets met dieren had gedaan.

Op de biecht volgde de extatisch en hysterisch weergegeven ervaring van de communie. Hij leest geen literatuur meer, maar alleen geestelijke schrijvers. Hij schrijft ook zeer veel poe, veelal religieus van aard. Die zal later gebundeld worden in onder meer de bundel Sagesse. Voor de poe had hij beter zondaar kunnen blijven. Uit de gevangenis ontslagen, door zijn moeder afgehaald, leidde hij enkele jaren een oppassend leven.

Misschien het aardigst zijn zijn beschrijvingen van de dagelijkse dingen. Dit kreeg hij als kleding in Bergen: 'een leren pet, min of meer Lodewijk XI-stijl, een broek met jasje en vest van harde, groenachtige stof waarvan de naam me ontschoten is; het leek op heel dik, grof, om niet te zeggen uiterst lelijk ribfluweel. Verder een dikke wollen sjaal, sokken en klompen.' Het mooiste staat iets verder: 'Mijn kleding werd gecompleteerd met een blauw-linnen bivakmuts, bedoeld om het gezicht van de gevangenen te verbergen wanneer ze de gangen door moesten om op de overdekte binnenplaats te gaan wandelen.'

Het boekje is nu, onder de titel In gevangenschap, door Henny van Schaik vertaald. Een niet onaardig tussendoortje in deze Boekenweek. Aan het einde, in 1892, koopt hij op het Gare du Nord een kaartje voor Nederland. Hij gaat hier zijn beroemde lezingen houden. Thuis wordt het verdiende geld hem ontstolen. 'Heer, ontferm u over ons', zijn de laatste woorden. Dat heeft de Heer natuurlijk gedaan.

Meer over